Ufo's komen uit Zwitserland

The Dilbert Future. Thriving on stupidity in the 21st century. Door Scott Adams. Uitg. Harper Business, ± ƒ 40,-

Werknemers zijn volgens de moderne opvattingen almaar op zoek naar nieuwe uitdagingen. Ze willen graag veel en hard werken om hun bijdrage te leveren aan de grote familie die hun onderneming is. Allemaal onzin, zegt Scott Adams, maker van de strip 'Dilbert' en auteur van 'Het Dilbert-principe', dat maandenlang nummer 1 heeft gestaan op de bestsellerlijst van The New York Times.

In zijn nieuwe boek 'The Dilbert Future' borduurt Adams voort op zijn eerdere werk. Hij schrijft hilarische stukken en doorspekt die met zijn strips over onderwerpen die uiteenlopen van het hedendaagse kantoorleven tot vergrijzing.

Werknemers willen helemaal niet productiever worden, zo meent Adams. “Voor elke baas die je harder wil laten werken, zijn er twaalf werknemers die proberen om dat te voorkomen.” Nieuwe technologieën zullen werknemers bijstaan. De Worksurfer bijvoorbeeld stelt je in de gelegenheid om zonder dat de baas het weet alle verboden Internet-pagina's te bekijken en stuurt daarvoor vervolgens een rekening voor “drie ringbanden”. De BuzzCut haalt alle onzin uit de memo's van de baas. Als die een e-mail stuurt met de tekst “We moeten het herontwerp van onze kernprocessen vergemakkelijken om onze klanttevredenheid te optimaliseren” vertaalt de BuzzCut dat in “Kijk, ik heb een memo geschreven”.

Adams, die zelf automatiseringsprojecten heeft begeleid bij een bank en een telecombedrijf, begrijpt niets van de grote aandacht voor computers en Internet. Hij is ervan overtuigd dat de meeste mensen niets van computers begrijpen. De rat-race om de nieuwste en beste spullen te kopen vertoont volgens hem verdacht veel overeenkomst met jongetjes die kijken wie de grootste heeft. Zo zijn er mensen die uit volle overtuiging het advies opvolgen om zo nu en dan hun computerkabels recht te trekken. Doen ze dat niet, dan kan zich zogenaamd het probleem voordoen dat de nulletjes wel door de bocht kunnen, maar dat de eentjes blijven steken.

De macht binnen bedrijven is verschoven van werknemers naar werkgevers, aldus Adams. Vroeger moesten de werkgevers geld bieden en baanzekerheid, nu krijgen werknemers alleen nog waardering; dat kost namelijk niets. In de toekomst zal er een nieuwe machtsverdeling ontstaan, zo voorspelt hij. Er ontstaat een superklasse van professionals. De huidige managers, die vaak overbodig werk doen, mogen hun zweet afvegen. De “revenge of the down-sized” noemt hij dat.

Ook erg belangrijk in de toekomst wordt marketing, met name voor de verkoop via Internet of de telefoon. Belangrijkste functie-eis: een compleet gebrek aan ethiek. Zodra deze bedrijven je credit-cardnummer hebben, zit je aan ze vast. Ze drukken geen telefoonnummer op hun bestellingen. Als je toch achter het nummer komt, schepen ze je af met lange wachttijden, dure 06-nummers en domme telefonistes. Producten zijn niet terug te sturen en er staan hoge boetes op late betalingen.

Opleidingen worden een probleem in de toekomst. Er bestaan bruikbare opleidingen, zoals techniek, maar die zijn na vijf jaar verouderd. Daarom is het beter een overbodige opleiding te volgen, zoals economie, dan kan het nooit erger worden. De beste baan in de toekomst is die van journalist, aldus Adams. Dan mag je kritiek uitoefenen op mensen die meer kunnen dan jij. Superieur daaraan is alleen het beroep van uitgever, want die mag weer de baas spelen over de journalisten.

En passant schudt Adams nog enkele theorieën uit zijn mouw die weinig met werk hebben te maken. Hij deelt de mening van velen dat de vergrijzing een maatschappelijk financieel probleem oplevert. Met achterdocht beziet hij de ouderen die tai chi beoefenen. “Velen van ons sparen geld in plaats van te trainen. Dat lijkt slim, maar in de toekomst zul je jezelf vervloeken als de tai chi-experts ervandoor gaan met jouw spullen.”

Ook ontwikkelt hij de hilarische theorie dat ufo's uit Zwitserland komen. Er zijn heel veel domme mensen op de wereld en een paar slimme. Die slimme mensen vinden het leuker om met elkaar om te gaan dan met alle domme individuen en zijn daarom in één land gaan wonen. Dat land moet volgens Adams voldoen aan de volgende eisen: neutraliteit in oorlogen; zeer accurate uurwerken; een hoge levensstandaard; uitmuntende chocolade; buitengewone zakmessen. Conclusie: “de superslimmen hebben lang geleden hun eigen land geschapen en dat Zwitserland genoemd”. Elk weekeinde gaan ze met hun hovercrafts op zoek naar domme mensen met videocamera's. De verklaring lijkt vergezocht, zo geeft Adams toe, maar is het nou echt waarschijnlijker dat er wezens zijn die in staat zijn door het heelal te reizen, ons te vinden in de onmetelijke ruimte en die in staat zijn om hun ruimteschepen eruit te laten zien als vliegende asbakken en vuilnisbakdeksels?