Tweede-Kamerlid heel beslist: 'VVD volgt bij drugsprobleem consistente lijn'

DEN HAAG, 25 SEPT. Het Brabantse Tweede-Kamerlid A.M. van Blerck-Woerdman (VVD) vormde de afgelopen weken de spil in het debat over het verstrekken van gratis heroïne aan ernstig verslaafden.

Minister Borst (Volksgezondheid) had de steun van de VVD nodig om een meerderheid in de Tweede Kamer achter haar plan te krijgen. De steun van de twee andere regeringspartijen, PvdA en D66, had ze al. De christelijke partijen zijn principieel tegen.

Van Blerck is nogal verbaasd over alle ophef: “De VVD heeft sinds de publicatie van de drugsnota een consistente lijn gevolgd. We denken genuanceerd over het verstrekken van heroïne door de overheid. Er bestaan binnen de partij verschillende opvattingen over, maar in het algemeen kun je zeggen dat we er tegen zijn. Want handhaving van de wet is en blijft ons uitgangspunt.

Toch hebt u nu ingestemd met een proef.

“We willen helpen om van het drugsprobleem af te komen. En net zo min als de andere partijen hebben we daar een kant-en-klare oplossing voor in de kast liggen. Vandaar dat indertijd, bij de eerste bespreking van de drugsnota, mijn collega Korthals al 'ja' heeft gezegd tegen een kleinschalige proef met gratis verstrekking. Niet omdat we denken dat we daarmee het hele drugsprobleem oplossen, maar wel omdat je op deze manier misschien wat aan het probleem voor een bepaalde groep verslaafden doet.”

Tijdens de verdere behandeling van de drugsnota leek het er vaak op dat u uiteindelijk toch niet zou instemmen.“Ons standpunt was dit voorjaar, toen de proef langzamerhand vorm kreeg, nog steeds hetzelfde. De minister zei toen dat er een grote groep verslaafden bij de proef zou worden betrokken. Op dat moment wilden we weten of de groep niet erg groot begon te worden. Of de verstrekking nog wel in de hand gehouden zou kunnen worden.”

Dus dat de VVD nu akkoord is met een proefverstrekking van heroïne hoeft niemand te verbazen?“We hebben aan onze lijn vastgehouden. En de minister heeft uiteindelijk voldaan aan ons verzoek om met een kleine groep bij wijze van proef te beginnen. Tegen het grote experiment zeggen we daarmee nog geen 'ja'. We wachten de resultaten van het vooronderzoek af. En daarover zullen we ons dan als fractie een oordeel vormen.”

Denkt u dat uw kiezers dit begrijpen?

“Ja, volgens mij kunnen we ons standpunt heel goed aan de kiezers uitleggen. Het gaat hier om een gigantisch probleem, waarvoor wij noch iemand anders de oplossing heeft. Je kunt dus niet uitsluiten dat zo'n experiment voor een kleine groep gunstig uitpakt. Als het onder strikte voorwaarden en begeleiding gebeurt, moet je het proberen.”