Ranglijsten

Ranglijsten samenstellen van universiteiten is een deskundigheid die in weinig landen zo ver gevorderd is als in de Verenigde Staten. Het zijn veelal tijdschriftredacties die de rankings opstellen. Zoals het magazine US News & World Report, dat jaarlijks America's best colleges op een rij zet.

Het blad kijkt naar de academische reputaties van de instellingen en naar tientallen statistische gegevens, zoals het geld dat aan onderwijs wordt besteed, de grootte van de klassen en het slaagpercentage. De meest recente versie van de ranglijst verscheen op 1 september en is ook te vinden op het Internet (www.usnews.com/usnews/ EDU/home.htm). In elektronische vorm is het onderzoek zelfs interactief: geïnteresseerden kunnen zelf een aantal variabelen opgeven die zij belangrijk achten, waarna de computer uitrekent welke universiteit het meest geschikt is. In Amerika is de ranking belangrijker dan in Europa.

De Amerikaanse colleges verschillen onderling sterk in kwaliteit en prestige. Ook de collegegelden zijn van divers niveau, want zeer veel universiteiten zijn private instellingen. Het tijdschrift Money maakt daarom jaarlijks een overzicht van de universiteiten die de meeste waar voor het collegegeld bieden (www.money.com/ colleges98/article/top.html). De top uit de lijst van US News & World Report is daarom niet altijd de beste keus voor de prijsbewuste kennisconsument. In Europa zijn de onderwijsniveaus per land minder divers dan in de VS. De overheden leggen veelal de normen vast voor de curricula, waardoor de niveaus - en de collegegelden - van alle universiteiten en hogescholen overeenkomen.

In Frankrijk is de centralisatie zelfs zo ver doorgevoerd, dat officiële kwaliteitsoordelen bij wet verboden zijn. De redenering is dat elke instelling dezelfde lessen moet geven en dat dan ook doet. Verschillen zijn uitgesloten. Er is wel een staatscomité dat universiteiten als geheel beoordeelt. Maar dit comité kijkt naar zaken als het academische klimaat dat de instelling schept, en niet naar het onderwijs. In Nederland zijn de ranglijsten in ontwikkeling.

Beoordelingen van het onderwijs worden al langer gemaakt door zogeheten visitatiecommissies, die bestaan uit deskundigen op een onderwijsgebied. Elke commissie beoordeelt één soort studie en publiceert de uitkomsten in een rapport. De kwaliteiten van individuele studies zijn daardoor dus goed te vergelijken. Maar een oordeel over een hogeschool of een universiteit als geheel kan de consument alleen - en met moeite - verkrijgen door alle visitatierapporten door te nemen. Een nadeel daarbij is dat de rapportschrijvers moeilijk te kwantificeren oordelen geven, zoals: 'kan beter', 'verdient verdere ontwikkeling' en 'nog niet geheel naar verwachting'. Minister Ritzen wil nu de studenten tegemoetkomen door ranglijsten van de onderwijsinstellingen te laten opstellen. Dit “hoeft geen taak te zijn van de visitatiecommissies”, stelt hij in een toelichting op zijn nieuwe plan voor het hoger onderwijs. “Een onafhankelijke organisatie kan ze opstellen en publiceren.”

De Keuzegids hoger onderwijs krijgt subsidie van het ministerie van onderwijs. Of Ritzen van plan is dit geld in de toekomst aan de onafhankelijke beoordelaar te besteden, is niet duidelijk. Veel andere Europese landen volgen het Nederlandse systeem van toetsing door deskundigen uit het eigen vakgebied. Vlaanderen werkt met visitaties en ook in steeds meer deelstaten in Duitsland zijn dergelijke commissies actief. Denemarken kent een visitatiestelsel waarbij ook de oordelen van studenten in de eindbeoordeling worden opgenomen.

Een bijzondere plaats neemt Groot-Brittannië in. Hier zijn het niet de deskundigen die beoordelen, maar heeft de onderwijsinspectie die taak. Inspecteurs bezoeken de lokalen waar college wordt gegeven en geven op grond van wat ze daar horen een oordeel over de studie. Nadeel hiervan is dat instellingen steeds meer geneigd zijn hun lessen te richten op de mening van de inspecteurs. Want zij zijn eerder tevreden met een mooie show dan met een diepgaand college voor specialisten.

De vier instanties die in Engeland, Wales, Schotland en Noord-Ierland de fondsen voor het hoger onderwijs verdelen, hebben een eigen onderzoek: het Research Assessment Exercise. Het wordt uitgevoerd door vakdeskundigen die op basis van de kwaliteit van wetenschappelijk onderzoek een ranglijst maken (www.hefce.ac.uk). Op basis van deze scores worden de fondsen over de universiteiten verdeeld.

K Bestuurskunde, Erasmus Universiteit Rotterdam.