Moegebeukt, spuien de mensen

Gewone Nederlanders realiseren zich doorgaans niet hoe gemakkelijk het is om zelf 'nieuws' te worden. Men lanceert een ideetje (belastingverlaging voor mensen boven 2 meter, armen mogen brood stelen) of men gespt een kunstbeen aan, en de media komen aangerend. Je kunt ook een kroonprins interviewen, maar dat mag alleen Paul Witteman. Hij is nu even beroemd als ZKH, maar met meer reden, want hij heeft tenslotte het werk gedaan en wij weten veel meer van zijn gevoelsleven dan dat van Willem Alexander. Bijvoorbeeld via HP/De Tijd, dat een portret wijdt aan de man met de 'twinkeloogjes'. Wij lezen dat Paul op het neurotische af onderwerpen voorbereidt (vriend Jan Tromp) en hoe fundamenteel onzeker hij is.

Collega-interviewer Frénk van der Linden gaat dieper en analyseert dat Paul incidenteel onder de maat blijft omdat hij te vriendelijk is. “Het is soms nodig om even de schoft te zijn. Maar ik begrijp het wel, het is heel moeilijk om onaardig gevonden te worden, vooral als je zoals Paul een fundamenteel onzeker mens bent en de journalistiek gebruikt om warmte te verwerven die je in andere fasen van je leven niet gehad hebt. Wat dat betreft kan ik hem een hand geven, ik herken daarin veel van mezelf.”

Aardige man, Frénk. Trouwens, wie wil er nu niet aardig gevonden worden? Carel Weeber misschien, of het kamerlid Mieke Sterk (PvdA), of de schrijver Joost Zwagerman. Zij vertegenwoordigen een groep waar de media ook dol op zijn: de Gevallen Helden, de Down and Outs.

Beroemdheden zijn interessant want daar kan de lezer zich mee identificeren, slachtoffers zijn even aantrekkelijk want die leveren leedvermaak op. Bovendien spuien die mensen - niets te verliezen, moegebeukt - vaak alles wat hen dwarszit, en wat wil een journalist meer?

“De partij is geschift”, zegt het socialistische kamerlid Mieke Sterk in Vrij Nederland. Haar is meegedeeld dat zij niet meer op een verkiesbare plaats komt. “Ze kunnen mijn rug op. De imbecielen. (...) Dat anderen gebruik maken van zulk soort praktijken, moeten zij maar weten. Ik wil niet zo zijn.” Ze is van plan terug te vechten, hoewel een buitenstaander niet echt begrijpt waarom, gezien haar portefeuille in de fractie: sport, gehandicaptenzorg, middelbaar beroepsonderwijs, defensiepersoneel, arbeidsvoorwaarden en nazorg. Hoe bedenken ze het.

Nog bozer dan ex-hardloopster Mieke Sterk is Carel Weeber, die net door collega's (zo heet dat) is uitgeroepen tot de slechtste architect van het land. Maar als hij ten onder gaat, is dat in Wagneriaanse stijl met rook en vuur, en hij neemt geen steen terug (in HP/ De Tijd). “Een woonerfje ontwerpen? Nooit! Als ik door een woonerf loop word ik fysiek onpasselijk. Het woonerf is de woonvorm van de angst. Daar wonen mensen die bang zijn om in de grote wereld te leven. Maar tegenwoordig is het met de woningbouw nog veel erger gesteld. De mensen worden blij gemaakt met een Arabisch geveltje hier of een gekleurd stukje hout daar. Honderd procent aanstellerij, allemaal geveltoerisme.” Weeber is niet van plan om rekening te houden met de wensen van de burgers: hij zal nooit een 'kabouterdorp met puntdakjes' bouwen. Dat kost hem nu al opdrachtgevers, maar: “Ik heb dit toch zelf veroorzaakt en dan ga ik niet zitten klagen”. Carel Weeber is niet echt enthousiast over de solidariteit van zijn vakgenoten. Wat zal auteur Joost Zwagerman dan wel zeggen over de collega's die zijn laatste boek (Chaos en Rumoer) zo eendrachtig in de grond hebben geboord? Joost Niemöller geeft in De Groene Amsterdammer een verklaring. “Het boek van Zwagerman kom te dicht bij de werkelijkheid. Hij schrijft over de cultuurmachine, de literaire radiotantes en -ooms, de probleemdrinkende academici en de cultuurverpakkers die op de televisie over boeken leuteren, het is te levensecht, en daarom slaat de literaire wereld terug.

Zwagerman en Sterk, één ding: nooit puntdakjes bouwen!.