Lintje voor 'koningin van de speelfilm'

UTRECHT, 25 SEPT. De eerste prijs die gisteren tijdens de opening van het zeventiende Nederlands Film Festival in de Jaarbeurs werd uitgereikt, was geen prijs maar een koninklijke onderscheiding. Eregaste Monique van de Ven, reeds getooid met de eretitel 'koningin van de Nederlandse film', werd benoemd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau. Van de Ven kreeg haar lintje met gepast Hollands gestuntel opgespeld door staatssecretaris Nuis (cultuur). Van de Ven besloot haar toespraakje met de uitroep 'Lang leve de koningin', tevens de titel van haar laatste film.

De eerste echte prijs, die de stad Utrecht elk jaar geeft aan een beginnend talent, kreeg Fiona Tan voor haar documentaire Dat u in interessante tijden moge leven, een zoektocht naar de nu in vele landen levende familie van haar Chinees-Indonesische vader. Het eerste Gouden Kalf, de cultuurprijs, werd toegekend aan distributeur Robbert Wijsmuller tijdens een olijk duet van twee heren: Wijsmuller en Frans Afman, voorzitter van het festival.

Wijsmullers bedrijf Concorde Film bracht sinds 1972 buitenlandse klassiekers als Don't Look Now en Pulp Fiction uit, en een groot aantal Nederlandse films, waaraan meestal meer risico verbonden is, zoals Kort Amerikaans, De Avonden, Flodder en Hufters & Hofdames. Na dit eerste Gouden Kalf volgen er de komende zeven dagen nog elf Kalveren en acht andere prijzen; tijdens het Festival zal er bijna elke avond een worden uitgereikt. De nominaties voor de Grolsch Filmprijs, met 50.000 gulden de best bedeelde prijs, werden gisteren alvast bekend gemaakt. De jury laat de regisseurs Alejandro Agresti (Buenos Aires vice versa) en Rudolf van den Berg (For My Baby), en acteur Jan Decleir daar kans op maken.

Naast de prijzenparade waren gisteren ook twee films te zien: de korte animatiefilm I move, so I am, van Gerrit van Dijk, die samen met o.a. Renée Fokker en Ben van Os in de Kalverjury zit, en Gordel van Smaragd, de derde speelfilm van Orlow Seunke die een Nederlands Film Festival opent.

I Move, so I am begint met Eschers tekening van twee handen die elkaar met een potlood tekenen. Van Dijk gaat verder: hij laat een man zichzelf tekenen, tot aan de plooien op zijn T-shirt toe, zichzelf weer uitvlakken en opnieuw beginnen. Andere inspiratiebronnen flitsen langs: beroemde mannen als de dokwerker, Elvis en James Cagney en door mannen als Degas, Matisse en Modigliani beroemd getekende vrouwen, die lustig in elkaar veranderen.

Gordel van Smaragd zal in de strijd om de Gouden Kalveren vast een terugkerende gast worden. Met hulp van archiefbeelden en voice-overs vertelt Seunke een uitgekiend verhaal dat misschien al te perfect synchroon zowel een romance als een geschiedenisles is. Hollander Theo (Pierre Bokma) vertrekt in 1939 naar de rubberplantage van zijn oom in Indië en begint een hevige affaire met Ems (Esmée de la Bretonnière), een getrouwde Indonesisch-Europese die in de soos zo mooi They Can't Take That Away From Me zingt. We volgen ze naar het kamp en naar het bordeel, tijdens de bersiap en de politionele acties, krijgen veel precieze informatie en worstelen soms met de historische betekenis die Seunke elk detail mee wil geven. Na afloop van de film was er feest met Indonesische hapjes en en speelde de band weer They Can't Take That Away From Me. Afscheid nemen van de man in zo'n fijn wit tropenpak blijft kennelijk lastig: weer is hij de belangrijkste speler in een film over koloniale geschiedenis.