Kasreserve laat weer van zich spreken

AMSTERDAM, 25 SEPT. In de vorige verslagweek stonden de bewegingen in het langste tarief op de geldmarkt in deze rubriek centraal. De opmerkelijke stijging die toen in de 1-jaars interbancaire rente was waar te nemen, kreeg deze week een vervolg.

In anticipatie op hogere officiële en geldmarktrentes in de aanloop naar de EMU (die over ruim een jaar van start gaat), zijn de lange geldmarkttarieven in Nederland en Duitsland ook deze week verder opgelopen. In Nederland bedroeg de stijging van het 1-jaars interbancaire tarief 4 basispunten en in Duitsland 7 basispunten.

Deze week was er echter ook beweging in het kortste Nederlandse geldmarkttarief te bespeuren. De daggeldrente daalde vanaf maandag van circa 3,0 naar 2,5 procent.

Deze daling hangt samen met het naderende einde van de kasreserveperiode morgen. Omdat de gezamenlijke banken tot nu toe meer geld op de kasreserve hebben aangehouden dan gemiddeld over de kasreserveperiode verplicht is, proberen zij het overtollige deel in de resterende dagen uit te zetten op de geldmarkt. Maandag werd daarmee begonnen.

Het moge duidelijk zijn dat uitzetten van geld op de geldmarkt in ieder geval het lage daggeldtarief oplevert. Over het meer-dan-noodzakelijke-deel dat op de kasreserverekening wordt gestort ontvangen de daarvoor verantwoordelijke banken geen rentevergoeding van De Nederlandsche Bank. De rentevergoeding die de banken over de verplicht aan te houden kasreserve krijgen, is gelijk aan de gemiddelde kosten van het beroep van de banken op de faciliteiten bij de centrale bank.

Dat betekent dat de banken, gewogen naar het gebruik ervan, het gemiddelde van de rente op de vaste voorschotten (2,5 procent), de marginale voorschotten (4,5 procent), de speciale beleningen (3,0 procent) en eventueel de valutaswaps ontvangen.

In lijn met de ruimte op de kasreserverekening, heeft De Nederlandsche Bank deze week een nieuwe speciale belening vastgesteld die ruim 500 miljoen gulden krapper is dan de vorige.

Wegens een relatief forse terugstroom van bankbiljetten in omloop (139 miljoen gulden) leidde de krappere speciale belening tot een afname van de kasreserve met 359 miljoen gulden.

Bron: ING Economisch Bureau