Kampioen stopt pas in 1999; Klapschaats geeft Ritsma nieuwe inspiratie

AMSTELVEEN, 25 SEPT. De klapschaats heeft Rintje Ritsma nieuwe inspiratie gegeven. Al ruim voor het begin van het nieuwe schaatsseizoen heeft de tweevoudig wereldkampioen allround besloten dat hij er na de Olympische Spelen van volgend jaar februari in Nagano dankzij de klapschaats nog een jaar aan vastplakt. De 27-jarige Fries doet in Japan voor het laatst een poging een olympische titel aan zijn indrukwekkende erelijst toe te voegen.

Ritsma zei dat gisteren bij de presentatie van zijn privéteam in het Cobra Museum voor Moderne Kunst in Amstelveen. Zijn voornaamste sponsor, Sanex, liet tegelijkertijd weten dat de verbintenis met “de gezondste man van Nederland” zeer waarschijnlijk een vervolg krijgt in het post-olympische seizoen 1998-'99.

Na twee seizoenen die zijn carrière een gouden glans gaven - zowel in 1995 en 1996 werd hij wereldkampioen allround - dreigde vorig seizoen op een drama uit te draaien voor Ritsma. Zijn provinciegenoot Ids Postma onttroonde hem als Europees- en wereldkampioen. Bij de WK allround in Japan kwam Ritsma niet verder dan een teleurstellende vijfde plaats. Maar dat verlies maakte hem mentaal sterker. Bij de WK afstanden vocht Ritsma in maart terug: hij won goud op de 1.500 en 5.000 meter. Op dat moment had hij al de formule gevonden die hem de komende jaren aan de wereldtop moet houden; een betere balans tussen training en rust.

Sindsdien is er niet veel veranderd. Ritsma ging met zijn trainer Wopke de Vegt op trainingskamp op Hawaï, in het Noorse Hamar en op Tenerife en voor zover hij schaatste, deed hij dat uitsluitend op de klapschaats. “Ik reageer beter op de klapschaats dan de gemiddelde schaatser”, zei Ritsma. “Toen we aan het trainen waren in Hamar zag ik ze nog rijden op de oude schaatsen. Ik zie daar niks meer in.”

Ritsma blijft dus nog ten minste twee seizoenen actief op het ijs. Als de klapschaats er niet was geweest, had hij waarschijnlijk na de Spelen in Nagano een punt achter zijn carrière gezet, maakte de Fries gisteren duidelijk. Dat hij in 2002 nog deelneemt aan de Olympische Spelen in Salt Lake City, noemde hij “heel onwaarschijnlijk”.

Bij de Olympische Spelen in Nagano mikt Ritsma op goud op de 1.500 en de 5.000 meter. Met één gouden medaille in Nagano is hij al meer dan tevreden. “Maar als je er één wint betekent dat dat je in vorm bent en dan is de kans ook aanwezig dat je een tweede gouden medaille behaalt.”

Ritsma's trainingspartner op weg naar olympisch goud is André Vreugdenhil, een 19-jarige schaatser uit Honselersdijk die de afgelopen twee jaar deel uitmaakte van Jong Oranje. Hij neemt de plaats in van Arjan Schreuder, die slechts één seizoen de rol van trainingspartner vervulde. Vorig seizoen won Vreugdenhil zilver bij de WK allround voor junioren.

Over zijn voorbereiding vlak voor de Spelen hulden Ritsma en De Vegt zich in nevelen. “Als je wilt winnen, verklap je niet wat je gaat doen”, aldus De Vegt. “Pas na de NK afstanden ligt er een duidelijk plan.” Bij de Nederlandse kampioenschappen afstanden zal Ritsma zich in december proberen te kwalificeren voor de verschillende afstanden in Nagano. De wereldbekerwedstrijden zullen een belangrijk onderdeel vormen van zijn voorbereiding op de Spelen. Eind vorig seizoen zei Ritsma al dat het niet uitgesloten is dat hij het EK allround in Helsinki (9-11 januari) aan zich voorbij laat gaan, omdat dit toernooi erg kort voor de Olympische Spelen (7-22 februari) plaatsvindt.

Ritsma wil een herhaling van het olympische jaar 1994 voorkomen. Bij de EK van 1994 kon hij zich laten kronen als kampioen, maar even later moest hij bij de Olympische Spelen in het Vikingschip in Hamar de hoofdrol aan Johan Olav Koss laten. Voor Ritsma was er slechts olympisch zilver (1.500 meter) en brons (5.000 meter). “Ik was op de Spelen niet beter dan tijdens het EK. Hij wel”, zegt Ritsma over de Koss van 1994. “Dat zijn de uitschieters die je als sporter soms moet hebben.”