In opspraak geraakte Kamerleden komen verder in de problemen; Zaak-Houda pijnlijk voor PvdA

Het PvdA-Kamerlid Houda raakte in opspraak omdat hij zijn nevenfunctie niet heeft gemeld. De partijtop adviseerde hem op te stappen, maar Houda besloot te blijven.

DEN HAAG, 25 SEPT. Het ongemak voor de Partij van de Arbeid is groot. De Tweede-Kamerfractie telt sinds gisteren één fractielid te veel: een backbencher die als een te ondernemende parlementariër ernstig in opspraak is geraakt. H. (Hamid) Houda is zijn naam.

Als Kamerlid leidde hij een onzichtbaar bestaan; als eigenaar van een textielfirma is hij inmiddels een probleem. De fractie wil hem kwijt; de betrokkene wil niet weg en wegsturen kan niet, een gekozen volksvertegenwoordiger heeft nu eenmaal een mandaat van de kiezer.

Formeel - louter fiscaal-technisch - heeft Houda niets fout gedaan. Bij zijn aantreden als Kamerlid bracht hij zijn firma, op advies van de PvdA-fractie, onder in een bv waarvan hij vervolgens grootaandeelhouder werd. Feitelijk bleef hij zich echter zeer met de zaak bemoeien. Meer dan hij eerst zei (toen de zaak in de publiciteit kwam) en ook meer dan hij de fractie voorhield. Hier was dus sprake van een nevenfunctie (die hij diende op te geven) en van een inkomen (dat hij af had moeten trekken van zijn schadeloosstelling als Kamerlid). En bovenal van een vermenging van verantwoordelijkheden.

Zakelijk gezien lost Houda zijn probleem nu keurig op. Hij kent zichzelf als ondernemer met terugwerkende kracht een inkomen toe; kort dat op zijn schadeloosstelling en zal zich niet langer actief met het bedrijf bezighouden, kondigde hij gisteren aan. Hij volgt zo de adviezen op die F.G. Kordes, de oud-president van de Algemene Rekenkamer, na een onderzoek deed.

Politiek is Houda inmiddels een lame duck. De PvdA-fractie heeft het vertrouwen in hem verloren, zijn gezag als parlementariër is hij kwijt. Voor hem geldt het woord van de vroegere Kamervoorzitter A. Vondeling, dat een Kamerlid de schijn des kwaads moet vermijden. Kordes oordeelde dan ook streng over het geval. Hij zou zijn opgestapt als hij in de positie van Houda had verkeerd. Houda had niet alleen het ambt van Kamerlid maar ook het aanzien van de Kamer geschaad, meende Kordes.

Haalt Houda de verkiezingen van mei? De geschiedenis leert dat Kamerleden die in opspraak raken met financiële onzuiverheden snel verder in de problemen komen. Tien jaar geleden kwam het toenmalige PvdA-Kamerlid drs. H. van den Bergh in opspraak door publicaties dat hij met voorkennis zou hebben gehandeld in Fokker-aandelen. Van den Bergh koos er aanvankelijk voor te blijven. Nadere publicaties over financiële transacties maakten zijn positie onhoudbaar. Van den Bergh moest alsnog opstappen.

De zaak-Houda kent voor de PvdA een aantal ongemakkelijke aspecten. De partij heeft heel lang een zeer restrictief beleid gehanteerd ten aanzien van nevenfuncties: betaalde nevenfuncties waren eigenlijk taboe. Later dan andere partijen onderkende de PvdA dat volksvertegenwoordigers niet alleen in Den Haag actief moesten zijn, maar over voldoende maatschappelijke contacten moesten beschikken. Ze moesten onder “de Haagse kaasstolp” vandaan, zo heette het in de jaren tachtig. Nevenfuncties waren één van de middelen om die vermaatschappelijking van de Kamer te bereiken.

Een tweede ongemak zit in de rol van de fractieleiding. Onderzoeker Kordes oordeelde dat fractie in gebreke was gebleven bij de advisering van Houda en fractieleider J. Wallage erkende dat gisteren ook. Houda is de zoveelste nieuweling die in deze periode in de PvdA-fractie kopje onder gaat.

Een derde ongemak voor de PvdA zit in de recrutering van Houda. De uit Marokko afkomstige PvdA'er belandde in 1994 via de vernieuwingsoperatie van toenmalig partijvoorzitter F. Rottenberg op de kandidatenlijst voor de Tweede Kamer. Houda was een succesvolle allochtoon: als ondernemer had hij een florerend bedrijf, als partijganger had hij een verleden als gemeenteraadslid in Haarlem. Hij stond als het ware model voor een nieuwe generatie PvdA'ers.

Voor de PvdA is de zaak-Houda extra pijnlijk. Kort na de Kamerverkiezingen van '94 moest het fractielid E. Rosenblad aftreden omdat hij in zijn curriculum vitae onjuiste gegevens had versterkt. Rosenblad is afkomstig uit Suriname. Hardop spreken PvdA'ers er liever niet over, maar binnenkamers erkennen ze dat de recrutering van volksvertegenwoordigers strenger moet.