In hoger onderwijs; Cijfers over diploma's kloppen niet

ROTTERDAM, 25 SEPT. Hogescholen en universiteiten verstrekken 'onbetrouwbare' cijfers over de aantallen studenten die de opleiding met een diploma afsluiten. Deze zogenoemde rendementscijfers worden verschillend berekend.

Dit blijkt uit een rondgang langs instellingen voor hoger onderwijs, de Onderwijsinspectie en de verenigingen van hogescholen en universiteiten.

Het Tweede-Kamerlid Bert Bakker (D66) vindt dat minister Ritzen (Onderwijs) “zo snel mogelijk” een wettelijk verplichte, uniforme rekenwijze moet invoeren. “Aspirant-studenten hebben recht op objectieve informatie over hun studie. Bovendien worden onderwijsinstellingen gefinancierd met belastinggeld, dus ook de overheid moet de prestaties van opleidingen kunnen vergelijken op grond van duidelijke, eerlijke berekeningen”, aldus Bakker.

Sommige opleidingen rekenen de studenten die tijdens het propedeusejaar afhaken, niet mee bij de becijfering van het studierendement, andere doen dat wel. De ene faculteit neemt 'instromers' met een HBO-diploma, die het universitaire propedeusejaar mogen overslaan, mee in de berekeningen. Daardoor komt het propedeuse-rendement hoger uit dan bij andere opleidingen. Ook wordt wel alleen de gemiddelde studieduur van de afgestudeerde studenten gemeld, waardoor uitvallers buiten beschouwing blijven.

Ook in het onlangs verschenen onderzoek naar HBO- en universitaire opleidingen in 1996 heeft de Onderwijsinspectie vastgesteld dat opleidingen geen duidelijke rendementscijfers produceren. Ze constateert ook dat de visitatiecommissies, die de kwaliteit van opleidingen controleren, evenmin inzicht geven in de betrouwbaarheid van rendementscijfers.

De Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten (VSNU) heeft een richtlijn voor de berekening van rendementscijfers van opleidingen. Het HBO heeft zo'n richtlijn niet.

De VSNU zegt te begrijpen dat faculteiten “het moeilijk vinden zich aan die richtlijn te houden”, aldus de woordvoerder. “Ze hebben te maken met studenten die zijn ingeschreven bij twee opleidingen, maar slechts één keer collegegeld betalen of met studenten die nauwelijks komen opdagen en dus afvallen.” Een faculteit heeft volgens de VSNU geen belang bij goede rendementscijfers die in werkelijkheid niet worden gehaald. A. Meijdam van de Erasmus Universiteit ziet dat belang wel: “Iedereen wil zoveel mogelijk studenten trekken. Een ingeschreven student die nauwelijks studeert, is voor een faculteit nog altijd financieel aantrekkelijker dan een niet-ingeschreven student.”