IMF als politie-agent van de wereldeconomie

De jaarvergadering van IMF en Wereldbank stond in het teken van de malaise in Zuidoost-Azië. Het debat kenmerkte zich door grote openheid.

HONGKONG, 25 SEPT. Managing director Michel Camdessus sprak deze week in zijn charmante Engels van een blessing in disguise, ofwel een zegening in vermomming. De Franse topman van het Internationale Monetaire Fonds (IMF) had het over de financiële crisis in Thailand en andere landen in de Zuidoost-Aziatische regio.

De Zuidoost-Aziatische crisis heeft de geesten van iedereen tijdens de vandaag afgesloten jaarvergadering van IMF en Wereldbank in Hongkong gescherpt. Dat heeft er volgens vele deelnemers toe geleid dat economische hervormingen van de 'tweede generatie' zoals verbetering van bestuur, financiële sector, financieel toezicht, en corruptiebestrijding prominenter dan ooit op de 'wereldagenda' staan. Minister Gerrit Zalm vond de bijeenkomst in het ultramoderne Hongkong Convention and Exhibition Center “de beste” van de vier meetings die hij als bewindsman heeft bijgewoond. Door de actualiteit van de crisis in Zuidoost-Azië ging de dramatische oproep van Wereldbank-president James Wolfensohn de “tijdbom” van de armoede te ontmantelen enigszins verloren.

Temidden van alle rumoer over de financiële crisis werden na jaren van discussie in één klap wel de 'parochiale' kwesties van het IMF opgelost. Met de verhoging van de quota van de 181 aangesloten landen gaat het kapitaal van het IMF met 45 procent omhoog naar 285 miljard dollar. Dat geeft het fonds armslag om ook in de toekomst de economische hervormingsprogramma's van landen met kredietverlening te ondersteunen. En door de eenmalige extra toewijzing van speciale trekkingsrechten - door het IMF gecreëerde liquiditeiten waar de landen vrij over kunnen beschikken - aan de nieuwe lidstaten is ook een netelige kwestie uit de weg geruimd.

De botsing tussen de Maleisische premier Mohamad Mahathir en speculant George Soros had weliswaar bizarre trekken, maar zij stond ook symbool voor de open discussie op het forum van IMF en Wereldbank. Wereldbank-president James Wolfensohn had Mahathirs tirade om die reden “fantastisch” gevonden.

Tot vorig jaar was het woord 'corruptie' tijdens een jaarvergadering nooit openlijk uitgesproken. Wolfensohn doorbrak toen als eerste het taboe. Nu wisselden academici, zakenlieden en bankiers zonder veel schroom ervaringen uit tijdens de vele seminars.

De bestrijding van corruptie zal nog moeilijk genoeg zijn. Westerse bedrijven doen eraan mee door onder de tafel te betalen om orders in verre landen binnen te slepen. Een Latijns-Amerikaanse minister vergeleek het verschijnsel corruptie met dat van inflatie. “Het zal er altijd zijn en het is al mooi als we uit de dubbele cijfers komen.”

Het voorstel over liberalisering van het kapitaalverkeer fungeerde als katalysator voor een levendig debat over de vrije markt, die door de crisis in Zuidoost-Azië een hoge actualiteitswaarde kreeg. Ministers uit opkomende economieën uitten hun bezorgdheid over de kapitaalstromen die over de wereld flitsen. Toch bleken er geen principiële verschillen van opvatting. Iedereen is ervan overtuigd dat een vrij kapitaalverkeer bijdraagt aan meer welvaart.

De industrielanden, opkomende economieën en ontwikkelingslanden vonden elkaar op de formulering dat het IMF moet zorgen voor een “ordelijke” liberalisering van het kapitaalverkeer, waabij rekening moet worden gehouden met de omstandigheden van individuele landen. “We hebben de opdracht moedig en tegelijkertijd behoedzaam te werk te gaan,” zo vatte IMF-topman Camdessus vanmorgen samen.

Het nieuwe mandaat accentueert tegelijk de veel bredere taak die het IMF zal krijgen als 'politie-agent' van de wereldeconomie. De explosieve groei van de internationale kapitaalstromen maken een goed macro-economisch beleid, gezonde financiële instellingen en een onafhankelijk toezicht nog belangrijker.

De recente crisis in Zuidoost-Azië heeft dat nog eens geïllustreerd. Bewindslieden en bankpresidenten uit de regio gaven tijdens de jaarvergadering in Hongkong al blijk van enige zelfreflectie. De Indonesische bankgouverneur Mar'ie Muhammad erkende dat megaprojecten waren opgezet “die de nationale economische capaciteit te boven gaan”.

Het stof dat het Japanse plan voor een Aziatisch monetair fonds de afgelopen dagen deed opwaaien, is intussen weer neergedaald. Er bestaat nu consensus dat een dergelijk regionaal noodfonds voor crisisbestrijding moet zijn ingebed in de procedures van het IMF. De zorg van met name de Verenigde Staten en de Europese landen voor 'gemakkelijk' geld dat landen tot onverantwoorde risico's verlokt, is in elk geval voorlopig getemperd. Het genoemde bedrag van honderd miljard dollar is inmiddels teruggebracht tot zo'n vijftig miljard dollar.

Ook IMF-topman Camdessus toonde zich vanmorgen tamelijk gerust. Hij zag in de Zuidoost-Aziatische discussie over een noodfonds een positief signaal. Volgens Camdessus heeft de Thaise crisis en de olievlekwerking naar landen in de regio geleid tot “onderlinge druk” om een gezond economisch beleid te voeren, wat kan leiden tot een regionaal systeem van toezicht.

De agenda met hervormingen van de 'tweede generatie' zal de taak van IMF en Wereldbank gevoeliger maken. Want waar ligt de grens tussen het afdwingen van 'goed bestuur' en inmenging in het binnenlands beleid? Volgens Wereldbankpresident Wolfensohn ligt er slechts een “dunne lijn” tussen de twee. De openheid en levendigheid van het debat in Hongkong was daarvan de beste illustratie.