Gezin financieel kwetsbaarder; Centrale bank uit zorg over hypotheekgolf

AMSTERDAM, 25 SEPT. De hausse op de huizen- en hypotheekmarkt geeft reden tot zorg. Gezinnen zijn mogelijk de afgelopen jaren financieel kwetsbaarder geworden door hogere hypotheken af te sluiten. De positie van de banken lijkt daardoor eveneens hachelijker.

Dat zegt econoom Hans Groeneveld van De Nederlandsche Bank (DNB) in het jongste nummer van Economische Statistische Berichten, dat deze week verschijnt. Zijn artikel, op persoonlijke titel geschreven, wordt ondersteund door verscheidene andere economen van de centrale bank.

Ook Groenevelds werkgever vindt de hypotheekverstrekking wel erg hard gaan. “Het is een onderwerp waarop de bank nauwlettend toezicht houdt”, aldus een woordvoerder van de bank desgevraagd.

“Het terrein wordt goed gecovered zodat we kunnen ingrijpen op het moment dat het nodig mocht zijn. We nemen op de korte termijn nog geen maatregelen”, aldus de DNB-zegsman.

Door de hogere schulden, onder meer via tweede- en derde-hypotheekcontracten, is mogelijk ook de hypotheekportefeuille van de Nederlandse banken verslechterd, concludeert Groeneveld. De overwaarde van het onderpand - de marktprijs van het onderpand minus de restantschuld die erop rust - wordt immers kleiner.

Groeneveld is bang dat die de kwetsbare positie van huishoudens en banken bij een rentestijging een conjuncturele inzinking zal versterken. Veel gezinnen verzilveren momenteel immers de overwaarde van hun woningbezit en zetten hun tweede of derde hypotheek in voor consumptieve doeleinden en voor de aankoop van effecten. Ongeveer de helft van het uitstaande hypotheekbedrag (21 miljard gulden) is vorig jaar niet besteed aan verbeteringen aan woningen of nieuwe woningen.

Een hogere hypotheekrente gaat doorgaans gepaard met een daling van de woningprijzen. Dalen die, dan kan de financiële positie van de gezinnen ondermijnd raken met als gevolg een conjuncturele inzinking.

Groeneveld wijst erop dat vanaf 1975/76 de huizenprijzen sterk werden opgedreven door de grote vraag naar woningen, de ruimere verstrekking van overheidsgaranties en loonstijgingen van soms 10 procent. Eind jaren zeventig keerde het tij en kelderden de prijzen in een periode van 2,5 jaar.

“Tot op zekere hoogte liggen vergelijkbare factoren aan deze hausse ten grondslag als in het midden van de jaren zeventig”, waarschuwt hij. Net als toen vormen nu institutionele veranderingen, de introductie van nieuwe hypotheekvormen en de relatief lage reële rente de drijvende krachten. (ANP)