Gergjev doet sovjet-lofzang klinken als bezielde 'kunst'

Kirov Opera o.l.v. Valery Gergjev. Gehoord: 24/9 Doelen Rotterdam. Herhaling: 27/9 Concertgebouw Amsterdam (deels ander programma).

Zoals het Holland Festival vanaf het eind van de jaren tachtig consequent een lans brak voor de hedendaagse Russische muziek, zo werpt Valery Gergjev zich in zijn Rotterdamse festival op als advocaat van de Russische muziek die enkele generaties eerder werd gecomponeerd. Zo klonk gisteren tijdens het schaars bezochte concert van Gergjev met zijn Koor en Orkest van de Kirov Opera in De Doelen Poème de l'extase van Alexandr Skrjabin - soms adembenemend mooi. Vanuit dat mysterieuze begin werkte Gergjev toe naar een minutenlange orkestrale orkaan, een opzwepende climax zoals alleen Gergjev die in zijn beste momenten kan realiseren.

En er was de hier weinig bekende Tweede symfonie van Alexandr Borodin: vakkundig gemaakte muziek, lichtvoetig vooral, met veel tempowisselingen. De symfonie bevat puntige motieven (Allegro), effecten die op het randje van de kitsch balanceren (Andante en Finale), maar heeft evengoed luisterrijke motieven die aangenaam komen aangolven over een zee van repeterende nootjes (Scherzo).

De ontdekking van de avond was de Cantate voor de twintigste verjaardag van de Oktoberrevolutie, Sergej Prokofjevs eerste poging een grootschalig werk te componeren dat tegemoet kwam aan de wensen van het Sovjet-regime. In de literatuur wordt de Cantate veelvuldig genoemd, maar uitgevoerd werd het massieve muziekstuk voor zo'n vijfhonderd musici en een lengte van bijna driek wartier slechts zelden. Met motto's uit het Communistisch Manifest, redes van Lenin en Stalin en andere Marxistische retoriek geeft de Cantate heroïsch uitdrukking aan de Sovjet-pathetiek van weleer. De muziek is imposant: blaffend koper, dansende bayans (Russische accordeons), roffelende trommen, lopende bassen en hymnische strijkerslijnen. En dan is het pas-op-de-plaats-gemarcheer van de slagwerkers nog niet genoemd, de luchtafweer-sirenes, en het al naar gelang wiegende, scanderende of bulderende koor. Gergjev maakte er een groots en meeslepend feest van.

Dat de Cantate voor de twintigste verjaardag van de Oktoberrevolutie plompverloren deel kan uitmaken van een concertprogramma is een teken dat de verwerking van het communistisch trauma intussen ook in de cultuur in volle gang is. De teksten, die in Prokofjevs tijd aanvankelijk strijdlustig waren, vervolgens een angstaanjagende bijklank hadden en tegenwoordig vooral naïef aandoen, krijgen daarmee eenzelfde status als de teksten van een willekeurig sacraal muziekstuk. Zonder dat er nog aanstoot wordt genomen aan alle ideologische bombast, zal Prokofjevs muziek daardoor in toenemende mate als Kunstwerk kunnen worden beoordeeld - iets wat hij verdient. Ironisch blijft het dat het Koor en Orkest van de Kirov Opera, die dankzij Gergjev de geneugten van het kapitalistisme kunnen genieten, deze lofzang op de communistische heilstaat zo intens bezield ten gehore brachten.