Europeanen aan de zijlijn bij fusiegeweld in VS

AMSTERDAM, 25 SEPT. De ene reuzenfusie is nog niet achter de rug in de Amerikaanse financiële sector, of de andere komt er alweer aan. Gisteren kondigde Travelers', moeder van het Amerikaanse effectenhuis Smith Barney, een bod aan van 9 miljard dollar op het roemruchte huis Salomon Brothers.

Salomon Smith Barney, zoals de nieuwe combinatie moet gaan heten, wordt daarmee in één klap de een na grootste speler op de Amerikaanse financiële markten. In omzet gemeten dan, want in deze sector wemelt het van de ranglijsten waardoor elk groot huis wel in een segment de toppositie claimt. Alleen Morgan Stanley Dean Witter is in omzet nog groter en ook dat huis is het product van een fusie eerder dit jaar. De rij is lang: NationsBank kocht Montgomery, Fleet Financial nam Quick and Reilly over, Bankers Trust lijfde Alex Brown in en Roberts and Stephens werd gekocht door BancAmerica.

De versoepeling van de Amerikaanse Glass-Steagall Act, die banken tot voor kort dwong te kiezen tussen retail- en beursactiviteiten is een van de oorzaken van de overnamegolf. Maar, zo stelt hoofd research N. van Geest van SNS, de opkomst van de kleine belegger is minstens zo belangijk als verklaring. In de hele Westerse wereld drukken particuliere beleggers steeds meer hun stempel op de beurzen. De komende vergrijzing vertaalt zich in hogere besparingen en beleggers doppen vaker hun eigen boontjes. Institutionele beleggers zien hun marktaandeel navenant afnemen.

In de VS is het beeld niet anders. Dat betekent dat effectenbanken zich niet langer kunnen verlaten op hun institutionele cliëntele en op zoek moeten naar partners die juist een sterke basis hebben in het particuliere effectenbedrijf. Niet alleen om transacties te doen, maar ook om nieuwe aandelen te plaatsen. Placing power is het onderlinge concurrentiewapen van effectenbanken en de spelers die een global placing power kunnen laten zien, maken de grootste kans de vetste emissies of plaatsingen in de wacht te slepen. Dat geldt niet alleen voor aandelen, maar ook voor obligaties waar Salomon Brothers van oudsher ijzersterk is.

Amerikaanse huizen waren al dominant, maar nu ze onderling of met banken hun krachten bundelen wordt het voor buitenstaanders nog moeilijker om zich staande te houden in het internationale beursgeweld. Dat geldt met name voor de banken van het Europese continent. Londen wisten ze te veroveren: de kleinere effectenbanken en vermogensbeheerders zijn de afgelopen jaren in snel tempo opgeslokt door Deutsche Bank (Morgan Grenfell), Union Bank of Switzerland (Phillips & Drew), Swiss bank (Warburg), ABN Amro (Hoare Govett) en ING (Barings). Maar de stap naar de Verenigde Staten blijkt veel moeilijker, afgezien van een vroege fusie tussen Crédit Suisse en First Boston. ABN Amro lijfde eind vorig jaar de middelgrote beursbank Chicago Corp. in en ING kocht onlangs nog het effectenhuis Furman Selz. Maar de prijs van de grote vissen is volgens Van Geest prohibitief.

Salomon Brothers wordt verkocht tegen een prijs die gelijk staat aan tweemaal de boekwaarde. Nu noteert ABN Amro zelf ook zo hoog op de beurs, maar een aankoop van die orde van grootte kan op problemen stuiten. De bank gaat al geruime tijd over de tong als mogelijke overnemer van Lehman Brothers, sinds gisteren in omvang het vijfde Amerikaanse huis. Dat zou een fenomenale slag zijn, zij het tegen een prijs die gerekend naar wat voor Salomon is betaald, zou neerkomen op een slordige 8 miljard dollar. Volgens Van Geest zijn Amerikaanse concurrenten daarbij in het voordeel. Zij kunnen, met hun nationale aanwezigheid, rekenen op meer schaalvoordelen en kostenbesparingen en zich daarom een hogere koopprijs permitteren dan een buitenlander die deze synergie niet of nauwelijks heeft. Zodat, waagstukken daargelaten, elke Europese zoektocht op de Amerikaanse effectenmarkt zich bijna noodzakelijkerwijs zal moeten blijven houden aan een typisch Nederlands devies: op de kleintjes letten.