Europa ligt achter bij VS in race luchtvaartindustrie

BRUSSEL, 25 APRIL. De Europese vliegtuig- en ruimtevaartindustrie moet in versneld tempo grondig worden gereorganiseerd. Dat is noodzakelijk om de Amerikaanse concurrentie te overleven. De huidige versnippering maakt de positie van deze industrietak bijzonder zwak tegenover de de bedrijven in de Verenigde Staten, waar al sinds de jaren tachtig ingrijpende herstructureringen zijn gebeurd.

Dat concludeert de Europese Commissie in een document over de toekomst van de Europese vliegtuig- en ruimtevaartindustrie. De Commissie had dit rapport afgelopen zomer aangekondigd, nadat zij de fuserende Amerikaanse vliegtuigfabrikanten Boeing en McDonnell Douglas tot concessies had gedwongen. De nieuwe Amerikaanse combinatie zou volgens de Commissie een te dominerende marktpositie krijgen. Boeing/McDonnell heeft zeventig procent van de markt van grotere vliegtuigen voor de burgerluchtvaart in handen.

Europees commissaris Bangemann, die verantwoordelijk is voor het industriebeleid, zei gisteren dat de Verenigde Staten op het ogenblik 58 procent van de wereldmarkt voor lucht- en ruimtevaart produkten in handen heeft, tegen Europa slechts 29 procent. De twintig Amerikaanse ondernemingen die begin jaren tachtig nog in de sector actief waren zijn omgevormd tot drie grote groepen. In Europa zijn op het ogenblik zes fabrikanten van burgervliegtuigen, zes fabrikanten van militaire vliegtuigen, drie producenten van helikopters, twaalf ondernemingen die raketten bouwen, zes fabrikanten van militaire electronica en vijf belangrijke ondernemingen op het gebied van satellieten. Als al die Europese ondernemingen zouden fuseren, zouden ze samen nog altijd kleiner zijn dan Boeing/Mc Donnell Douglas.

Volgens Bangemann heeft de Amerikaanse concurrentie het voordeel dat civiele en militaire produktie binnen eenzelfde bedrijf gebeurt. Daardoor kan de burgerluchtvaart voordelen trekken van onderzoek dat - gefinancierd door de Amerikaanse overheid - gebeurt voor militaire doeleinden. In Europa is dit vrijwel niet mogelijk. Bangemann zei dat Boeing/McDonnell Douglas tien keer meer geld aan onderzoek en ontwikkeling kan besteden dan de Europese vliegtuigfabrikant Airbus.

De regering van de Verenigde Staten steunt bovendien de export van de Amerikaanse vliegtuig- en ruimtevaartindustrie. Daarbij wordt dikwijls politieke druk op buitenlandse regeringen uitgeoefend. Volgens Bangemann ervaren Europese industrieën dit als oneerlijke concurrentie.

De Europees commissaris zei gisteren bij de presentatie van de conclusies van de Commissie dat de lidstaten van de Europese Unie moeten begrijpen dat nationale oplossingen niet meer mogelijk zijn. Ook joint-ventures van industrieën van verschillende Europese landen die in bepaalde produkten zijn gespecialiseerd zijn volgens hem niet voldoende.

Bangemann zei dat het belangrijkste doel moet zijn een einde te maken aan de versnippering van de sector. Daarbij zou als ideaal moeten gelden het vormen van groepen ondernemingen die net als hun Amerikaanse concurrenten actief zijn op de meeste gebieden van de vliegtuig- en ruimtevaart.

Om te beginnen zou daarom getracht moeten worden om enkele sectoren samen te voegen. Daarbij zou van groot belang zijn dat ook de Europese burgerluchtvaart gebruik kan maken van het geld dat overheden besteden voor onderzoek in de militaire sector. Bangemann erkende dat het moeilijk zal zijn om te komen tot één Europese defensieindustrie, maar hij zei te menen dat dit onvermijdelijk is als de Europese Unie ooit een gezamenlijk defensiebeleid wil. Hij herinnerde eraan dat de Commissie vorig jaar al heeft voorgesteld om voor de defensiesector de Europese regelgeving voor overheidsaankopen te laten gelden. De defensieindustrie behoort nog altijd tot de nationale competentie van de EU-lidstaten.

De Europese Commissie beschouwt de vliegtuig- en ruimtevaart als een belangrijke industrie voor de toekomst. Bangemann gaat ervan uit dat het aantal mensen dat in Europa in deze sector werkt fors kan toenemen. Op het ogenblik werken 370.000 mensen direct en indirect voor de lucht- en ruimtevaart.

De Commissie wil het onderzoek in deze sector bijzonder gaan steunen. Bovendien zou de industrie gediend zijn door de instelling van een Europese luchtvaart autoriteit, die standarisering binnen de EU zou kunnen bewerkstelligen.

Dat zou tot grote besparingen leiden. Bovendien zou volgens Bangemann een Europese steun voor export moeten worden opgezet. Uitvoer van militair materieel is tot nu toe een strikt nationale aangelegenheid voor de EU-lidtstaten.