Erik Brey bewijst zijn talent in solodebuut

Voorstelling: Erik Brey. Gezien: 23/9 in Concertgebouw Kleine Zaal, Amsterdam. Tournee t/m 14/5. Inl. 020-6793121.

Als vanzelf raakte Erik Brey, toen hij in 1980 met een paar medestudenten de vrolijke theatergroep Purper oprichtte, in de begeleidersrol terecht. Hij kon nu eenmaal piano spelen. En hoe veel soli hij in de afgelopen zeventien jaar ook voor zichzelf heeft opgeëist - hij bleef achter de piano het fundament vormen van het ensemble dat voortdurend van bezetting wisselde. Tot hij eerder dit jaar afscheid nam van Purper om voor zichzelf te beginnen. “Ik was er aan toe”, schrijft hij in het programmaboekje van zijn solodebuut dat dinsdagavond in première ging.

In de voorstelling die gewoon Erik Brey heet, speelt de vleugel nog steeds een belangrijke rol. Maar nu is Brey zelf de heer en meester, die met zijn krachtdadige toucher alleen zichzelf hoeft te begeleiden en desgewenst ook naar voren kan lopen als hij een verbindend praatje wil houden. Over muziek gaat het vanavond, zegt hij, en zijn optreden riep bij mij herinneringen op aan dat ene leuke schoolconcert, toen een aardige meneer ons op aanstekelijke wijze inwijdde in de muziekgeschiedenis en af en toe naar de piano liep om een riedeltje voor te spelen.

Brey's territorium is echter groter. Niet alleen zingt en speelt hij een pakkende samenvatting van Carmen en niet alleen laat hij horen hoe een gedicht van Hoornik kan klinken op een stukje Bach, maar ook doet hij in zijn eentje de slotdialoog van Casablanca en komen er in hoog tempo een groot aantal hits uit recenter dagen voorbij. Meer nog dan de piano vormen de vele zangstijlen die hij weet te persifleren zijn specialiteit. Dat hij uiteenlopende timbres beheerst was al bekend van zijn glansnummers bij Purper. Nu kan hij dat talent eens te meer uitbuiten.

Anders dan de klavierkomiek Hans Liberg, die zappend alle genres tot één geheel maakt, is Brey de gesoigneerde entertainer die stijlvast zijn muzikale bevindingen illustreert en ieder nummer afrondt. Ook brengt hij een aantal welluidende chansons van eigen en andermans makelij ten gehore, die doen denken aan het soort liedjes dat Wim Sonneveld zo mooi zong. In één ervan, een nummer over de favoriete schrijfsters wier boeken met de zanger mee naar bed gaan, klinken zelfs echo's door van het Sonneveld-succes Mijn discotheek.

Erik Brey is echter vooral zichzelf - een man die de indruk wekt dat hij enthousiast aan een nieuwe onderneming is begonnen, en ook nog lang niet is uitgespeeld.