De televisie als kinderlokker

Kinderen tussen zes en twaalf jaar kijken gemiddeld twee uur per dag televisie en lezen nog maar vijf minuten per dag. Moeten de ouders zich daarover zorgen maken? Die vraag wierp Teleac/NOT op in het programma Boek & Buis.

Mijn primaire reactie: nee. Mijn secundaire: ook nee.

Wat niet wegneemt dat de zorgen mij bekend voorkomen. Als je als ouder overdag thuiskomt, en je ziet je kinderen weer eens, ogenschijnlijk zielloos, voor de buis hangen, komt onwillekeurig de krachtige opvoeder in je boven.

“Jongens! Weten jullie wel wat voor prachtig weer het is? Pak je fiets en ga lekker een beetje uitwaaien op de hei!”

Een zacht kermen in de hoek van de kamer is je deel. “Even stil, pap, het is net spannend.”

Op het scherm zie je hoe een buitenproportioneel grote robot gehakt maakt van een lelijk, groenig insect met enorme voelsprieten. Een kwestie van stampen en aanvegen. Als voetbalsupporters dat met elkaar doen, spreekt heel Nederland er maandenlang schande van.

“Huiswerk al klaar?” informeer je zo luchtig mogelijk.

“Het is maar heel weinig”, hoor je dan. Of: “Er vallen morgen nogal wat uren uit.” Dat laatste is mij als ouder nog het meest bijgebleven: de ongelofelijke hoeveelheid lesuren die in de loop van zo'n schoolperiode uitvallen. Is er eigenlijk wel eens onderzoek gedaan naar spijbelende docenten?

Er zijn ouders die onverbiddelijk de strijd aanbinden met Het Huiskamermonster. Zij beschouwen de tv als een verderfelijke kinderlokker. Overdag mag de tv niet aan en 's avonds wordt er 'gedoseerd' gekeken, liefst naar het Jeugdjournaal en Het Klokhuis.

Arme kinderen. Als ze zó gekortwiekt worden, nemen ze op den duur onherroepelijk hun strategische tegenmaatregelen. Dat hebben kinderen altijd gedaan. In mijn jeugd mocht je als kind geen stripverhalen lezen. Wat deed je dus? Je nam ze mee naar school en las ze tijdens de les 'onder de bank'.

De televisiekinderen van nu halen hun schade in als pa en ma niet thuis zijn, of ze gaan naar vriendjes waar het wél allemaal mag. Er is dus geen kruid tegen gewassen. Als kinderen dol zijn op televisie, zijn ze er met geen honderd paarden vandaan te trekken.

In plaats van het uitvaardigen van verbodsmaatregelen kun je als ouder de tv beter gebruiken als een nuttige pion in de opvoeding. Kijk af en toe met je kinderen mee, wijs hun op programma's waar ze ook wat van kunnen opsteken (gebruik dat woord overigens nooit!), maar begin dan niet bij Diogenes of Chirurgenwerk.

De humor van Jiskefet is óók aan kinderen besteed en ze kunnen wel degelijk geboeid raken door korte, sociale documentaires en de praatprogramma's van Sonja Barend en Paul Witteman.

In de afwerende reactie van ouders op tv zit vaak iets huichelachtigs. Zélf liggen die ouders 's avonds geregeld volkomen uitgeblust voor de buis, waarop zich een onbenullige voetbalwedstrijd afspeelt of een soft-erotisch misbaksel. Een van de twee vaders in de Teleac-reportage was zo eerlijk het toe te geven: “Na mijn werk wil ik niet nadenken, dan ga ik zappen.”

Teleac had met twee gezinnen een proef genomen: een week lang mocht de tv niet aan. Het was een wat rommelig gefilmd experiment, zodat niet helemaal duidelijk werd wat nu precies de bevindingen waren. Maar als ik het goed begrepen heb, waren de reacties zeer gemengd.

Er was meer tijd geweest om te lezen en met elkaar te praten, maar het had ook tot spanningen geleid. Een moeder zei: “Het was vermoeiend. Je was erg bezig met het bedenken van dingen voor ze en je moest veel ruzies oplossen. Anders neemt de tv dat over.”

Nu hoor ik de gestaalde opvoeders onder ons al roepen: “Dan had je maar geen moeder moeten worden!” Maar dat is gemakkelijker gezegd dan nagelaten. En de moeders van nu hebben andere dingen aan het hoofd dan de moeders van vijfentwintig jaar geleden. Velen hebben overdag buitenshuis gewerkt en willen 's avonds wel eens even 'zitten'.

“Ik blijf veel tv kijken”, zei het zoontje van een van de proefgezinnen. “Waarom? Omdat het het leukste is.” Ik zou zeggen: láát die jongen.