De dokter en de filantroop

peculanten staan bekend als koelbloedige cynici. Ze gaan er van uit dat overheden niet bereid zijn om de maatregelen te nemen die noodzakelijk zijn om economische fouten tijdig te corrigeren. Ze gokken op instabiliteit en met hun gedrag forceren ze een financiële crisis.

Het is een zichzelf vervullende voorspelling: valutaspeculanten beschikken over vrijwel onbeperkte financiële middelen waarmee ze de koers van munten kunnen maken en breken. Maar daarachter ligt altijd een probleem van economisch wanbeleid. Als er geen onevenwichtigheden zijn, valt er ook niets te speculeren.

Het verschijnsel van financiële hoogmoed, gevolgd door paniek en instorting is van alle tijden. Latijns Amerika heeft een kleurrijke geschiedenis van crises. Na jarenlang te zijn bewierookt als de 'Aziatische tijgers' zijn deze zomer de Zuidoost-Aziatische landen het middelpunt van de paniek. Munten van exotische vakantielanden zoals de Thaise bath en de Maleisische ringgit, kelderden in koers. De tijgers zijn ten prooi gevallen aan de hebzucht van de speculatieve jagers.

Afgelopen weekeinde gaven twee hoofdrolspelers hun ongezouten mening over de crisis in Azië. Aan de vooravond van de vergadering van het Internationale Monetaire Fonds en de Wereldbank in Hongkong, de jaarlijkse jamboree van de monetaire mandarijen, internationale bureaucraten en financiële ego's, spraken dr. Mohamad Mahathir, de arts-premier van Maleisië, en George Soros, de speculant-filantroop van Hongaarse afkomst, over de macht van de financiële markten. Vanuit twee totaal verschillende perspectieven: dr. Mahathir toonde zijn nationalistische gekwetstheid en riep op tot een verbod van de valutahandel. Soros waarschuwde dat een dergelijke maatregel vernietigende effecten voor Maleisië zou hebben en schilderde Mahathir af als een gevaar voor zijn eigen land.

Het was een uitwisseling vol persoonlijke rancune tussen de dokter en de filantroop. Dat venijn heeft een achtergrond.

Precies vijf jaar geleden, in september 1992, dwongen speculanten het Britse pond uit het wisselkoersmechanisme van het Europese Monetaire Stelsel. Het Quantum Fund van Soros, een zogenoemd hedge fund dat met geleend geld risicovolle posities inneemt, was de grootste afzonderlijke partij die tegen het pond speculeerde. Met succes: het Quantum Fund incasseerde een winst van een miljard dollar; Soros kwam bekend te staan als “de man die de Bank of England brak”.

Tegenover iedere verkoper staat altijd een koper. Eén van de kopers in die hectische dagen was de Negara Bank uit Maleisië. Deze staatsbank had een beruchte reputatie als speculant in de internationale markten. Terwijl Soros ponden verkocht, gokkend op een devaluatie, kocht de Maleisische bank in de verwachting dat de Britten het pond zouden blijven verdedigen. Maar de Britse regering gaf zich na anderhalve dag van paniek over. Soros' winst was (gedeeltelijk) het verlies van de Maleisiërs.

Dat heeft tot bitterheid geleid en het verklaart misschien de kwaadaardige, haast racistische toon van de Maleisische aanvallen op Soros. En, toeval of niet, Bank Negara is nu het middelpunt van de overmatige kredietverlening aan risicovolle projecten in Maleisië die aanleiding heeft gegeven tot de huidige crisis.

Soros wilde niet aan de episode van 1992 herinnerd worden. Toen hem deze week in Hongkong gevraagd werd of hij zich indertijd bewust was geweest dat één van de grote tegenpartijen Bank Negara was, antwoordde hij met een afgemeten 'nee'. Hij zei er niet bij dat dit later wel degelijk in de markten bekend was geworden. Het werd mij persoonlijk deze week door goed geïnformeerde bankiers bevestigd.

Soros ging wel in op de “vuige insinuatie” van de Maleisiërs dat hij de aanzet tot de valutacrisis zou hebben gegeven in verband met zijn inspanningen voor politieke vrijheid in Birma. Zijn bezorgdheid is ingegeven door de verslechtering van de mensenrechtensituatie in dat land. Desondanks werd Birma deze zomer toegelaten tot de ASEAN, de club van Zuidoost-Aziatische landen, tegen de zin van de Westerse landen. Maar Soros had in de maanden voorafgaande aan de crisis helemaal geen ringgits verkocht, hij had ze juist gekocht. De financier had in dit geval dus verkeerd gegokt.

Een deel van zijn fabelachtige vermogen gebruikt Soros voor zijn 'Open Society Foundations'. Deze stichtingen zijn actief in Oost-Europa, de voormalige Sovjet-Unie en in ontwikkelingslanden. Ze houden zich bezig met steun aan democratische bewegingen, humanitaire hulp in vergeten conflictlanden, onderwijsprojecten en de bevordering van de vrijheid van meningsuiting.

De confrontatie tussen Soros en Mahathir was dan ook een botsing van ideologieën. De Maleisische dokter vertolkte de paranoia van een gekwetst ontwikkelingsland dat zich vernederd meent door de machtigen der aarde. Het is het autoritaire standpunt van een bewind dat geen tegenspraak duldt. De gedachte van een 'open samenleving' is daarvan lichtjaren verwijderd. Soros gaat uit van de erkenning dat markten, net als mensen, gedoemd zijn fouten te maken. Daarom zijn een vrije economie en de vrije uitwisseling van meningen onlosmakelijk met elkaar verbonden. De dokter zou eens bij de filantroop in behandeling moeten gaan.