'Celstraf veel te traag uitgevoerd'

DEN HAAG, 25 SEPT. De Algemene Rekenkamer vindt dat er te veel tijd verstrijkt tussen de 'heenzending' van veroordeelden uit voorlopige hechtenis en het begin van hun celstraf. Dit duurt gemiddeld zestien maanden, blijkt uit het rapport 'Heenzending en tenuitvoerlegging straffen' dat de Rekenkamer vandaag publiceert. Een aantal straffen wordt nooit uitgevoerd doordat veroordeelden zich niet melden bij de gevangenispoort.

De Rekenkamer onderzocht 238 dossiers van verdachten die in 1993 werden heengezonden. Gemiddeld duurde het bijna vijf maanden tot zij werden veroordeeld, en nog elf maanden tot zij aan hun straf konden beginnen. Volgens de Rekenkamer verdwijnt op die manier het verband tussen delict en straf.

De meeste heengezondenen waren opgepakt wegens diefstal, vaak in relatie met drugsgebruik (75 procent). Onder hen waren geen plegers van zware geweldsmisdrijven. Driekwart van de verdachten werd veroordeeld tot een celstraf, met een gemiddelde duur van acht maanden. Een kwart van de straffen bleek drie jaar na de heenzending nog altijd niet ten uitvoer te zijn gelegd.

Het aantal heenzendingen is door de toename van het aantal cellen gedaald van 4.300 in 1993 tot 1.800 vorig jaar. Maar vorig jaar had het openbaar ministerie een voorraad van 18.000 vonnissen die nog moesten worden uitgevoerd. Volgens de Rekenkamer is de kans groot dat een deel van de veroordeelden de dans ontspringt. Veel van hen melden zich niet uit zichzelf bij de gevangenispoort nadat ze een oproep hebben gekregen tot 'zitten'. Parketten nemen volgens de Rekenkamer in dat geval “een afwachtende houding” aan.

Procureur-generaal D.W. Steenhuis, binnen het college van PG's verantwoordelijk voor de uitvoering van straffen, zei in reactie op het rapport in het tv-programma Middageditie dat het OM voor de uitvoering van straffen grotendeels afhankelijk is van andere instanties, zoals gevangeniswezen en reclassering. De voorraad 'lopende vonnissen' is volgens hem “aanzienlijk gedaald”.

Volgens de Rekenkamer is de informatievoorziening bij justitie over heenzendingen en tenuitvoerlegging slecht. Zo bleek het aantal heengezondenen over de eerste helft van 1994 volgens het interne informatiesysteem Rapsody 12 procent lager te zijn dan volgens de kwartaalrapportages van Justitie aan de Kamer. Een verklaring hier voor vond de Rekenkamer niet .