'Benzine stinkt naar fiscus'

ROTTERDAM, 25 SEPT. Op de benzinemarkt wordt hard geconcurreerd en als de 'marktwerking' verder zou moeten worden opgevoerd, dan leggen pomphouders het loodje, zo meent president-directeur J.H. Schraven van Shell Nederland. “Wie 40 liter benzine gaat tanken moet zich bij de kassa realiseren dat hij 64 gulden aan de overheid betaalt en 4,40 gulden aan de pomphouder, die daar zijn stationskosten en zijn personeel van moet betalen en bovendien moet zien dat hij er zelf nog een inkomen aan overhoudt.

Als hij zijn marge op een liter benzine met drie cent terug brengt kan hij zijn personeel niet meer betalen en als wij het doen gaan we ook in de rode cijfers.''

Schraven stoort zich bijzonder aan de suggestie die vanuit politieke hoek wordt gewekt als zouden oliemaatschappijen afspraken met elkaar en met pomphouders maken om de benzineprijs kunstmatig hoog te houden. “Er zijn geen afspraken gemaakt, pomphouders staan niet onder dwang en voor zover er aan de benzineprijs een luchtje zit, dan ruikt die naar belasting,” aldus een geagiteerde Schraven, die gisteren een rapport naar buiten bracht op grond van een onderzoek naar de prijsopbouw van benzine in Nederland en een aantal andere Europese lidstaten, dat is verricht door het Britse bureau Oil Price Assessment Limited (OPAL).

Lagere benzineprijzen door een geringere marge leiden tot de sluiting van bijna een kwart van de benzinestations, hetgeen een verlies van 5.000 tot 7.500 banen tot gevolg heeft en verschraling van het benzine-aanbod op het platteland. Daardoor zal de consument meer kilometers moeten rijden om te kunnen tanken wat weer nadelig is voor het milieu is. Schraven waarschuwt voor 'Franse toestanden', waarbij grote supermarkten benzine leveren tegen kostprijs. De perifere pomphouder is daardoor verdwenen.

Schravens ergernis ten aanzien van de politiek geldt in het bijzonder minister Wijers (Economische Zaken). De bewindsman vindt op basis van een onderzoek van het Economisch Instituut voor het Midden- en kleinbedrijf (EIM) dat er ruimte is voor meer marktwerking in de benzinebranche. Maar het EIM baseert zich volgens Schraven op een onderzoek van accountantskantoor Coopers & Lybrand, dat uitgaat van onjuiste cijfers.

Dat er volop marktwerking is bewijst volgens Schraven het feit dat 58 procent van de pompstationhouders superbenzine met loodvervanger onder de Shell-adviesprijs verkoopt. Voor diesel en Euro-loodvrij geldt een percentage van 53, terwijl negen van de tien pomphouders LPG onder de adviesprijs verkoopt. “Als die marge verder wordt verkleind zal dat dus vooral extra mobiliteit op het platteland teweeg brengen en dat lijkt me uit milieu-oogpunt buitengewoon onwenselijk,” aldus Schraven.

Die extra mobiliteit blijkt al een duidelijk effect te zijn van de jongste accijnsverhoging, die het vooral pomphouders in de grensstreek met Duitsland moeilijk heeft gemaakt. “Van de automobilisten in de grensstreek blijkt nu 42 procent in Duitsland te gaan tanken, veel meer dan eerder werd aangenomen. De mensen die dat doen blijken daarvoor gemiddeld zestien kilometer om te rijden. En dat doen ze gemiddeld 2,6 keer per maand. Dat komt neer op een totaal van zes miljoen kilometer per jaar.

In eerste instantie hebben we aangenomen dat door die accijnsverhoging zo'n vijfhonderd miljoen gulden aan accijns 'weglekt' naar Duitsland, maar een miljard gulden blijkt nu dichter bij de realiteit te komen,'' stelt Schraven.

Dat het ook in Nederland geen vetpot is met de benzineverkoop blijkt ook uit het feit dat Aral en Elf hun pompen vorig jaar te koop hebben gezet, maar belangstelling om ze te kopen was er niet, meent Schraven.

Uit het eigen cijferonderzoek van Shell blijkt overigens dat de oliemaatschappijen in Nederland de hoogste marge van Europa hebben, bijna twee maal zoveel als in Duitsland. Maar ook de marge van de pomphouder ligt flink boven het gemiddelde. Zo verdient de Nederlandse pomphouder ruim drie maal zo veel aan een liter benzine als zijn Britse collega. Die vergelijking gaat volgens Schraven echter mank, omdat in Engeland al meer dan een jaar een 'benzine-oorlog' woedt. Dat in Nederland die marges relatief hoog zijn heeft meer te maken met het aantal gemiddeld per benzinestation verkochte liters. Daarmee scoort Nederland op België na het laagst van de landen die in het onderzoek zijn betrokken.