Van Mierlo zegt 10 mln toe; Nederland wil strafhof VN in Den Haag

NEW YORK, 24 SEPT. Nederland biedt de Verenigde Naties 40 miljoen gulden aan om het nog op te richten internationale strafhof voor oorlogsmisdaden ISO in Den Haag te vestigen. Daarnaast is Nederland bereid 10 miljoen gulden per jaar bij te dragen aan de exploitatiekosten, tot maximaal 60 miljoen.

Daarna moeten de Verenigde Naties de kosten zelf bestrijden. Minister Van Mierlo (Buitenlandse Zaken) deed het aanbod gistermiddag in zijn toespraak tot de 51ste Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in New York. Andere landen die zich interesseren voor de vestiging van het nieuwe strafhof zijn Zwitserland, Italië en Duitsland.

Naast het Internationale Hof, het Hof voor Arbitrage en het Oorlogstribunaal is het logisch, zo meent het kabinet, dat ook het strafhof voor de berechting van oorlogsmisdaden naar Nederland komt. Volgende zomer wordt in Rome een conferentie belegd om tot de oprichting van een Internationaal Strafhof te komen. Het kabinet denkt erover het nieuwe VN-instituut te vestigen in de gebouwen waar nu verdachten van oorlogsmisdaden in het voormalige Joegoslavië in Den Haag terechtstaan.

Van Mierlo noemde het strafhof een belangrijk podium om de rechten van de mens te verdedigen. Hij hekelde regeringen die de Verenigde Naties buiten hun grenzen willen houden als het om schendingen van mensenrechten gaat. Ook regeringen die alleen maar een debat willen aangaan zonder echte maatregelen te nemen tegen het met voeten treden van mensenrechten komen volgens Van Mierlo hun plichten niet na.

Het was duidelijk dat hij zonder deze landen met name te noemen China en Indonesië op het oog had. Deze twee landen, samen met andere Aziatische landen, zeggen dat er een verschil bestaat in 'culturele identiteit' en dat daarmee rekening moet worden gehouden als Westerse landen spreken over de universaliteit van mensenrechten.

Nederland is van mening dat de Verenigde Naties op het terrein van verdedigen van mensenrechten vorderingen hebben gemaakt. “Totalitaire regimes zijn aan het verdwijnen en democratie is aan de winnende hand”, aldus Van Mierlo. “Er wordt meer belang gehecht dan vroeger aan de driehoek van democratie, kwaliteit van bestuur en mensenrechten.”

In het begin van zijn toespraak prees minister Van Mierlo de pogingen van VN-secretaris-generaal Kofi Annan om tot hervormingen binnen de wereldorganisatie te komen. Hij gaf aan dat de internationale organisatie geloofwaardigheid heeft verloren omdat het aantal commissies en directoraten zo is uitgebreid en het aantal internationale ambtenaren in de loop der jaren zo is toegenomen.

Nederland heeft begrip voor de wens van ontwikkelingslanden om het bedrag voor ontwikkelingsprogramma's via instituten van de Verenigde Naties te vergroten. Van Mierlo riep nieuwe geïndustrialiseerde landen, met name in Azië, op om meer bij te dragen aan de ontwikkeling van achtergebleven gebieden. “Vrijwillige bijdragen moeten niet jaar in jaar uit komen van een kleine groep donoren”, aldus de minister. Over vredesoperaties merkte hij op dat vluchtelingen van de Verenigde Naties verwachten dat zij worden verlost van onderdrukking, honger en moord. Op dat terrein zouden leden van de Verenigde Naties volgens de Nederlandse regering meer moeten doen.

Van Mierlo riep de 185 landen van de Verenigde Naties op tot gecoördineerde actie ter voorkoming van conflicten. Preventieve diplomatie, politieke bemiddeling, humanitaire hulpacties, economische alternatieven en betere communicatie moeten sluipende conflicten onderkennen en tegengaan.