Ook CNV-bond wil 3,5 procent loonsverhoging

ROTTERDAM, 24 SEPT. De nieuwe fusiebond CNV Bedrijvenbond zet bij de komende CAO-onderhandelingen in op 3,5 procent extra loon. Daar bovenop wil de grootste CNV-bond 1 procent loonruimte reserveren voor nieuwe arbeidsmarktprojecten. Met dit eisenpakket volgt de CNV-bond de collega's bij de FNV op de voet.

De vakcentrale CNV, die twee weken geleden een discussienota over arbeidsvoorwaarden presenteerde, weigerde toen om een maximum looneis bekend te maken. Volgens de vakcentrale zou daarmee een verkeerd signaal worden afgegeven, omdat dan het accent te veel op loon komt te liggen en te weinig op werkgelegenheid.

Hoewel CNV Bedrijvenbond wel uitgaat van een concrete looneis, blijft ook voor deze bond de stimulering van werkgelegenheid voorop staan. “Arbeidsmarktbeleid heeft een hogere prioriteit dan de inkomensontwikkeling”, zei voorzitter Doekle Terpstra gisteren bij de presentatie van het eisenpakket voor de komende CAO-onderhandelingen. Eerst moet één procent voor arbeidsmarktprojecten worden binnengehaald, daarna zal pas gepraat worden over de looneis. Bij bedrijven of bedrijfstakken die goed renderen kunnen daarnaast winstdelingsregelingen, eenmalige uitkeringen en aandelen- of optieregelingen worden afgesproken.

CNV Bedrijvenbond, die begin volgend jaar ontstaat uit een fusie van de Vervoersbond en de Industrie- en voedingsbond, ziet de 36-urige werkweek niet langer als enige mogelijkheid om tot structurele herverdeling van werk te komen. In de arbeidsvoorwaardennota schrijft de bond dat het besef is doorgedrongen dat arbeidsduurverkorting niet “het wondermiddel tegen werkloosheid” is. Arbeidsduurverkorting zal volgens de CNV-bond wel doorzetten, maar dan in individuelere vorm, omdat werknemers er op een bepaald moment tijdens een loopbaan zelf voor kiezen.

CNV Bedrijvenbond wil met de werkgevers ook afspraken zien te maken over een gedeelde scholingsplicht. Werkgevers hebben in de visie van de CNV-bond de plicht goede scholing aan te bieden. Werknemers hebben de plicht er alles aan te doen hun marktwaarde op de arbeidsmarkt te behouden.