Monique van de Ven

In een serie profielen van gezichtsbepalende sterren deze week Monique van de Ven, de oer-Hollandse schoonheid uit Turks fruit en twee dozijn andere films die nu de eregast is tijdens het Nederlandse Film Festival.

“Hallo, ik ben Monique van de Ven en ik heb het maar makkelijk”, zegt de blonde actrice in de recente advertentiecampagne van een verzekeringsmaatschappij. Het vlotte intro verwijst naar een vooroordeel dat Neerlands grootste filmster vanaf het begin van haar carrière heeft aangekleefd. Monique van de Ven, dat was een natuurtalent, bij toeval ontdekt tijdens de screentests voor Turks fruit van Paul Verhoeven (1973) en sindsdien overstelpt met op haar lijf geschreven rollen. Zij was de spontane, sexy jonge meid die eigenlijk niet eens hoefde te acteren om indruk te maken - het vleesgeworden naturel. Het duurde tot Ademloos van Mady Saks (1982), een film over een vrouw met een postnatale depressie, voor de critici inzagen dat Van de Ven ook serieuze personages kon spelen, en vooral: dat die haar niet kwamen aanwaaien.

Tot in het midden van de jaren tachtig werd Van de Ven - donkere ogen, bolle toet, hese twinkelstem, volle sensuele lippen van vóór het siliconentijdperk - keer op keer gecast als kinderlijk onschuldige seksbom, of het nu was in het prostitutiedrama Keetje Tippel (Verhoeven, 1975) of het lesbische liefdesverhaal Een vrouw als Eva (Nouchka van Brakel, 1979). Ze speelde een warmbloedig koffiemeisje tegenover Rijk de Gooijer in Hoge hakken echte liefde (Dimitri Frenkel Frank, 1981), een onweerstaanbaar schildersmodel in Brandende liefde (Ate de Jong, 1983) en een femme fatale in De schorpioen (Ben Verbong, 1984). Maar zelf was ze het trotst op haar rol als geëmancipeerde veearts op het Friese platteland in Iris (Saks, 1987) en die van een vrouw met een doodgeboren kindje in het autobiografische Romeo van Rita Horst (1990).

'Dik, lui, dom' luidde het oordeel op de nonnenschool over de in Zeeland, Noord-Brabant geboren Monique van de Ven (28 juli 1952). Tien jaar later werd ze als eerstejaars student van de toneelschool in Maastricht uitverkoren voor de rol van Olga in de verfilming van Jan Wolkers' Turks fruit, concurrentes als Olga Zuiderhoek en Willeke van Ammelrooy achter zich latend. Weer vijf jaar later gold Van de Ven, die met haar toenmalige (camera)man Jan de Bont inmiddels naar Hollywood was verhuisd, als de Hollandse filmster bij uitstek, een geheide publiekstrekker en een model voor iedere nieuwe actrice die in de polder opkwam. Renée Soutendijk, Johanna ter Steege, en zelfs de donkerharige Kim van Kooten - allemaal werden ze aan het begin van hun carrière met Van de Ven vergeleken.

Monique van de Ven is vaak de koningin van de Nederlandse cinema genoemd, onlangs nog in de serie korte compilatiefilmpjes ter ere van 100 jaar Nederlandse film. Ze laat het zich graag aanleunen, en speelde met merkbaar plezier twee jaar geleden de rol van de witte dame in Lang leve de koningin van Esmée Lammers. Ten opzichte van Turks fruit was haar gratie en aantrekkingskracht onverminderd; en heel af en toe schemerde een glimp door van dat wat ze naar eigen zeggen ooit hoopt te worden: een intrigerende actrice-op-leeftijd, een Hollandse Simone Signoret.