Midden-Oosten vraagt om Europees initiatief

Voor een hardere politiek van Europa tegenover Israel is veel te zeggen, vindt Robert Bosch. Het vredesproces verkeert in doodsnood.

Het bezoek van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright aan het Midden-Oosten heeft duidelijk gemaakt dat haar land om binnenlandse politieke redenen niet in staat - of misschien zelfs niet bereid - is echte druk op de huidige Israelische regering uit te oefenen. Daarom is het nu voor de Europese Unie tijd zelf een actieve rol in de regio te gaan spelen. De Unie zou moeten laten zien dat zij in staat is aan het zogeheten GBVB (Gemeenschappelijk Buitenlands- en Veiligheidsbeleid) een betekenisvolle inhoud te geven.

Dat het vredesproces in doodsnood verkeert, is inmiddels duidelijk. Mevrouw Albright heeft al laten merken zich hiervan bewust te zijn. Ook volgens haar is de huidige Israelische regering door haar politiek met betrekking tot de Palestijnen en het vredesproces op zijn minst medeschuldig aan de huidige explosieve situatie.

De Israelische regering moet dan ook duidelijk worden gemaakt dat het zo niet verder kan. Het Westen zal niet altijd achter Israel blijven staan als het land alle waarschuwingen naast zich neer blijft leggen en een politiek blijft voeren, waarbij het slechts een kwestie van tijd is, eer er opnieuw terreuracties te betreuren zullen zijn. Alle geweldplegingen in de regio zijn reacties, ingegeven door opperste frustratie en machteloosheid.

Maar Netanyahu's regering buit de gewelddadigheden steeds weer uit door nog harder tegen de Palestijnen op te treden. Hij beschuldigt de Palestijnse Autoriteit (PA) keer op keer van passiviteit bij de bestrijding van het terrorisme en benutte de vreselijke gebeurtenissen steeds weer door ze als excuus te gebruiken om zijn eigen verplichtingen in het kader van het vredesproces niet na te hoeven komen.

Het Westen lijkt daarbij steeds weer in dezelfde val te trappen. Het steunt Netanyahu expliciet door de PA ook op te roepen hard tegen de terroristen op te treden, om vervolgens dezelfde PA ervan te beschuldigen de mensenrechten te schenden. Voor de Palestijnse Autoriteit is dit een typische Catch-22-situatie!

Ondertussen begint het land meer en meer een extremistische religieuze staat te worden. Israel verwordt tot een land, dat mensenrechten niet meer serieus neemt, dat 'ethnic cleansing' in de praktijk brengt, dat verdragen naast zich neerlegt en dat meent zich uit naam van de nationale veiligheid alles te kunnen veroorloven. Juist van een volk dat een historie van lijden en vervolging heeft, zou wat meer begrip verwacht mogen worden voor anderen, die nu onder hen lijden.

Het wordt tijd via stille diplomatie, en als dit niet helpt openlijk, de Israelische regering te confronteren met de consequenties van haar beleid, ook al om de hevig verontruste Israeliërs die een rechtvaardige vrede willen, een steun in de rug te geven. Nu de rol van de Verenigde Staten als 'honest broker' uitgespeeld lijkt, zeker in de ogen van de Arabieren, ligt hier een taak voor de Europese Unie. De EU is de grootste handelspartner van Israel en er zijn veel overeenkomsten tussen beide partners, die gebaseerd zijn op traditioneel vriendschappelijke relaties.

Netanyahu zou allereerst door de EU terecht gewezen moeten worden over zijn ongenuanceerde uitspraken over de EU. Deze maand verklaarde hij in een interview in de Oostenrijkse krant Der Standard dat Europa de neiging heeft Israel in de eerste plaats te beschuldigen en een pro-Arabische politiek te volgen. Dat Europa Israel inmiddels via deelneming aan een scala van activiteiten, zowel binnen als buiten het kader van de EU, op politiek, economisch, wetenschappelijk, cultureel en sportgebied, inmiddels als een Europees land heeft geaccepteerd, is blijkbaar niet tot Netanyahu doorgedrongen.

In Oostenrijk, dat volgend jaar het voorzitterschap van de EU-Raad bekleedt, heeft Netanyahu slim gebruik weten te maken van het hier (terecht) bestaande schuldgevoel ten opzichte van de joden. Op subtiele wijze lijkt hij het voor de kritisch tegenover zijn politiek staande Oostenrijkers moeilijk te maken hun kritiek naar buiten te brengen.

De EU zal daar echter niet voor moeten wijken. Ze zal haar economische macht in de regio in politieke macht moeten omzetten door bijvoorbeeld de zojuist uitonderhandelde vrijhandelsovereenkomst met Israel op ijs zetten totdat Netanyahu zijn nederzettingspolitiek stopzet. Verder zou de EU Israel minder tegemoet kunnen komen op het punt van de deelneming aan diverse wetenschappelijke programma's, tot het moment dat de 'etnische reinigingen' in Jeruzalem werkelijk worden beëindigd.

Eerst zou binnenskamers met deze maatregelen kunnen worden gedreigd. Maar als een dergelijke 'stille diplomatie' niet werkt, zou het dreigement naar buiten kunnen worden gebracht, zodat de Israelische publieke opinie druk op de regering kan uitoefenen. Het hoeft geen betoog dat dit voorzichtig gespeeld moet worden en dat steeds benadrukt moet worden dat het hier geen anti-Israelische acties betreft en dat in het belang van de vrede in de regio wordt gehandeld.

De reacties van de Israelische regering op een dergelijke druk zijn voorspelbaar: Europa's rol in de regio zal wat Israel betreft uitgespeeld zijn. Dit hoeft Europa echter niet af te schrikken. Terwijl Israel economisch bijna totaal afhankelijk is van Europa, is dit in andere opzichten geenszins het geval. Israel zou zich wat meer naar Europa moeten schikken en Europa niet naar Israel.

Alleen door gebruik te maken van economische macht, zoals de Verenigde Staten dat ook steeds meer doen, kan de Europese Unie een politiek sterke macht worden en aanzien in de wereld verwerven. Dit vraagt een goede samenwerking, maar voor alles politieke moed en krachtdadigheid. Een vastberaden politiek in het Midden-Oosten zou een eerste voorbeeld kunnen zijn van een nieuw en daadkrachtig buitenlands Europees beleid.

Voor een hardere politiek tegenover Israel door de Europese Unie is genoeg te zeggen. Ten eerste is het een morele plicht. Als moslims vervolgd worden, door wie dan ook, moeten de daders ter verantwoording worden geroepen. Morele verontwaardiging over misstanden moet universeel zijn, om geloofwaardig te zijn. Aan moslim-fundamentalisten moeten geen verdere redenen voor anti-westers optreden worden verschaft. Het aarzelende westerse optreden in de Bosnië-kwestie heeft, zoals bekend, al eerder voeding aan anti-westerse gevoelens gegeven die de islamisten goed hebben weten uit te buiten.

Ten tweede is een hardere politiek tegenover Israel een moreel belang. De huidige Israelische regering speelt met haar vaak niets ontziende harde optreden in zowel Libanon als tegenover de Palestijnen, duidelijk diegenen in de kaart, die zich op het glibberige pad van het anti-semitisme bewegen. Vele Palestijnen - en niet alleen zij - vragen zich bijvoorbeeld af waarom joodse oorlogsslachtoffers steeds opnieuw financieel gecompenseerd moeten worden, terwijl de Palestijnen tot dusverre nooit voor hun bezitsverlies in de jaren veertig zijn gecompenseerd. Juist in het belang van de joodse oorlogsslachtoffers, moet er niet met twee maten worden gemeten.

Ten derde moet de regering-Netanyahu zich aan de afspraken houden die in het kader van het vredesproces zijn gemaakt, en niet ieder excuus aangrijpen om verplichtingen niet na te komen. Het vasthouden van Palestijnse tegoeden door Israel, tegen alle afspraken in en door iedereen, inclusief de Verenigde Staten, veroordeeld, is hier slechts één voorbeeld van. De actie van Netanyahu van afgelopen week om een deel van deze tegoeden eindelijk vrij te geven is typerend: Netanyahu weet te scoren door iets terug te geven dat hij helemaal niet zou moeten hebben!

Ten vierde is vrede in de regio van algemeen - dus ook westers - belang. Het gebied is te belangrijk om er zich afzijdig van te houden. Dit geldt des te meer daar de Europese Unie, de VS en Rusland medeondertekenaars van de diverse vredesakkoorden zijn en daardoor medeverantwoordelijk zijn voor de naleving ervan.

De tijd is voor de EU gekomen om daadkracht te tonen. Zich opnieuw slechts achter de VS te verschuilen, zoals nu vaak gebeurt, zou een teken van politieke impotentie zijn. Nederland zou bij deze acties, als traditionele vriend van Israel, in het belang van datzelfde Israel het voortouw kunnen nemen!