Een bewogen jaartje voor de Nederlandse film

Nederlands Film Festival, Utrecht. 24 sept. t/m 3 okt. Inl. (10-20u.) 030-2343629/2343788.

Het was een bewogen jaartje voor de Nederlandse filmproductie, al dringt die conclusie zich niet direct op, wanneer je het traditionele jaaroverzicht van het Nederlands Film Festival overziet. De grootste verrassing was namelijk niet het feit dat voor het eerst sinds jaren twee Nederlandse speelfilms meer dan 100.000 bezoekers trokken: de sympathieke, maar brave voetballersfilm All Stars van Jean van de Velde en het overambitieuze debuut van Mike van Diem Karakter. Het moet wel raar lopen als dit duo niet samen met het vanavond als opening van het festival in wereldpremière vertoonde Gordel van smaragd van Orlow Seunke tien dagen later het leeuwendeel van de Gouden Kalveren zal binnenslepen. Het zou me zeer verbazen als de jury, onder leiding van NOS-voorzitter André van der Louw, opnieuw voor een ongesubsidieerde buitenstaander opteert, zoals vorig jaar Theo van Goghs Blind Date.

Een grotere verrassing is het gerommel aan de systematiek van het vermolmde en ontoereikende Nederlandse filmsysteem. De discussie daarover kwam vorig jaar op gang na de blamage van De zeemeerman, een beschamende flop die producent Rob Houwer niet eens naar de Utrechtse competitie afvaardigde. Er was weer een verrassende niet-gesubsidieerde film, Hufters & Hofdames van Eddy Terstall, die 23.000 bezoekers naar de bioscoop trok: lang niet slecht, gezien de lage kosten, maar nog geen basis voor het afschaffen van alle subsidies. Daar pleit ook nog niemand voor, al ging het door minister Wijers (Economische Zaken) in juni aangekondigde nieuwe Filmbureau - de details van dat plan moeten nog onthuld worden - in de richting van meer particuliere investeringen. Meer heil valt te verwachten van een ook dit jaar gebleken bereidheid van andere politici om de filmsubsidiëring in de toekomst aanzienlijk uit te breiden.

Intussen voltooide Terstall afgelopen zomer weer een ongesubsidieerde low-budget-film, die dinsdag in Utrecht op video in voorpremière zal gaan. De overeenkomsten tussen Babylon en Hufters & Hofdames zijn groter dan de verschillen; met zijn hechte groep acteurs en medewerkers lijkt Terstall een nieuwe inhoud te geven aan het genre van de Jordaanfilm. Opnieuw laat hij jonge Amsterdammers, onder wie vijf hoofdpersonen die geen Nederlands spreken, om elkaar heen draaien in een rondedans van onbeantwoorde liefdes. Babylon speelt cabaretesk met vooroordelen van Amsterdammers over bijvoorbeeld Fransen, Duitsers en Friezen, maar de frisheid is er een beetje af. Toch belooft het een van de leukste nieuwe films van het festival te worden.

Voor een nieuw perspectief zorgen de eerste drie voltooide korte producties van de workshop van het Nederlands Instituut voor Animatiefilm in Tilburg. Alle drie zijn goed: de kleurpotloodvariaties van Violette Belzer in het sobere Deception in Four Parts, de abstracte capriolen van kleispetterpoppetjes in Liesbeth Worms Tempera, en vooral Sientje van Christa Moesker. In vier minuten brengt de op het Groningse platteland wonende Moesker een heldin tot leven, waar de hele wereld verliefd op kan worden: een klein, boos meisje dat ook zo weer goed is. Het animatieaanbod van dit jaar, waaronder films van veteranen als Piet Kroon en Gerrit van Dijk, is sterk, maar als Nederland de moed heeft het even simpele als originele Sientje naar de Oscars in te zenden, dan maakt de film daar zeker een kans.