DOLF BROUWERS 1912-1997; Geliefde verschijning

Dolf Brouwers, die vandaag op 85-jarige leeftijd is overleden, heeft een leven van twaalf ambachten en dertien ongelukken achter de rug, waarvan hij eigenlijk niets meer verwachtte - tot hij als 59-jarige opeens Sjef van Oekel werd. Jarenlang genoot hij van zijn roem als de geëxalteerde spreker in smoking, in de VPRO-shows van Wim T. Schippers en consorten.

Zijn grootste voldoening kwam vervolgens, toen hij erin slaagde zich los te maken van Van Oekel en diens curieuze vocabulaire ('Reeds!') en ook onder zijn eigen naam een weliswaar wonderbaarlijke, maar zeer geliefde verschijning werd.

De droom van Dolf Brouwers, in het vooroorlogse Den Haag, was een carrière als operette-zanger. De zoetgevooisde Richard Tauber was zijn idool. Hij wist door te dringen tot de Vara-microfoon, waar hij de charme-zang beoefende, en trad tot in de jaren vijftig - ook toen al in smoking en met een snorretje als een potloodlijn - regelmatig op in horeca-gelegenheden als Heck's op het Rembrandtplein in Amsterdam. Vaak werkte hij in België, waar hij ook enkele platen maakte.

Maar misschien was hij te verlegen en te onhandig om rivalen als Max van Praag en Eddy Christiani te evenaren. Gaandeweg verdween hij uit de muziek. In zijn levensonderhoud voorzag Brouwers in die arme tijd onder meer als herenkapper, reisleider, vertegenwoordiger en verkeersbordenschilder in Madurodam. Hij voelde zich mislukt en hield met de amusementssector alleen nog contact als trouw lid van de Haagse Artiestenclub. Jaloers zag hij hoe de moppentapper Harry Touw, de voorzitter van die club, zich in 1971 onverwacht ontpopte als de lawaaiige Fred Haché in de gelijknamige VPRO-shows. Maar het was Touw die hem op het goede pad hielp: toen Schippers en de zijnen iemand zochten die een rolletje als uitbater van een uitgebrand Vlaams frites-kot kon spelen, wees Harry Touw hen erop dat Dolf Brouwers een aardig mondje Vlaams kon klappen.

Na enkele andere bijrolletjes, onder meer als dikke zangeres en als Adolf Hitler, werd hem de figuur van Sjef van Oekel op het lijf geschreven. Omdat hij moeite had met het onthouden van teksten, werd hij de man die altijd met dikke pakken papier rondliep en te pas en te onpas inleidingen wilde houden. Zijn geëmotioneerde en soms van wanhoop vervulde voordracht - een uitvergroting van zijn eigen manier van spreken - leidde bovendien tot het spreekwoordelijke: 'Ik word niet goed...'

Brouwers bleef tot begin jaren tachtig een vaste gast in de Schippers-programma's. Daarna kwam hij in conflict met zijn geestelijke vader over het auteursrecht op de stripfiguur Sjef van Oekel, waarin zijn gestalte duidelijk te herkennen was. Na jarenlang touwtrekken werd een wapenstilstand gesloten, maar helemaal goed kwam het tussen die twee nooit meer. Zelf voerde Brouwers intussen als 'parlementáár medewerker' bij de Vara-radio absurde telefoongesprekken. Ook zonder de teksten van Schippers ging het hem steeds beter af. Als zanger maakte hij platen met populaire Nederlandse liedjes en ook aan reclamespots leende hij vaak zijn unieke stem.

Na de dood van zijn vrouw begon Dolf Brouwers te sukkelen met zijn gezondheid. Telkens leefde hij even op als de buitenwereld nog belangstelling voor hem had, maar de laatste tijd vond hij dat het nu wel genoeg was geweest. Het speet hem alleen dat de roem zo laat in zijn leven gekomen was.