Discussie in Azië zal niet verstommen

Het vernieuwde Amerikaans-Japanse veiligheidsverdrag doet in Japan zelf de discussie oplaaien over de werkelijke bedoelingen van het land.

TOKIO, 24 SEPT. De herziening van de Japans-Amerikaanse militaire samenwerking is een stapje in een al 50 jaar durend proces: het oplossen van de schizofrenie die in Japan is ontstaan na het verliezen van de oorlog. Enige tijd terug gaf een bekende Japanse publicist, Soichiro Tahara, dit als volgt weer: “Op de lagere school kregen we tijdens de oorlog te horen dat we niet lang zouden leven omdat we moesten sterven voor de keizer. Na 1945, op de middelbare school, zeiden leraren opeens dat militairen slecht waren en werden foto's van de keizer verbrand. Maar in de laatste jaren van de middelbare school begon de Koreaanse Oorlog en werd er weer een leger opgericht. Als je daartegen protesteerde werd je opeens uitgemaakt voor een 'rode'.” Het resultaat was volgens Tahara dat hij behoort tot een “uitermate sceptische” generatie.

Direkt na de Tweede Wereldoorlog legden de Amerikaanse bezetters in een vlaag van idealisme Japan een grondwet op die het bezit van een leger verbiedt en waarin Japan het recht van oorlogvoering afwijst. Bij het begin van de Koude Oorlog zagen de VS dit al snel als een grote fout en zette het land Japan onder druk om een leger op te richten. Japan heeft aan deze druk toegegeven, zij het aanvankelijk met veel tegenzin. Na de oorlogservaring heerste er in het land veel weerzin tegen militairen en de regering zelf legde zich liever eerst toe op economisch herstel. Inmiddels bestaat het leger, maar de grote vraag is waar het nu eigenlijk voor dient, zeker nu de Koude Oorlog voorbij is en Japan niet langer meer een hulpje van de VS is in een globaal machtsevenwicht.

Dit bleek bijvoorbeeld afgelopen juli toen de Japanse regering militaire transportvliegtuigen naar Zuidoost-Azië zond om Japanse burgers te evacueren uit Cambodja, waar gewapende schermutselingen waren uitgebroken. Dit was een humanitaire actie voor eigen burgers, maar leidde toch tot felle protesten in Japan zelf. Niet omdat de vliegtuigen te laat waren vertrokken en de burgers allang in veiligheid waren gebracht met toestellen uit andere landen, maar omdat het leger niet zomaar naar het buitenland had mogen vertrekken.

Na de oorlog was Japan verwoest en arm. Het kon zich richten op economisch herstel en tijdens de Koude Oorlog de internationale machtspolitiek aan de VS overlaten. Inmiddels is Japan de tweede economische macht ter wereld en begeert het een zetel in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Dat bij deze positie een andere houding in de internationale politiek hoort, leerde Japan hardhandig tijdens de Golfoorlog, begin jaren negentig. Bij dat conflict reageerde Japan traag en wilde het zich aanvankelijk niet binden. Militaire steun was gezien de binnenlandse situatie onmogelijk en uiteindelijk volstond het met het bijdragen van miljarden dollars. Desondanks ontving het land geen enkele dank, slechts kritiek. Japan had andere landen de kastanjes uit het vuur laten halen, terwijl het zelf veilig toekeek.

Na die ervaring heeft Japan in 1992 wetgeving doorgevoerd die deelneming aan VN-operaties voor vredeshandhaving mogelijk maakt. Momenteel zijn Japanse troepen actief op de hoogvlakte van Golan in het Midden Oosten en eerder namen ze deel aan acties in Cambodja en Afrika. Op deze manier ontworstelt Japan zich langzaam aan het corset van 'artikel 9', het grondwetsartikel dat het bezit van een leger verbiedt. Het artikel zelf staat in de media ter discussie, maar voorlopig heeft nog geen enkele regering het aangedurfd een grondwetswijziging op de agenda te zetten. Ook al hebben alle omringende landen grotere legers dan Japan zelf, Japan blijft door zijn oorlogsverleden zeer kwetsbaar voor kritiek uit buiten- èn binnenland.

Tegen die achtergrond is de huidige uitbreiding van de militaire samenwerking met de VS wellicht de enige weg om een 'normalisering' van Japan - tot een echte soevereine staat - te bereiken. De VS hebben daarvoor ook hun eigen motieven. Zo zal de Amerikaanse bevolking het niet accepteren als Amerikaanse soldaten op het Koreaanse schiereiland sterven en de welvarende Japanners met de armen over elkaar toekijken. Ook beschikken de VS over minder militaire macht in Azië dan in vroegere jaren. Alle bases op de Filippijnen zijn bijvoorbeeld enige jaren geleden gesloten. Japan wil bovendien zijn jaarlijkse financiële bijdrage aan het verblijf van de Amerikaanse troepen in het land verminderen. Dit zogenoemde 'sympathie-budget' bedroeg het afgelopen jaar zo'n vijf miljard gulden.

Tegen die achtergrond is het begrijpelijk dat de VS een actievere rol van Japan in de wereld, zoals een Japans lidmaatschap van de VN-Veiligheidsraad, steunen. Maar het neemt niet weg dat ook binnen Japan de discussie over de motieven en doeleinden van een opgewaarde Japanse legermacht voorlopig niet zal verstommen.