De plastisch chirurg; Na tien jaar een nieuwe borst

Is Pamela Anderson tot borstvoeding in staat? Dat zou best eens kunnen, gelooft plastisch chirurg Miclos Schermer Voest. Je kunt de borst geven nadat er prothesen zijn ingebracht. Voor het overige blijkt uit zijn verhaal dat Moeder Natuur eigenlijk de enige is die zo nu en dan dé ideale borsten uitdeelt. Want, en dit schrikt meteen al heel wat kandidaten af, een kunstmatig gevulde boezem heb je nooit erg lang, zelfs niet als alles goed gaat.

Na ongeveer tien tot vijftien jaar moet een borst weer ter renovatie onder het mes, tenzij de prothese van soja-olie is gemaakt; die verdwijnt bij eventuele lekkage gewoon in het lichaam. Maar dan ga je van een goedgevulde cup wel heel erg terug naar af. Vrouwen zijn overigens niet de enigen die hun borsten willen laten opvullen: regelmatig hoogt de chirurg ingevallen mannelijke borstkassen op met siliconen implantaat. Daarnaast brengt hij implantaten aan in het gezicht, zoals jukbeenderen of kinnen, en vingerprotheses die versleten gewrichten weer laten functioneren. Verreweg de meeste operaties die hij verricht zijn cosmetisch van aard.

Hij woont aan een lommerrijke laan in Bilthoven, van waaruit hij zowel het Eemlandziekenhuis in Amersfoort vlot kan bereiken, als het Diakonessenhuis en de privé-kliniek Medisch Centrum Biltstraat in Utrecht. Nadat Schermer Voest thee met mergpijpjes heeft geserveerd, snijden we het heikele onderwerp siliconen aan. In de jaren vijftig vloeibaar ingespoten, waarna het aan de wandel ging en vaak tot borstamputatie leidde, wordt deze lichaamsvreemde stof tegenwoordig als gel-implantaat ingebracht. Maar het materiaal is nog altijd omstreden, blijkt wel uit de brochure van het Steunpunt voor Vrouwen met Siliconen-implantaten.

Schermer Voest kan hun zorgen wel begrijpen: “Maar er is nog steeds geen overtuigend bewijs dat siliconen echt schadelijk zijn. Het afweersysteem maakt wel antistoffen aan wanneer zo'n prothese stukgaat of lekt, maar er is geen sprake van allergische reacties of vergiftiging. Wat meer is: siliconen worden voor diverse andere prothesen gebruikt èn voor de coating van operatie-instrumenten, daar hoor je nooit iemand over. En ondanks verontrustende berichten dat je er reuma, concentratiestoornissen of chronische vermoeidheid aan overhoudt, preferen sommige vrouwen toch de siliconen-implantaten. Siliconen voelen het natuurlijkst aan. Een prothese van soja-olie voel je soms zitten.”

Behalve de cosmetische borstvergroting is er de reconstructie van de afgezette borst. Als het hierbij niet mogelijk is om een kunstmatige prothese aan te brengen, kan soms met behulp van weefsel uit de buik- of rugspier een borst worden gevormd. Is bij een amputatie ook de tepel verloren gegaan, dan wordt na de reconstructieve operatie (pas dan weet je hoe de borst zit) een nieuwe gemaakt. Schermer Voest tekent een soort propellertje op papier, losse huidlapjes die samen de ondergrond voor een nieuwe tepel vormen: “Hiermee construeer je een bolling en daaromheen leg je wat huid uit de binnenkant van het bovenbeen. De tepelhof - of zelfs een hele tromp l'oeuil tepel - kan tenslotte ook worden gecreëerd door tatoeage. Een enkele keer hoeft een gedeeltelijke amputatie niet tot een reconstructie te leiden, maar kan worden volstaan met een verkleining van de andere borst. Nederland is sowieso niet erg geïnteresseerd in de giga-protheses van Pamela - mijn patiënten willen hooguit cup B of C bereiken. D tot en met F komt in mijn praktijk niet voor.”

Kinnen, jukbeenderen en neuzen fabriceert Schermer Voest meestal uit kraakbeen van een rib (dat kun je daar wel missen), of hij gebruikt een vast siliconen implantaat. Soms snijdt hij de gewenste vorm uit een blok GoreTex, zoals de bloemist dat met oasis doet. Rimpels vult hij het liefst op met een artecol, een acrylaat dat al jarenlang wordt gebruikt als cement voor onder andere heupprotheses. Hoewel hij ervan overtuigd is dat er spoedig volkomen lichaamsvriendelijke materialen zullen bestaan, verwacht hij niet dat de protheses zelf nog veel zullen verbeteren.

Van de modieuze vraag naar opgevulde lippen merkt hij niet veel. “Je mag dit werk nooit als iets commercieels zien, net zo min als je kunt beslissen wie wat wel mag laten opereren en wie niet. Maar je moet van tevoren wel een goede voorlichting geven en na laten denken over de stap die iemand gaat nemen. Mede daarom is het belangrijk dat mensen naar een plastisch chirurg gaan, en niet naar een arts die zich esthetisch chirurg noemt. Een plastisch chirurg heeft brede ervaring op zoveel mogelijk gebied, een heel ziekenhuis achter zich en weet hoe weefsel kan reageren. Dat is allemaal nodig, want uiteindelijk is niemand vrij van complicaties.”