Belangstelling handel voor eco-kleding taant

DEN HAAG, 24 SEPT. Zes Tweede-Kamerleden, onder wie Agnes van Ardenne (CDA), Guikje Roethof (D66) en Marijke Vos (GroenLinks), liepen gisteren in hun lunchtijd als mannequin mee in een show van mens- en milieuvriendelijk geproduceerde kleding. De modeshow, op het Plein in Den Haag, was de eerste grote publieksmanifestatie in de Week van de Kleding.

In deze week voeren consumenten actie voor sociaal en ecologisch verantwoorde kleding. Op vele tientallen plaatsen in het land worden debatten en workshops gehouden en zijn modeshows te zien van duurzame of hergebruikte kleding. De organisatie is in handen van de Nederlandse Bond van Plattelandsvrouwen, de Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen, de Stichting Natuur en Milieu en de Alternatieve Konsumentenbond. Ook andere maatschappelijke organisaties doen mee, waaronder FNV, CNV en het Schone Kleren Overleg.

De actieweek begon maandag in Amsterdam met een openbaar debat over de rol van de detailhandel bij de ontwikkeling van een duurzamer kledingaanbod. De meeste grote detailhandelsbedrijven erkennen dat kleding milieubelasting veroorzaakt, zo blijkt uit het deze week gepubliceerde rapport 'De ethische wandel van de kledinghandel' van de Stichting Natuur en Milieu. De betrokken ondernemingen weten echter niet precies wat er mis is en ze voeren, met uitzondering van C&A, Peek & Cloppenburg en postorderbedrijf Otto, geen milieugericht productbeleid.

Bij enkele bedrijven, waaronder Hennis & Mauritz en inkoopcombinatie Intres, bestaan plannen om de milieubelasting te verminderen. Maar het merendeel van de bedrijven vindt dat dit niet tot hun taken behoort (V&D, Zeeman) of zegt daarvoor te weinig stuurkracht te hebben (Bijenkorf, Superconfex).

Als het om sociale aspecten van de kledingproductie gaat, is de detailhandel eerder bereid actie te ondernemen. Dat komt, volgens Hans Muilerman, de opsteller van het rapport, omdat geen enkel bedrijf met kinderarbeid geassocieerd wil worden. Muilerman, bij de Stichting Natuur en Milieu verantwoordelijk voor het productenbeleid, heeft kleding tot speerpunt van zijn activiteiten gemaakt. “De kledingbranche zit ongelooflijk ingewikkeld in elkaar. Als het ons bij kleding lukt om de milieuproblematiek te verminderen, dan krijgen we dat ook bij andere productgroepen voor elkaar.”

Een paar jaar geleden leek het erop dat de kledingbranche de milieuproblemen actief wilde aanpakken. In een groot aantal winkels werd zogeheten eco-kleding aangeboden. Bij de meeste winkels bleek het om een modeverschijnsel te gaan. Toen de belangstelling van het publiek voor kleding met een natuurlijke uitstraling terugliep, verdwenen de eco-collecties. Esprit, een koploper met z'n Ecollection, stopte toen de consument niet bereid bleek meer geld te betalen voor milieuvriendelijke kleding. Hennes & Mauritz, destijds ook actief op milieugebied, hield op met z'n twee eco-lijnen, Eco-cotton en Nature Calling, toen de belangstelling van de consument voor ongebleekte en ongeverfde kleding afnam. Veel van de toen opgebouwde kennis is verloren gegaan, zegt Muilerman. “Het is een cyclische ontwikkeling. We moeten helemaal opnieuw beginnen.”

Muilerman heeft de afgelopen maanden gesprekken gevoerd met alle grote kledingdetailzaken. “Onze volgende stap is dat we een analyse gaan maken van alle bestaande systemen om tot schonere productie te komen. Nu zeggen bedrijven vaak: 'we kunnen niets doen omdat we te klein zijn'. Of ze zeggen dat ze wel mee willen werken aan schonere productie, maar alleen als dat op Europees niveau gebeurt. Als we de mogelijkheden in kaart hebben gebracht, zullen we bedrijven laten zien hoe ze aan productgerichte milieuzorg kunnen doen. Als dan blijkt dat ze daartoe niet bereid zijn, gaan we druk op de ketel zetten.”

Natuur en Milieu gaat ook de overheid aanspreken op haar verantwoordelijkheid. Muilerman: “Minister De Boer heeft in juli een brief naar de Tweede Kamer gestuurd waarin ze schrijft dat het productenbeleid een zaak van de bedrijven is. Dat slaat natuurlijk nergens op. We zijn onze campagne voor schonere kleding begonnen bij bedrijven, maar de politiek moet dat ondersteunen door kaders te stellen.”