Arme VN

DE OPHEF DIE in New York is gemaakt van de donatie van CNN-baas Ted Turner aan de Verenigde Naties markeert het afglijden van de volkerenorganisatie. De gift van een miljard dollar, te betalen in termijnen, maakt, als dit voorbeeld navolging vindt, de internationale autoriteit tot een werk van barmhartigheid, afhankelijk van particuliere liefdadigheid. Dat nu kan niet de bedoeling zijn geweest van de initiatiefnemers die met de oprichting van de VN en de aanvaarding van het Handvest een volkenrechtelijk fundament legden voor vreedzaam samenleven tussen de staten na de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog.

De financiële problemen van de VN hebben een lange voorgeschiedenis. Niet alle contribuanten betalen hun bijdrage op tijd, sommige betalen helemaal niet. De Verenigde Staten staan jaarlijks, bij de opening van de Algemene Vergadering, in de schijnwerpers als de lidstaat met de grootste schuld. President Clinton schoof in een rede voor de Assemblee de verantwoordelijkheid voor deze vernederende toestand grotendeels naar het Congres, maar ook hij kon er niet omheen dat de Amerikaanse volksvertegenwoordigers met hun kritiek op de dagelijkse gang van zaken in het New-Yorkse hoofdkwartier over een paar overtuigende argumenten beschikken.

AL JAAR EN DAG beloven opeenvolgende secretarissen-generaal dat zij de verkokering en de overbezetting van de VN-bureaucratie zullen aanpakken. Het is er steeds weer niet van gekomen. Ditmaal brak secretaris-generaal Kofi Annan met een traditie en beklom als eerste het spreekgestoelte om de financiële nood van zijn organisatie nog eens onder de algemene aandacht te brengen en tegelijkertijd zijn goede wil te tonen. Staven zullen worden gesnoeid, VN-operaties geconsolideerd, ontwikkelingsprojecten beperkt, een enkel onderdeel wordt opgeheven, de overhead met een derde verminderd.

Het zijn schone voornemens, maar het probleem met de VN is nu juist dat de lidstaten gewend zijn aan hun privileges en aan hun aanwezigheid in de bureaucratie. De geldstromen die van de VN zijn afgeleid, houden bovendien menige bevoorrechte positie in stand. Niet verwonderlijk is de lobby tegen sanering van de volkerenorganisatie altijd de sterkste geweest.

De reactie van het Amerikaanse Congres moet voor een deel uit die toestand worden verklaard. De echte vijanden van de VN daar hebben jaarlijks meer steun gekregen, meer dan het geval zou zijn geweest als de gezondmaking eerder uit de sfeer van de gelegenheidstoezeggingen was gehaald.