Weleda mengt de kruiden 'bewust en betrokken'

Weleda, fabrikant van antroposofische geneesmiddelen en verzorgingsproducten mag zich verheugen in een omzetstijging met bijna 3 miljoen tot circa 11 miljoen in 1997. “De tendens is om meer verantwoordelijkheid te nemen voor eigen gezondheid.”

ZOETERMEER, 23 SEPT. Het onkruid staat hoog in de biologisch-dynamische tuin op het industrieterrein van Zoetermeer. Is een ecologische kruidentuin al een 'fremdkörper' in een bedrijvenpark, ook binnen de muren van 'Weleda' verloopt het productieproces niet geheel volgens de gangbare normen van een gerationaliseerde bedrijfsvoering. Automatisering en mechanisering zijn niet aan de antroposofische fabrikant van geneesmiddelen en verzorgingsproducten voorbij gegaan, maar veel werk wordt nog met de hand gedaan. En met een bepaalde intentie.

Zo mengen de Weleda-medewerkers 'bewust en betrokken' de kruidenextracten of vermalen mineralen met hulpvloeistoffen. Alleen dan kunnen de 'levenskrachten' van de grondstoffen vrij komen en wordt het middel werkzaam. Of je daar nu geloof aan hecht of niet, Weleda mag zich verheugen in een omzetstijging met bijna 3 miljoen tot circa 11 miljoen in 1997. Vorig jaar groeide de omzet in verzorgingsproducten voor het derde jaar op rij met meer dan 25 procent, aldus zakelijk directeur Mathieu van den Hoogenband. Ook verwacht hij een doorbraak voor de circa 60 zelfzorgproducten (medicijnen die zonder dokters recept te verkrijgen zijn). “Want de tendens is om meer verantwoordelijkheid te nemen voor eigen gezondheid.”

De Nederlandse dochteronderneming is een van de winstmakers voor de Zwitserse moeder, Weleda AG in Arlesheim, die in 1996 een omzet noteerde van 160,9 miljoen Zwitserse frank, ruim 18 procent meer dan het jaar daarvoor. Weleda, in 1921 opgericht door Rudolf Steiner en de Nederlandse arts Ita Wegman, heeft vestigingen zo'n twintig landen. Weleda Nederland, in 1995 vanuit Den Haag verhuisd naar een nieuw bedrijfspand in Zoetermeer, viert in 1998 het 75-jarig bestaan. Er werken 55 mensen.

Weleda staat bij de cliëntele - profiel: bewust omgaand met milieu en gezondheid - vooral bekend om huidverzorgingsproducten met bloemenextracten van iris, goudsbloem en rozen, massage-oliën en 'zelfzorggeneesmiddelen' voor klachten als griep en verkoudheid, nervositeit, spier- en gewrichtspijnen en huidproblemen. Een antroposifische visie, waarbij - simpel gesteld - wordt uitgegaan van eenheid van mens, plant, dier en kosmos én het gebruik van zuiver natuurlijke grondstoffen vormen de uitgangspunten van Weleda. Kruiden en planten zijn biologisch of biologisch-dynamisch geteeld danwel in het wild verzameld. Synthetische geur- en kleurstoffen worden niet gebruikt, conserveringsmiddelen alleen als het echt niet anders kan.

Minder bekend zijn de Weleda-geneesmiddelen die alleen voorgeschreven kunnen worden en onder meer gebruikt worden door kanker- en reumapatiënten. In totaal produceert Weleda internationaal zo'n 10.000 verschillende producten. “Maar we zijn een kleintje tussen de collega-fabrikanten”, zegt Van den Hoogenband, sinds drie jaar werkzaam bij Weleda. Hij vindt het jammer dat er 10, 20 jaar geleden niet meer is gedaan aan promotie: “Dan waren we nu net zo groot geweest als VSM of Biohorma”, de Nederlandse homeopatische geneesmiddelenfabrikanten die jaarlijks omzetten hebben van respectievelijk 40 en 80 miljoen gulden.

Maar de familie Lagenwaardt, die Weleda Nederland vanaf de jaren dertig tot voor twee jaar in handen had, vond kwaliteit van de spullen het belangrijkst en had minder oog voor communicatie, aldus de directeur. “Misschien hebben we daardoor een boot gemist, maar er vertrekken elk moment nieuwe boten. Nu realiseren we ons beter: mensen moeten ons product ook snàppen en logistiek moet je de beste service verlenen.”

Er wordt hard gewerkt aan de verspreiding van Weleda-producten. Bij de Britse apothekers- en drogisterijketen Boots, sinds enkele maanden ook gevestigd in Nederland, is het hele assortiment verkrijgbaar, de 'Calendula' babylijn met zalf, poeder, zeep en olie boomt sinds de presentatie drie jaar geleden en komt - wellicht binnenkort - bij Prenatal te liggen. De 'Weleda berichten' met een oplage van 140.000, workshops en het boekje 'Mind your body' moeten bijdragen tot bekendheid bij een groter publiek. “Dat zou je een veroveringsstrategie kunnen noemen, maar dan wel een die is gebaseerd op kwaliteit”, aldus Van den Hoogenband.

Tot zover de min of meer gebruikelijke bedrijfseconomische argumenten. Een rondleiding door de laboratoria geeft een kijkje in de bijzondere bedrijfscultuur en werkwijze van Weleda. Biotechnicus Rene Lardenoije laat zien hoe de 'oertincturen' gemaakt worden. Kruiden, vers of gedroogd en mineralen worden vermengd met hulpvloeistoffen die de 'werkzame' stoffen opnemen. Potentiëren heet dat. Bij Weleda doen ze dat met een 'lemniscaat'-beweging waardoor (vloei)stoffen in een acht gaan draaien. “Het gaat er niet alleen om een verbinding te maken met de stof van de plant, maar met het wezen van de plant. Dat klinkt zweverig,” zegt Van den Hoogenband, “maar als ik tegen managers zeg, jullie moeten in een organisatie de boel in beweging zetten om krachten vrij te maken, om te vernieuwen, begrijpen ze precies wat ik bedoel.”

Medewerker Rob Gerretsen begeleidt het proces. “Het is tegenwoordig onmogelijk om alles handmatig te doen, maar ik blijf erbij, zet af en toe de machine stop en roer er met je handen doorheen.” Hij doet voor hoe hij een fles als een baby in de armen houdt en die in één vloeiende beweging heen en weer schudt tot de inhoud in een achtbeweging rondkolkt. “Nee,” zegt Gerretsen, “het is niet onzinnig om te veronderstellen dat het lijkt op sausjes maken, of slagroom kloppen. Dat gaat ook beter met een bepaalde slag, waarmee je de stoffen, bijvoorbeeld vet en water, in staat stelt zich aan elkaar te binden.” Potentiëren is volgens hem niet saai: “Allereerst is het in dit bedrijf zo geregeld dat je gedurende de dag verschillende dingen doet. Bovendien, je bent niet alleen aan het schudden, je staat een medicijn te bouwen. Het doet iets met je, je voelt dat je het doorgeefkanaal bent,”verwoordt Gerretsen het procédé.

“Bij ons ligt de prioriteit bij de factor arbeid en bij het individu,” springt Van den Hoogenband in. “Wij zien een mens niet alleen als een functionaris, maar als een ik, een identiteit, met een spirituele dimensie. Wie zich daarin niet (meer) thuis voelt kan beter gaan.” Winst moet gemaakt worden, vervolgt hij, voor continuïteit en onafhankelijkheid, maar liever spreekt Van den Hoogenband van 'overschot': “Dan blijft nog open hoe je het gaat besteden. Wij hoeven geen aandeelhouders of beurs tevreden te houden, die maximale winst vragen.” Ondanks het arbeidsintensieve proces houdt Weleda de tandpasta's en crèmes “betaalbaar, een beetje vergelijkbaar met Nivea”, anderzijds wil Van den Hoogenband ook niet “knijpen in de marges om zo in iedere supermarkt te kunnen liggen.”

Van den Hoogenband weet dat de uitgangspunten van Weleda geen gemeengoed zijn en dat de werking van homeopatische en antroposofische middelen nooit wetenschappelijk bewezen is. “Hoewel in Nederland heel wat opinie-makers ruimte scheppen voor andere wegen, is de tolerantie voor andere wetenschappelijke opvattingen dan de klassieke bepaald niet groot.” Zorgen maakt hij zich daar echter niet over: “Je zou onze fanmail eens moeten lezen.”