VS stellen project Mir ter discussie

MOSKOU, 23 SEPT. Bruine, vettige druppels die uit een stuwraket lekken, een haperende klimaatregelaar en een computerstoring aan boord van het Russische ruimteschip Mir dreigen het vroegtijdig einde in te luiden van de lopende Amerikaans-Russische samenwerking in de ruimte.

Het aftellen voor de lancering van het Amerikaanse ruimteveer Atlantis is begonnen, maar het is nog allerminst zeker of de shuttle inderdaad vrijdag vertrekt om een nieuwe boordcomputer en een nieuwe gastastronaut, David Wolf, bij de Mir af te leveren. Voor de Russen, die alles op alles zetten om hun stervende station en het lucratieve contract met de Amerikanen te behouden, komen de jongste tegenslagen op een pijnlijk moment: de Amerikaanse vice-president Al Gore en de NASA-chef Daniel Goldin zijn op bezoek in Moskou. “De Mir is een zeer oud station waarvan we veel hebben geleerd”, zei Gore gisteren. “De NASA bekijkt momenteel of de lancering [van de shuttle] kan doorgaan.” De huur van de Mir als trainingscentrum voor Amerikaanse astronauten (een contract met een waarde van 478 miljoen dollar) staat volgens Gore los van de Amerikaans-Russische samenwerking bij de bouw van het internationale ruimtestation Alpha, dat in het jaar 2000 operationeel moet zijn.

De druk van het Amerikaanse Congres om de deelname van de NASA stop te zetten neemt toe. Een recent NASA-rapport beschrijft de leefcondities van de Mir-bewoners als bijna ondraaglijk: het stinkt er naar rottend afval, de temperatuur kan oplopen tot 35 graden en er hoopt zich soms zoveel kooldioxide op dat het de bemanning gaat duizelen. De klimaatregelaar die de overtollige kooldioxide uit de lucht haalt, ging maandag kapot.

NASA-directeur Goldin zal vandaag in gesprekken met zijn Russische collega's de veiligheid in het ruimtelab aan de orde stellen. De boordcomputer, die in de nacht van zondag op maandag voor de vijfde keer uitviel, deed het vanmorgen weer. Maar niemand kan garanderen dat de computergeleide besturing van de Mir het bij de voorgenomen koppeling met de Atlantis blijft doen.

“De computer blijft ons verrassen”, merkte adjunct-vluchtleider Viktor Blagov op. Hij had geen verklaring voor het lekken van de “mysterieuze vloeistof” uit de motoren van de Sojoez, de reddingscapsule waarmee de bemanning, twee Russen en een Amerikaan, eventueel naar de aarde kan ontsnappen. Boordwerktuigkundige Pavel Vinogradov had de bruine substantie door het raampje voorbij zien komen. “Het blijft komen en komen”, zei een van de vluchtleiders. “We weten niet wat het is.” De Amerikaanse deskundige James Oberg noemde het lek alarmerend. “Dit verdient meer dan alleen een schouderophalen”, zei hij in Houston. De NASA volgt de situatie op de voet en liet weten dat al dan niet doorgaan van de Atlantis-vlucht “tot het moment van de lancering” onzeker zal blijven.