Specialisten nu toch om

In het convenant dat zij gisteren sloten met ziekenhuizen en zorgverzekeraars doen de medisch specialisten aanzienlijke concessies.

DEN HAAG, 23 SEPT. “De regering kan uw gezondheid ernstige schade toebrengen” luidde de kop boven een paginagrote advertentie die de Orde van Medisch-Specialisten in juni publiceerde. De tekst ageerde tegen een wetsvoorstel van minister Borst (Volksgezondheid) om de specialisten, net als verplegers en para-medici, in de organisatie van het ziekenhuis te integreren. “De wet maakt een eind aan de zelfstandigheid van de medisch specialisten in de Nederlandse ziekenhuizen”, aldus de advertentie. “Een besluit dat verstrekkende gevolgen zal hebben voor onze gezondheidszorg. (...)”

In het convenant dat medisch-specialisten, ziekenhuizen en zorgverzekeraars gisteren sloten, slikken de specialisten veel van hun bezwaren in. De ommekeer kwam tot stand onder invloed van het wetsvoorstel, dat ondanks de advertentie als het zwaard van Damocles boven de specialisten is blijven hangen. “Dan kun je kiezen je in de loopgraven in te graven of mee te werken aan de codificatie van een ontwikkeling die in veel ziekenhuizen al gaande is”, aldus voorzitter Kingma van de Orde.

In het convenant wordt afgesproken dat medisch-specialisten en directie “onderling contractuele afspraken maken over de inhoud en wijze van totstandkoming van productie-afspraken tussen hen beiden en daarbij behorende budgetten en honoreringsregelingen voor medisch-specialisten”. De directie wordt eindverantwoordelijk en er wordt één factuur aan de verzekeraars gestuurd. Aanbevolen wordt “een vertegenwoordiger van de specialisten in de onderhandelingsdelegatie met de verzekeraars over het budget op te nemen”.

Het wetsvoorstel heeft een opmerkelijk leven geleid sinds de Raad van State er in juli 1996 advies over uitbracht. De tekst waarover de raad adviseerde was voor de medisch-specialisten onaanvaardbaar. Want, zo was hun gebleken, met die tekst was de kans groot dat ze niet langer door fiscus en bedrijfsverenigingen als zelfstandige ondernemer zouden worden erkend. Ze zouden de daaraan verbonden financiële voordelen kunnen verliezen. Na onderhandelingen met de specialisten kwam de minister aan die bezwaren tegemoet. Ze bracht wijzigingen aan, echter zonder daarover de twee andere partijen (verzekeraars en ziekenhuizen) te raadplegen.

Daardoor was het wetsvoorstel dat de minister in maart bij de Tweede Kamer indiende voor verzekeraars en ziekenhuizen onaanvaardbaar. Zo regelde de tekst de eindverantwoordelijkheid in het ziekenhuis niet en was het onduidelijk wie met de verzekeraars over het budget zou onderhandelen. De Tweede Kamer bleek gevoelig voor de bezwaren en dwong de minister het wetsvoorstel in de oorspronkelijke vorm terug te brengen. Het convenant legt de verschillen van opvatting bij en loopt vooruit op de invoering van de wet.

De Orde van Medisch-Specialisten heeft wel een ontbindende voorwaarde in het convenant opgenomen. De minister moet garanderen dat de specialisten door de wet niet “fiscaal en sociaal-verzekeringsrechtelijk worden beperkt in de vrije keuze van hun praktijk: in een volwaardig vrij beroep dan wel in een volwaardig dienstverband”. Hierdoor behouden ze hun financiële voordelen.