Publieke omroep tart paarse politici willens en wetens

Bij de Eerste Kamer ligt een nieuwe omroepwet. Voor de publieke omroepen is dat geen reden om enige terughoudendheid te betrachten in de politieke krachtmeting met de paarse politici.

ROTTERDAM, 23 SEPT. In Hilversum stijgt de spanning. Opnieuw is staatssecretaris Nuis (Media) in botsing gekomen met de omroepverenigingen over de vraag wie het bij de publieke omroep voor het zeggen heeft, zo bleek gisteren.

Tegen de zin van Nuis zijn de bespelers van Nederland 1 en 3 al op zoek gegaan naar nieuwe netmanagers, terwijl die in de nabije toekomst indirect door de staatssecretaris zullen worden benoemd.

We beleven de nadagen van een bestel waarin de oude omroepverenigingen bij de drie publieke televisiezenders formeel nog de scepter zwaaien.

In de Eerste Kamer ligt echter al een nieuwe omroepwet te wachten die op 1 januari de invloed NCRV, KRO, Vara c.s. voor een belangrijk deel zal beperken.

De sfeer tussen Den Haag en Hilversum is er niet beter op geworden sinds de behandeling van de nieuwe omroepstructuur in de Tweede Kamer. De omroepen waren wel bereid geweest een sterkere centrale sturing aan te brengen bij de drie netten, en de aanzienlijke macht van de individuele omroepen die gezamenlijk het NOS bestuur vormden in te perken, maar een volledig door het ministerie benoemde raad van bestuur boven de omroep is hen rauw op het dak gevallen. Te meer daar die raad allerlei programmatische bevoegdheden krijgt en bovendien de drie netcoördinatoren mag benoemen. Die functionarissen waken over de kleur van het tv-station en bepalen de tijdstippen waarop programma's van de omroepen worden uitgezonden.

“Met deze opzet heeft de overheid een veel te lange arm veel te diep in de media gestoken”, zei NOS-voorzitter Van der Louw in juli in een interview met deze krant. Van der Louw deze zomer: “Als er een stel macho's aan de macht komt die met spierballen gebruik gaat maken van de bevoegdheden en de oorlog aangaat met de zendgemachtigden, komt er nooit iets moois tot stand.”

Het is dus niet verwonderlijk dat juist over de benoemingen het meest recente conflict is uitgebroken. Door nu al op zoek te gaan naar netcoördinatoren hopen de omroepen de nieuwe raad van bestuur nog op de valreep voor een voldongen feit te plaatsen, zo klinkt de beschuldiging vanuit Den Haag. Vooral het Tweede-Kamerlid Van Heemskerck (VVD) is fel: “Het is het zoveelste voorbeeld dat de omroepen niet van plan zijn in de geest van de nieuwe wet te werken. Ik ben daar rücksichtslos in. Ze weten zich niet te gedragen ten opzichte van de wetgever. Wij nemen dit hoog op.” PvdA-collega Van Zuijlen hoont het argument van de omroepen weg dat zij op dit moment formeel nog bevoegd zijn: “Ze hebben in Hilversum toch zo'n goed politiek gevoel. Dat zouden ze wat beter moeten gebruiken.”

Opnieuw lijkt het erop dat het vooral de paarse fracties in de Tweede kamer zijn die aan het front staan, net zoals bij de totstandkoming van de nieuwe omroepwet die door allerlei amandementen van PvdA, D'66 en VVD nog eens werd aangescherpt ten koste van de autonomie van de omroepen.

In de versie van Van Heemskerck: “Ik zag die advertentie in de krant en heb proberen te achterhalen wat de bedoeling was. Toen heb ik Nuis opgebeld en gezegd: 'Aad, luister eens: of je stuurt een uitgebreide brief, of ik ga interpelleren'. Hij heeft die brief gestuurd, maar ik heb hem nog niet gezien. Ik wil een rigoureus verbod. De nieuwe bestuurders moeten hun invloed kunnen uitoefenen op de benoeming van netcoördinatoren.”