Papieren boekenwereld verbeeld in installaties

Tentoonstellingen: Storm, installaties naar William Shakespeare's The Tempest. De Paviljoens, Ruimte voor Hedendaagse Kunst, Almere. Di-zo 12-17u. T/m 28/9. Inl.: 036-5378282.

De werking van Thomas Bernhard van Norman Beierle. Nieuwstraat 33-41, Leiden. Wo-zo 12-17u; do 19-21u. T/m 28/9. Inl.: 071-5126420.

Waarvan ik dacht dat het een verrassing was, bleek bij nader inzien geen verrassing. Eerst zag ik buiten De Paviljoens in Almere, de Ruimte voor Hedendaagse Kunst, een blauw flikkerlicht als een waarschuwingsteken staan, vervolgens lag er in het gras een brokstuk scheepswand. Binnen, achter een glaswand, lag de omgekeerde romp van een gehavende, gestrande boot. Dit was onmiskenbaar een verwijzing naar de schipbreuk, waarmee Shakespeare's toneelstuk De storm (The Tempest, 1611) opent. Tussen het glas en de scheepsromp ontwaarde ik van afstand twee kleine poppetjes, dat is mooi, dat waren natuurlijk de tovenaar Prospero en zijn dochter Miranda. Eenzame bannelingen op een behekst eiland die hun schip zagen vergaan. Maar nee, ik vergiste me: de koperkleurige figuurtjes waren stukken afgezaagde buis van de centrale verwarming. De menselijke verschijningsvorm die ik zocht, was op slag verdwenen.

De expositie Storm in de Almeerse Paviljoens beslaat twee grote, langwerpige ruimten, overdadig belicht. Installaties, een computer waarop je kunt communiceren met de luchtgeest Ariel, uitputtende videobeelden van een modern toilet en een houten tafel waarop ijzeren platen liggen moeten een uitbeelding geven van Shakespeare's Storm.

Mijn vergissing bij Prospero en Miranda blijkt zich te wreken bij alles wat er tentoongesteld is. De mens, toch het vitale element van een drama, ontbreekt. Ariel die zich verschanst in een computerscherm, een installatie van de Duitse vormgeefster Isabelle Jenniches, kan toch moeilijk voor intensiteit zorgen; hooguit is zij een moeizaam bewegende ledepop. Het scheepswrak van Saskia Louwaard geeft nog de meeste herkenning, bovendien beschikt zij over ironie. Rondom het brokstuk staan emmers waarin water sijpelt. Toch voldoet de tentoonstelling geenszins en dat heeft te maken met een gemakzuchtig begrip van De storm: omdat daarin botte natuurkrachten botsen met ijle gevoelens en poëzie, worden al snel natuur en cultuur tegenover elkaar geplaatst. Dat levert een oeverloze fantasie op, die elke vorm ontbeert. Zet een computer naast een brok hout, en je krijgt een confrontatie. Maar die is loos en vergeefs.

De Leidse kunstenaar Norman Beierle liet zich door de roman Gehen van de Oostenrijkse schrijver Thomas Bernhard inspireren. Dit boek vertelt het steeds krankzinniger wordende verhaal van een filosoof die een broekenverkoper dol maakt met het stellen van vragen naar de kwaliteit van de pantalons. Beierle zelf leest, in het Duits, fragmenten uit de roman voor, verdeeld over de personages. Hij doet dat als een volwaardig acteur. Het beschreven interieur van de broekenwinkel heeft hij minutieus nagebouwd, bewonderenswaardig van detaillering en precisie. Het grauwe tijdsbeeld (ergens eind vijftig, begin zestig) dat de winkel uitdrukt klopt. De naaimachines, het belletje van de winkeldeur, de stoffen, de knopen, de klossen met garen - het is allemaal waarachtig. Uiteindelijk gaat dit tot werkelijkheid gebrachte romandecor over de strijd tegen schrale plekken in het leven. Wel honderdmaal roept de filosoof uit: “Diese schütteren Stellen, diese schütteren Stellen...!” Hij laat de verkoper de pantalon tegen het licht houden, en ja, dan glimmen daar onvermijdelijk de sleetse plekken op.

Norman Beierle ontbeert gelukkig de gemakzucht en het drijven op flinterdunne ideetjes die de Storm in Almere zo doods maken; hij creëert van Bernhards romanwereld een onthutsend werkelijke wereld, die tegelijkertijd ook weer kunstmatig is, want ik bevind me niet in een echte naaiwinkel maar een geïmiteerde. Nooit eerder heb ik de papieren wereld van een boek zo tastbaar en als zo zichtbaar ervaren.