Nieuwe slachtpartij bij Algiers

ALGIERS, 23 SEPT. Bij een nieuwe massaslachting in de omgeving van de Algerijnse hoofdstad Algiers zijn vannacht tussen de 180 en 200 doden gevallen. Dat melden inwoners die aan het bloedbad zijn ontsnapt.

Eerder had het officiële persbureau APS meegedeeld dat 85 mensen “op lafhartige wijze” - dat wil zeggen de keel afgesneden - waren vermoord bij de aanval in Bentahla, bij de zuidelijke toegang tot Algiers en in de buurt van de grote volkswijk Baraki. Het persbureau, dat de veiligheidsdiensten aanhaalde, schreef de aanval toe aan moslim-extremisten.

Niet bekend

In de nacht van vrijdag op zaterdag waren al meer dan 50 Algerijnse dorpelingen, zoals gebruikelijk merendeels vrouwen en kinderen, om het leven gekomen bij een moordpartij in het dorp Guelb al-Kébir, 60 kilometer ten zuiden van Algiers. Dat bloedbad, na een relatieve pauze in het bloedvergieten van twee weken, werd alleen door onafhankelijke Algerijnse kranten gemeld.

De autoriteiten hadden de laatste tijd alleen de reusachtige moordpartij in Sidi Rais gemeld, eveneens aan de rand van Algiers, waar eind augustus volgens officiële cijfers 98 doden vielen maar volgens schattingen van getuigen tussen de twee- en driehonderd. Als die schattingen klopten, was dit de grootste afzonderlijke moordpartij sinds regering en moslim-extremisten in 1992 verwikkeld raakten in een uiterst gewelddadige machtsstrijd. Daarbij zijn sindsdien volgens zeer ruwe schattingen zeker 60.000 mensen om het leven gekomen.

De regering herhaalt temidden van het voortdurend geweld rondom Algiers dat zij de toestand volledig onder controle heeft. De Algerijnse minister van Buitenlandse Zaken, Ahmed Attaf, zei twee weken geleden in Den Haag nog dat de verhalen over de onveiligheid uit de lucht waren gegrepen.

Na het bloedbad in Sidi Rais riep de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Kofi Annan, op tot politieke actie om tot een oplossing van de crisis te komen. De Algerijnse regering, die niets van een buitenlandse interventie wil weten, wees Annan vervolgens woedend terecht. (Reuter, AFP)