Meer taken voor ombudsman bepleit

DEN HAAG, 23 SEPT. De taken van de nationale ombudsman moeten worden uitgebreid en hij dient meer bevoegdheden te krijgen. De noodzaak van een instituut als de nationale ombudsman - die als belangenbehartiger optreedt tussen burgers en overheid - blijft ook in het volgende millennium bestaan.

Dat concluderen onderzoekers van het Instituut voor Staats- en Bestuursrecht van de Rijksuniversiteit Utrecht in een rapport over de toekomst van de nationale ombudsman. Het rapport, dat is opgesteld in opdracht van staatssecretaris Kohnstamm (Binnenlandse Zaken), is vanmiddag aan hem aangeboden.

Gemeenten die geen klachtenservice hebben, moeten gebruik kunnen gaan maken van de diensten van de nationale ombudsman. Maar dan moeten wel de bevoegdheden van de ombudsman verder gedelegeerd worden naar gemeentelijk niveau.

De onderzoekers menen dat ook klachten over gedragingen van de rechterlijke macht, die nu nog niet door de ombudsman behandeld mogen worden, onder diens bevoegdheden moeten vallen. Ook de zogenoemde interventiemogelijkheden van de ombudsman - het op informele wijze oplossen van klachten door bemiddeling - verdient meer aandacht.

Door het grotere aantal taken zouden er wellicht meer ombudsmannnen moeten komen. Dan zou ook aan de veelgehoorde wens voldaan kunnen worden om klachten mondeling af te handelen in plaats van alleen schriftelijk. Nu is er één nationale ombudsman en één vervanger. Het ministerie van Binnenlandse Zaken stelt zich terughoudend op ten aanzien van de mondelinge afhandeling van klachten.

Een woordvoerder van het ministerie meldt dat de aanbevelingen in het rapport voor een groot deel zullen worden overgenomen en zelfs al in gang gezet zijn. “Er wordt sinds begin vorig jaar geëxperimenteerd met de uitbreiding van de taken van de ombudsman naar alle provincies en naar zeven gemeenten. Binnenkort zullen nog meer gemeenten benaderd worden om mee te doen”, zegt de woordvoerder.

Ook de ombudsman zelf, M. Oosting, is tevreden met het onderzoek. In een schriftelijke reactie laat hij weten dat “de overgrote meerderheid van de aanbevelingen mij aanspreekt”.