'Medisch gebruiker' VS blowt in juridisch schemergebied

De Nederlandse regering heeft het gebruik van marihuana als medicijn deze zomer verboden. Maar in Californië is het middel net gelegaliseerd. Patiënten kunnen daar met een briefje van de dokter bij zogeheten cannabis-clubs een zakje wiet halen, ook al blijft de regering-Clinton het middel beschouwen als een gevaarlijke drug.

OAKLAND, 23 SEPT. Roken is streng verboden in de cannabis-club in de Amerikaanse stad Oakland. Maar de leden hebben daar geen moeite mee. Ze komen hier niet voor de gezelligheid, maar omdat ze ziek zijn en baat vinden bij marihuana. En sinds kort kunnen ze dat, als hun arts het aanbeveelt, aanschaffen zonder arrestatie te riskeren.

Voor veel Amerikanen blijft dat vreemd, en zeker voor Mark (50), een accountant die zichzelf omschrijft als een conservatieve Republikein. Nooit had hij gedacht dat hij nog eens in de rij zou staan om marihuana te kopen, een middel waar hij zijn kinderen altijd voor heeft gewaarschuwd. Maar nu schaft hij zonder blikken of blozen twee zakjes van het spul aan, omdat het de hevige pijn verlicht die zijn artritis hem bezorgt. En bovendien koopt hij vier plastic kweekbakken, om zelf marihuana te gaan verbouwen. Hij heeft er thuis al een slaapkamer voor ontruimd.

“Voor mij werkt het veel beter dan allerlei pijnstillers”, zegt hij verontschuldigend in het sobere clubhuis, dat gevestigd is op de tweede verdieping van een discreet kantoorgebouw. “En bovendien bespaart het me per maand duizend dollar aan medicijnen.” Maar hij voelt zich er toch ongemakkelijk bij en hij wil niet dat zijn achternaam in de krant komt. “Ik durf er met niemand in mijn omgeving over te spreken, alleen met mijn vrouw en mijn beste vriend.”

Zulke terughoudendheid is uitzonderlijk onder de leden van de Oakland Cannabis Buyers Cooperative, zoals de club officieel heet. Met ruime meerderheid immers namen de Californische kiezers afgelopen november bij referendum een burgerinitiatief aan, in Californië algemeen bekend als Voorstel 215, dat aan ernstig zieke mensen het recht geeft om marihuana te kopen en te gebruiken. Sindsdien zijn op verschillende plaatsen in de deelstaat clubs opgericht die patiënten openlijk, en vaak in overleg met de lokale autoriteiten, voorzien van wat in Nederland mediwiet heet.

Maar toch is de schaamte van een gezagsgetrouwe Amerikaan als Mark niet zo vreemd. De regering-Clinton, die de uitslag van het Californisch referendum scherp heeft veroordeeld, blijft marihuana zien als een gevaarlijk verdovend middel, dat leidt tot het gebruik van zwaardere drugs. Het is een van de belangrijkste doelwitten van haar grootscheepse 'oorlog tegen drugs', waaraan jaarlijks 16 miljard dollar wordt uitgegeven. Washington gelooft niet in de medische effecten van marihuana en heeft alle artsen in het land - in afwachting van nader onderzoek - verboden om het voor te schrijven. Het landelijke beleid is daardoor in strijd met de nieuwe wet in Californië, en de rechter moet nog uitmaken wat daarvan in de praktijk de gevolgen zijn. De cannabis-clubs worden ondertussen getolereerd, maar ze opereren in een juridisch schemergebied.

De kleurrijke politieke activist Dennis Peron drijft een medische cannabis-club in het hart van San Francisco. Zo onopvallend en sober als de club in Oakland is, zo uitbundig is de San Francisco Cannabis Buyers Club, met een reusachtig gouden hennepblad op de veelkleurige gevel en een interieur met veel goud, planten en luie banken. “Alle gebruik van marihuana door volwassenen is medisch”, zegt Peron. “Want je voelt je er toch beter door?”

Peron was een van de initiatiefnemers van Voorstel 215, en hij verkocht al marihuana voor het voorstel was aangenomen - waarvoor hij herhaaldelijk gearresteerd is. Nu de kiezers hem gelijk hebben gegeven, heeft hij alle terughoudendheid laten varen. Zijn club, met zevenduizend leden, loopt als een trein. Er mag gerookt worden en bezoekers vergelijken de atmosfeer met die in een Amsterdamse coffeeshop. “De uitslag van het referendum luidt het einde in van de oorlog tegen marihuana”, zegt Peron overtuigd.

Maar Peron is een uitzondering. De meeste cannabis-clubs doen juist hun best om te benadrukken dat het hun niet gaat om legalisatie van marihuana in het algemeen, maar alleen om het helpen van patiënten. Ze moeten niets hebben van de hele sfeer die hoort bij het gebruik van marihuana voor louter ontspanning. “Als je doet alsof het voortdurend happy hour is, dan krijg je de doorsnee Amerikanen niet over de streep”, zegt Dennis Augustine, medisch directeur van een cannabis-club in San José. Die club noemt zich uitdrukkelijk een 'medisch centrum' en ziet er ook als een huisartsenpraktijk uit. De politie komt af en toe een kijkje nemen, maar werkt niet tegen. Ze hebben de club alleen sterk aangeraden om tralies voor de ramen aan te brengen, om te voorkomen dat dieven er met de marihuana vandoor gaan.

De opstelling van de landelijke overheid blijft voor artsen een bron van onzekerheid. Volgens dokter Virginia Cafaro, die is verbonden aan de grootste praktijk voor aids-patiënten in San Francisco, zijn sommige artsen bang om hun patiënten marihuana te adviseren. “Het kan een arts zijn bevoegdheid om zijn vak uit te oefenen kosten, want de landelijke overheid kan die intrekken. De meeste artsen die aids- en kankerpatiënten behandelen trekken zich daar weinig van aan, maar in andere specialismen zijn artsen soms voorzichtiger.”

Een voorlopig vonnis bepaalt dat artsen - op grond van de vrijheid van meningsuiting - het recht hebben om medicinaal gebruik van marihuana met hun patiënten te bespreken en zelfs aan te bevelen - maar voorschrijven blijft taboe. Die uitspraak kan echter nog verworpen worden, zoals de regering-Clinton hoopt. En daarom zetten artsen voorlopig maar zo min mogelijk op papier en gebruiken ze liever de telefoon om aan de cannabis-clubs te bevestigen dat een patiënt voor marihuana in aanmerking komt.

Toch is Cafaro ervan overtuigd dat er in het hele land artsen zijn die medicinale marihuana voorschrijven. Een onderzoek dat de Harvard Medical School in 1991 hield onder 200 oncologen, gaf al aan dat 44 procent wel eens marihuana aanbeval. En de publiciteit die het referendum in Californië met zich meebracht, heeft de vraag bij patiënten sterk doen toenemen.

In het ziekenhuis waar Cafaro werkt, wordt marihuana routinematig voorgeschreven aan vijf procent van de aidspatiënten. “Het grootste probleem voor mij is dat het gerookt wordt, en van sigaretten weten we hoe slecht dat kan zijn. Maar je moet de risico's afwegen tegen de voordelen. En voor iemand met aids die wegteert, is het heel belangrijk dat marihuana zijn eetlust weer kan opwekken.”

Cafaro heeft weinig goede woorden over voor de 'marihuanapil' marinol, waar de Nederlandse overheid hoge verwachtingen van heeft. “Het is niet goed te doseren, sommige patiënten zijn er acht uur stoned van. Met inhaleren kun je de dosis veel beter reguleren.” Vooral voor aidspatiënten, die zich vaak moeten houden aan een strikt schema voor het slikken van allerlei medicijnen, kan het erg vervelend zijn als ze door het slikken van marinol in slaap vallen.

Een van de grote praktische problemen bij de openlijke verstrekking van medicinale marihuana in Californië is nog de manier waarop de clubs aan het spul komen - ook al is het op menige straathoek gemakkelijk te koop. Transport van marihuana blijft illegaal. En het verbouwen van marihuana is toegestaan, maar alleen voor eigen gebruik. De meeste clubs doen voorlopig zaken op de zwarte markt, en kwekers willen zich maar al te graag het keurmerk verwerven leverancier te zijn van een legale club voor zieke mensen. Het is de favoriete uitvlucht geworden voor iedereen die wordt opgepakt met marihuana in zijn bezit.

De club in Oakland geeft zijn leden een pasje, waarmee zij kunnen aantonen dat ze marihuana gebruiken voor hun ziekte. De inkopers van de clubs hebben een vergelijkbaar identiteitsbewijs. Dag en nacht kan de politie een staflid van de club bellen, om na te gaan of een arrestant inderdaad bij de club is ingeschreven. Tegenstanders van de legalisering van marihuana waarschuwden aan de vooravond van het referendum voor een juridische anarchie. Ze voorspelden dat jongeren in verwarring gebracht zouden worden als ze opeens te horen kregen dat marihuana voor sommige mensen heilzaam is. Legalisering zou de oorlog tegen drugs ondergraven.

Dat laatste lijkt inderdaad gebeurd te zijn. In de media is de afgelopen maanden welwillend over de cannabis-clubs gerapporteerd. En tegelijk is er steeds meer aandacht voor de zwakke plekken in het nationale drugsbeleid. Het harde optreden tegen de invoer van marihuana bijvoorbeeld heeft Amerikaanse kwekers de kans gegeven om hun marktaandeel sterk uit te breiden. Deskundigen schatten dat marihuana nu het profijtelijkste gewas van het land is.

Een woordvoerder van Dan Lundgren, de minister van Justitie van Californië die vorig jaar een van de felste tegenstanders van Voorstel 215 was, zegt dat Lundgren de wet nu loyaal uitvoert, al blijft hij het een slecht idee vinden. Lundgren heeft onlangs zelfs ingestemd met een nieuw onderzoek naar de medische effecten van marihuana - volgens politieke commentatoren om zijn kansen om in 1998 tot gouverneur gekozen te worden niet langer te belasten met zijn onpopulaire verzet tegen de medische marihuana.

Of het tij in Washington zal keren, is sterk de vraag. Clinton, die nog altijd achtervolgd wordt door zijn uitspraak in 1992 dat hij wel marihuana gerookt heeft maar zonder te inhaleren, wil tot nog toe boven alles de indruk vermijden dat hij de strijd tegen drugs niet serieus neemt. Maar sinds een commissie van de vooraanstaande National Institutes of Health vorige maand in een rapport enthousiasme liet blijken over veelbelovende aanwijzingen dat marihuana een effectief middel is, heeft de regering ingestemd met een nader onderzoek naar het medische gebruik.