Israeliërs steeds meer in verwarring

In Israel heerst een gespannen en onzekere sfeer temidden van het voortdurend geweld. Wordt het oorlog? Dergelijke vragen krijgen vaak een antwoord dat nog grotere verwarring schept.

TEL AVIV, 23 SEPT. Drukken geruchten over een militaire mobilisatie de koersen op de Tel-Avivse beurs, vroeg het financiële dagblad Globes zich onlangs af. Het is lang geleden dat zo'n vraag in een serieuze krant in Israel werd gesteld. Dat dit gebeurde, tekent de gespannen en onzekere sfeer in Israel. Breekt er een guerrilla-oorlog met de Palestijnen uit? Bereidt Syrië een verrassingsaanval voor om een deel van de Hoogvlakte Golan te heroveren? Wanneer sneuvelt de volgende soldaat in Libanon en hoeveel zullen nog volgen? Wanneer en waar voltrekt de volgende Palestijnse zelfmoordaanslag zich in het land van de aanhoudende rampen? Dergelijke vragen, die vaak een nog grotere verwarring scheppend antwoord krijgen van de bevoegde instanties, zijn anderhalf jaar na de verkiezingszege van de Likud-premier Benjamin Netanyahu aan de orde van de dag.

'Moord' is de naam van een nieuw, keihard toneelstuk van Chanoch Levin dat de waanzin en zinloosheid van het Israelisch-Palestijns conflict op het toneel brengt. Het werd door Levin geschreven na de ernstige onlusten tussen Israeliërs en Palestijnen die een jaar geleden uitbraken na het openen van een tweede toegangsdeur tot de archeologische tunnel in Oost-Jeruzalem. Joodse en Arabische acteurs van het Cameri theater schreeuwen op het toneel hun haat uit en, zoals dat altijd bij Chanoch Levin het geval is, er komen hoeren aan te pas om de laagheid van het leven in zo'n uitzichtloze situatie te illustreren. “We wandelen naar de volgende oorlog” is een van de sleutelzinnen in 'Moord'. Uit de stampvolle zaal klinkt geen protest als de op het toneel soldaten een Palestijn in bezet gebied buitengewoon wreed doodmartelen. De hysterische hoeren die hetzelfde doen met een Palestijn die een terrorist zou kunnen zijn, symboliseren de Israeliërs die door terreur waanzinnig zijn geworden. Chanoch Levin kan die vrijheid nemen omdat de Israelische samenleving is veranderd. Toen hij in de jaren zeventig 'De Koningin in bad' op het toneel bracht, werden hij en het stuk weggehoond. Israel was toen niet rijp voor het door het slijk halen van premier Golda Meir.

Yoel Marcus, de columnist van de krant Ha'arets, vertolkte eind vorige week de onzekerheid die zich van de Israeliërs heeft meester gemaakt. “Als een overbodige oorlog aan de horizon opkomt, heeft het publiek het recht dat te weten, bang te zijn en in paniek te raken”, schreef hij. Temidden van Palestijnse zelfmoordaanslagen en waarschuwingen van de militaire inlichtingendienst betreffende oorlogsgevaar met de Palestijnen en Syrië gelooft 33 procent van de Israeliërs dat een oorlog zal uitbreken. Volgens een recente opiniepeiling acht 31 procent de kans daarop zelfs groot. Moeten de burgers de militaire inlichtingendienst geloven? Of moeten zij afgaan op ministers die deze sombere verwachtingen kwaad wegwuiven?

Nu het autonomie-akkoord van Oslo op zijn grondvesten schudt, kan de Israeliër nauwelijks peilen wat de nabije en verre toekomst heeft te bieden. De hoop op vrede van nog maar een paar jaar geleden, vervliegt snel, dat is zeker. Aangezien het ook met de economie slechter gaat en de werkloosheid betrekkelijk snel oploopt, naar 8 procent, nemen met de perceptie van een snel verslechterende veiligheidssituatie ook de sociale spanningen toe. In het verleden hebben woordvoerders van de oppositie bij moeilijke situaties het aftreden van de premier en de regering geëist op een toon die bij deze democratische reflex past. Nu klinkt de toon anders, alsof het om het behoud van het leven zelf gaat. “Bibi, treed af terwille van het welzijn van ons land. Je bent niet voor de taak van premier geschikt!” De socialistische oppositieleider Ehud Barak zei dit een paar dagen geleden in het parlement met een gezichtsuitdrukking die grote ongerustheid uitstraalde. Jossi Sarid, de leider van de Burgerrechtenpartij die precies hetzelfde zei, klonk bijna wanhopig.

Wanhoop en nauwelijks ingehouden woede over wat in het vredeskamp “de moord op de in Oslo geboren vredeskans met de Palestijnen” door Netanyahu wordt genoemd, versplinteren de toch al buitengewoon gefragmenteerde Israelische samenleving nog verder. Rabins weduwe Lea spande zich onlangs tot het uiterste in om een kranslegging door Netanyahu bij het gedenkteken van haar echtgenoot in Tel Aviv te voorkomen. Ze beschuldigde hem in tv- en radiovraaggesprekken van de drijvende kracht te zijn geweest die tot de moord op haar man leidde. Maar ook stelde ze hèm en niet Yasser Arafat voor de volle honderd procent verantwoordelijk voor de verstikking van het akkoord van Oslo. Netanyahu zag tijdens zijn officiële bezoek aan Tel Aviv wijselijk af van het bezoek aan de plaats waar Rabin in de rug werd neergeschoten.

Nog steeds verzekerd van een flinke populariteit is Netanyahu in het offensief gegaan tegen zijn belagers. Het recept waarvan hij zich bedient is eenvoudig: alles wat mis gaat is de schuld van de vorige regeringen onder Rabin en Peres. De Palestijnse terreur kan toeslaan omdat beide socialistische premiers instemden met de overdracht van de Palestijnse steden aan het Palestijnse terroristen-leger van Arafat. De Israelische veiligheidsdienst is daardoor 'blind' geworden en de aanslagen zijn daar het logische gevolg van. De economie verkeert in moeilijkheden omdat de socialisten de schatkist hebben geplunderd.

Netanyahu heeft vóór en na zijn verkiezingszege bewezen een meester copy-writer voor zijn politieke visie te zijn. Met de waarheid neemt hij het niet zo nauw als het erom gaat het land van Israel te redden uit handen van het Palestijnse gevaar. Met de Palestijnse terreur als bewijs voert hij een campagne om het Israelische volk ervan te doordringen dat de Palestijnen een strategische bedreiging voor de joodse staat vormen. Het is een volstrekt nieuwe these in het Israelische debat, waarvoor experts in de militaire hiërarchie de schouders ophalen maar die er bij veel Israeliërs als koek ingaat.

Het inspelen op de angst van de getraumatiseerde Israelische bevolking voor Palestijnse terreur heeft een afstompend effect op het politieke debat over de grote veiligheidskwesties die nu aan de orde zijn. Het maakt niet zo'n indruk meer als Tommi Lapid, een van de bekendste leden van een panel in een populair tv-discussieprogramma, uitroept dat er “een ramp zal gebeuren”. Hij refereerde aan de de kwestie van de joodse bewoning in de buurt Ras al-Amud die volgens Benjamin Eliezer, een socialistische ex-minister van bouwnijverheid “van Jeruzalem een tweede Belfast kan maken”.

De scherpe kritiek op Netanyahu zou misschien meer effect hebben indien de oppositie en intellectuelen hem van meet af aan niet zouden hebben gedelegitimiseerd. De politieke elite van rechts en links heeft deze nieuwkomer in de Israelische politiek niet aanvaard. Zelfs de Herut-elite, de ruggegraat van Likud, behandelt hem als een buitenbeentje. Herut-prinsen als Benni Begin en Dan Meridor hebben het niet in de regering-Netanyahu kunnen volhouden. De vroegere Likud-premier Yitzhak Shamir voert een felle persoonlijke campagne tegen Netanyahu. Volgens sommige van zijn critici is dat mogelijk de reden dat hij de werkelijkheid niet van schijn kan scheiden en daarom voor de toekomst van Israel onverantwoordelijke beslissingen neemt. Oren Shahor, die als kolonel een belangrijke rol speelde in de onderhandelingen met de Palestijnen, is die mening toegedaan. Hij werd door Netanyahu uit het leger gewerkt toen hij door een persfotograaf werd 'betrapt' na een ontmoeting met ex-premier Shimon Peres. Wat niet meer dan een sociaal contact was, zoals gebruikelijk in de Israelische verhoudingen, werd door Netanyahu opgeblazen tot ondermijning van de onderhandelingen met de Palestijnen zoals hij die wil. Sedertdien gebruiken critici ook wel het begrip paranoïde om Netanyahu in kaart te brengen als verwarring stichtende premier.