In Utrecht rukt de 'city' op

De gemeente Utrecht wil het gebied rond het centraal station de komende tien jaar herinrichten. Nog nergens in Nederland is een functionerend stadscentrum zo grondig veranderd.

UTRECHT, 23 SEPT. De afstand van zijn woning en kantoor tot 'zijn' perron heeft hij gemeten: 600 meter. Organisatie-adviseur E. Buitenhek prijst zich nu nog gelukkig met zijn uitvalsbasis bij het Utrechtse centraal station. Maar de city rukt op. De woning van Buitenhek staat samen met zo'n 100 andere huizen aan de Croeselaan op de nominatie voor sloop.

De huizen zouden moeten wijken voor het Utrecht Centrum Project (UCP), een grootschalige reconstructie van het gebied rond het station. Het UCP is een samenwerking van de gemeente met het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (de eigenaar van het winkelcentrum Hoog Catharijne), Nederlandse Spoorwegen en de Jaarbeurs, die het centrum in tien jaar tijd voor 3,5 miljard gulden willen verbouwen.

“Vier jaar geleden was ik als bewoner bij de discussie over het UCP betrokken”, zegt Buitenhek, tevens voorzitter van een Vereniging van Eigenaar-Bewoners. “Toen dacht ik nog dat het alleen over mijn uitzicht ging.”

Het eerste sloopbericht kwam vorig jaar zomer 's ochtends om negen uur in de bus. “Het was volgens het handboek 'Hoe krijg ik een straat woest.' De communicatie was erg slordig”, constateert Buitenhek. “Deze zomer zou er duidelijkheid zijn over de voorwaarden, maar er vindt nu een pokerspel plaats.” De gemeente wijst naar de Jaarbeurs en die wijst weer naar de gemeente. “Bij ons hebben ze hun krediet verspeeld. We gaan nu in ieder geval in beroep tegen alle procedures.”

Buitenhek moet nog even geduld hebben, meent de project-wethouder van het UCP, H. Kernkamp. “We hebben overleg met de bewoners over een sociaal plan. Dat plan is binnenkort klaar en daarin staan de voorwaarden waaronder de huizen worden aangekocht en verhuisvergoedingen worden verstrekt.”

Het Utrecht Centrum Project is duidelijk nog niet op stoom. Wethouder Kernkamp verzekert dat nog dit jaar een definitief stedenbouwkundig plan verschijnt en de raad een besluit zal nemen. Nog net voor de raadsverkiezingen van maart 1998 zou dan een discussie van zo'n tien jaar zijn afgesloten.

Al in 1992 zag wethouder G. Mik (toen van stadsontwikkeling) het UCP “binnen handbereik”, maar het blijkt te gaan om een complexe materie. Nog nergens in Nederland is een functionerend binnenstedelijk gebied zo grondig omgegooid als het UCP beoogt.

“Ik wil het liefst vannacht nog beginnen met slopen en bouwen”, zegt directeur P. Smids van Muziekcentrum Vredenburg. Vredenburg lijkt nu een aanhangsel van Hoog Catharijne, en dat is Smids een gruwel. “Veel mensen die hier langs komen, merken niet dat hier de concertzaal van Utrecht staat.”

De grote zaal blijft intact, maar alles daaromheen wordt 'gestript'. Rond de grote zaal verrijst een nieuw muziekcentrum, met een kleine en een middelgrote zaal. Het popcentrum Tivoli krijgt een eigen vleugel met een grote en een kleine zaal, met in totaal bijna 4.000 plaatsen. Het hele complex komt los te staan van het winkelcentrum Hoog Catharijne, zodat het via een promenade vanaf het station meteen zichtbaar is. “Sober gecalculeerd”, zegt Smids, kost het ruim zeventig miljoen gulden.

Het is slechts een van de vele uitgaven in het UCP. Herstel van de in 1968 gedempte Catharijnesingel is een andere kostenpost. Voor nieuwe infrastructuur, waaronder een Zuidertunnel onder het sporencomplex, is 600 miljoen gulden nodig.

Het UCP is een combinatie van veel wensen en kansen. Om een sluitende exploitatie te waarborgen moeten de wensen betaald worden uit de bouw van 360.000 vierkante meter kantoorruimte, 30.000 vierkante meter aan winkels en zo'n 1500 woningen, 350 minder dan aanvankelijk was beloofd.

In de stad bestaat grote vrees dat het UCP uiteindelijk vooral een nieuwe kantorenkolos zal baren en dat de leefbaarheid volledig verdwijnt. In de raad zijn al stemmen opgegaan om minder kantoren te bouwen. Wethouder H. Kernkamp denkt dat het zal meevallen met de 'verstening', aangezien ook op het terrein van de Jaarbeurs gebouwd kan worden. Het beursterrein steekt met haar lage hallen nu schril af tegen de bestaande hoogbouw rond het station. Vergeleken met de eerste plannen (alle kantoren pal bij het station) wordt de nieuwe situatie “meer ontspannen”, aldus de wethouder. “De hoogbouw wordt nu uitgesmeerd over de Jaarbeurs. We krijgen een mooie as naar de westkant van het station. Ook voor de sociale veiligheid is het is het volgens Kernkamp gunstig als de Jaarbeurs steeds meer activiteiten gaat ontwikkelen. Zo zal de westkant van het station een ingrijpende metamorfose ondergaan. Op het terrein van de Jaarbeurs komt een vermaakcentrum met megatheater, multiplex bioscopen, casino en een 'food-court' met restaurants. Angst voor concurrentie met de oude stad is er niet. Utrecht heeft voortaan twee vermaakcentra, “een fenomeen waar in grotere steden al lang sprake van is”, aldus het college.

Essentieel is een goede ontsluiting van het gebied. De gemeente werkt nu naarstig aan plannen voor de Spoorlaan, een nieuwe invalsweg van de A-2 (Amsterdam-Utrecht) naar het centrum langs het spoor loopt. Voor de UCP-partners is die Spoorlaan een harde voorwaarde. Veel omwonenden blijken echter een voorkeur te hebben voor uitzicht op treinen.

Een nieuwe ontsluiting is ook van belang vanwege de stadsuitbreiding in Leidsche Rijn, waar tot 2010 zo'n 30.000 huizen worden gebouwd. Die nieuwe stadswijk, ter grootte van Leeuwarden, ligt op fietsafstand van het centrum, benadrukken de ontwerpers, maar enige toename van autoverkeer lijkt onvermijdelijk.

De Kop van Lombok, nu moeilijk bereikbaar vanuit het centrum vanwege razend verkeer, krijgt een betere aansluiting, verzekert Kernkamp. Het asfalt van de bestaande invalsweg die Lombok nu van het centrum scheidt, zal worden versmald van 100 naar zo'n 50 meter. “Daar komt een ontspannen stadsboulevard.”

Het financieringsplan voor het UCP is nog niet openbaar, maar de partners zijn het eens, stelt Kernkamp. De discussie gaat nu over de fasering van de werkzaamheden. Voorkomen moet worden dat eerst alleen de geldmakers (kantoren en winkels) worden gebouwd en fraaie kostenposten zoals het nieuwe muziekcentrum na de eerste de beste tegenslag sneuvelen.

De samenwerking met private partijen bracht de gemeente soms in een lastige rol. Het publieke debat kan niet op elk gewenst moment worden gevoerd, erkent Kernkamp. “De zorgvuldigheid ten opzichte van de andere partners heeft soms geleid tot schimmige vertoningen. We zijn het er nu over eens dat de plannen vanaf nu in openbare debatten worden afgerond.”

Bij de presentatie van het het voorlopig stedenbouwkundig ontwerp werden in totaal 25 knelpunten genoemd. Donderdag gaat het college daarover met de raadscommissies in openbaar debat.