Fenomenologie

Het opmerkelijke bericht dat een op de zes Duitsers denkt dat de zon om de aarde draait, in plaats van de aarde om de zon, gaf aanleiding tot vele commentaren. Minister Ritzen vond dat iedereen eigenlijk zou moeten weten dat de aarde niet het middelpunt van het heelal is, maar zei ook dat het maar een 'weetje' was dat de mens niet onmiddellijk raakt en daardoor snel vervliegt.

De waarde van de hogere opleidingen was volgens hem dat ze meer gaven dan weetjes. Ze maakten mensen 'betrokkener' en 'assertiever'. De discussie speelt zich af in de Volkskrant, maar raakt ook ons.

Je eerste primitieve reactie is: als het in Duitsland waar ze geen Ritzen hebben al zo erg is, hoe verschrikkelijk moet het dan niet in Nederland gesteld zijn? Dat is inderdaad een primitieve reactie. Bij nader inzien ligt de fout bij de Duitse sociale onderzoekers die de mensen lieten kiezen of de zon draaide of de aarde, en het eerste antwoord belachelijk vonden.

Wie zegt dat de zon om de aarde draait, beschouwt de aarde als een vast punt. Wie de aarde om de zon laat draaien, kiest de zon als vast punt. Een astronoom weet dat er geen vast punt bestaat en dat alles om elkaar heen draait. Het antwoord dat de aarde om de zon draait zou je het sociaal wenselijke antwoord kunnen noemen, maar het is niet juister dan het omgekeerde antwoord, dat de zon om de aarde draait.

Je zou het laatste zelfs sympathieker kunnen noemen. Het is een dagelijkse ervaring dat de aarde stilstaat en dat de zon er omheen draait. Niemand heeft ooit een vast punt op de zon ingenomen en niemand zal dat ooit doen, want het is daar te heet. Wat de sociale onderzoekers verlangden van de mensen die ze ondervroegen, was dat die zich van de aarde verhieven naar een hypothetisch vast punt op de zon. Waarom zouden ze dat doen? Omdat ze dan de banen van de planeten makkelijker uit zouden kunnen rekenen? Er zijn maar weinig mensen die dat kunnen. Logisch gezien hebben beide antwoorden dezelfde status, maar uit het sociaal onwenselijke antwoord dat de zon om de aarde draait, spreekt een prettige onverzettelijkheid. De weigering om de concrete ervaring op te geven voor een abstracte theorie.

De situatie komt een beetje overeen met een bekende, enigszins ouderwets klinkende sociologische beschrijving van de verschillende maatschappelijke klassen. De lagere klasse leefde wild en spontaan. De middenklasse had het fatsoen en het keurslijf van regeltjes die vastlegden wat netjes was en wat niet. De hogere standen, bereisd en ontwikkeld, beseften de relativiteit van die fatsoensregels en wisten dat het ook anders kon.

De hogere standen hadden in deze beschrijving vaak minachting voor de bekrompen middenklasse en meer waardering voor de ruwe onderklasse. Ze werden socialist en vatten liefde op voor primitieve volksgebruiken.

Ik heb net hetzelfde proberen te doen: op grond van een hoger wetenschappelijk standpunt koos ik de kant van de onderklasse die de zon om de aarde laat draaien. Een filosofische stroming die dat systematisch doet, is de fenomenologie.

De fenomenoloog heeft een zo verfijnd theoretisch bewustzijn dat hij de ontoereikendheid van iedere theorie beseft en daardoor de verschijnselen wil waarnemen zoals ze zijn, zonder ze door een theorie weg te laten redeneren. Een voorbeeld is de metableticus J.H. van den Berg. In zijn boek De Dingen legt hij uit dat stenen langer worden als ze verticaal op elkaar gezet worden en weer krimpen als ze op de grond terecht komen. Een toren is veel langer wanneer hij recht omhoog staat, dan wanneer hij omgeklapt zou zijn en op de grond zou liggen. Dat zie je al als je een paal eerst omhoog houdt en dan op de grond legt. Maar als je de torens zou meten, zijn ze in beide gevallen 100 meter, zou een naïeve theoreticus zeggen. Dat komt doordat ook de meetlat uitgerekt wordt als hij verticaal wordt gehouden. De meters zijn verticaal langer dan horizontaal, tenminste voor de fenomenoloog die zich zijn ervaringen niet laat afpakken door een theorie.

Zestien procent van de Duitsers laten de zon om de aarde draaien. Acht jaar geleden nog maar elf procent. Er zijn steeds meer hoog opgeleiden gekomen in die tussentijd. Zijn dat allemaal fenomenologen? Onwaarschijnlijk.

Wel is het zo dat de levensstijl die traditioneel aan de onderklasse werd toegeschreven steeds algemener wordt. Die levensstijl kenmerkt zich door directheid, dicht bij de ervaringen blijven, ongeduld voor afstandelijke theoretische beschouwingen. Hooligans op straat, emotieshows op de televisie, maatschappelijk relevant onderzoek op de universiteiten.

Het is beslist niet typisch voor Duitsland. Als onze Willem Alexander als wildplasser bij de gevels van de regeringsgebouwen zou worden aangetroffen, zou dat niet alleen geaccepteerd worden, maar als een garantie voor modern koningsschap worden opgevat. In Engeland is de altijd lachende Jos Brink tot premier gekozen en hij vindt algemene bijval als hij het koningshuis aanspoort om wat gezelliger en minder vormelijk te worden.

Laten we ons wagen aan een metabletische duiding van de resultaten van het Duitse onderzoek. Een op de zes Duitsers vindt dat de zon om de aarde draait. Hij houdt zich bij zijn eigen leefwereld, zoals hem geleerd wordt op school, op de televisie en zelfs op de universiteiten. Hij is in de minderheid, want al lijkt het soms anders, de meeste mensen zijn geen hooligans en treden niet op in emotieshows. En verder moet worden opgemerkt dat zijn schijnbaar ontheoretische ervaringswijsheid nog veel theoretischer is dan de fenomenologische normen het zouden willen. Wat hij zegt is heel wat anders dan wat hij ziet.

Hij ziet 's ochtends aan de horizon een gekleurde cirkel verschijnen. Meestal ziet hij het niet, want er staan huizen tussen. In ieder geval ziet hij in de loop van de dag aan de hemel iets eerst omhoog en later weer naar beneden bewegen. Om daaruit te concluderen dat er een hemellichaam is dat om de aarde draait, dat is een enorme stap waar de theorie van eeuwenlang wetenschappelijk onderzoek voor nodig is. Ook de epistemologische hooligan is doordrongen van de burgerlijke waarden van de wetenschappelijke theorie.