Ex-premier Spanje heeft een “schoon geweten”

De Spaanse oud-premier Felipe González moest gisteren getuigen in het monsterproces aangaande de illegale financiering van zijn socialistische partij, de PSOE.

MADRID, 23 SEPT. Breed lachend, alsof hij juist terugkwam van een ontspannen onderonsje, stond Felipe González gisteren de pers te woord op de stoep van het gebouw van de Hoge Raad in Madrid. Van een plezierig bezoek was echter geen sprake: González was juist gehoord als getuige in het monsterproces over de illegale financiering van zijn socialistische partij, de PSOE. “Ik ben een burger als iedereen”, zo verklaarde de man die dertien jaar lang het premierschap van zijn land bekleedde. “Maar in tegenstelling tot sommige anderen heb ik een schoon geweten.”

Dat laatste sloeg dan vooral op leden van de huidige regeringspartij, de rechtse Partido Popular. Het strafproces tegen 12 socialisten en ondernemers was een publicitair buitenkansje dat de Partido Popular zich niet liet ontnemen. González moest op last van de advocaat van deze partij als getuige aantreden. Het sloeg eveneens op José María Ruiz Mateos, de omstreden zakenman die begin jaren tachtig zijn holding Rumasa door de socialisten genationaliseerd zag en zich sindsdien tot taak heeft gesteld hun het leven zo zuur mogelijk te maken. Ook de advocaat van Ruiz Mateos wilde wel eens weten wat González afwist van de manier waarop zijn partij aan geld kwam.

Bitter weinig, zo verklaarde de ex-premier. “Ik hield me meer met het regeren van het land bezig dan met de financiering van mijn partij”, zo verklaarde González droogjes over de zogeheten Filesa-affaire.

Filesa was de naam van een spookonderneming die denkbeeldige diensten verleende in de vorm van zogenaamde marktrapporten. Als tegenprestatie stortten uiteenlopende bedrijven geld dat volgens de aanklacht evenwel rechtstreeks in de partijkas van de socialisten terechtkwam, ondermeer ter financiering van de verkiezingscampagne in 1989. Het zou daarbij gaan om meer dan een miljard peseta's, tegen de toenmalige koersen een bedrag van bijna 20 miljoen gulden.

De verdachten in het proces staan terecht wegens belastingontduiking, valsheid in geschrifte en overtreding van de kieswet. Onder hen bevinden zich de socialistische senator Josep Maria Sala en het vroegere kamerlid Carlos Navarro die beiden worden verdacht van het opzetten van een reeks aan nepondernemingen om geld in de kassen van de PSOE te laten vloeien.

Tijdens zijn verhoor erkende González dan ook ruiterlijk dat zijn partij een grote schuldenlast heeft opgebouwd. Daarmee verklapte de voormalige socialistenleider evenwel geen geheim. Het is algemeen bekend dat alle politieke partijen in Spanje voor tientallen miljoenen guldens in de schulden zitten. Op al dan niet creatieve wijze wordt geprobeerd de gaten te dichten. Zo is het opmerkelijk hoe de meeste Spaanse banken probleemloos miljoenenleningen bij politieke partijen uit laten staan, zonder dat het ooit tot aflossen komt.

In socialistische kring wordt het Filesa-proces dan ook vooral beschouwd als goedkope propaganda van de huidige regeringspartij. Partijsecretaris Joaquín Almunia, die González deze zomer opvolgde, liet gisteren niet na te onderstrepen dat zijn voorganger niet als verdachte, maar als getuige voor de rechters aantrad.

Toch kon niemand het contrast ontgaan met het laatste aantreden van González voor de Hoge Raad. Dat was in het najaar van 1995, toen hij als premier de opening van het juridische jaar - een soort Prinsjesdag voor de Spaanse rechtbanken - bijwoonde, in vol ornaat en samen met koning Juan Carlos en dezelfde opperrechters die zich nu over de Filesa-zaak buigen. Hoewel de ex-premier met zijn getuigenis weinig bijdroeg aan het ophelderen van de Filesa-affaire toonden zijn tegenstanders zich tevreden. “Op zijn minst worden nu de foto's over de hele wereld verspreid”, zo verklaarde de zakenman Ruiz Mateos over de afbreuk van het imago van González.

Dat het gerommel met de financiering een wijdverbreide praktijk is binnen de politieke cultuur van Spanje nam niet weg dat González ook in eigen kring kritiek te verduren kreeg. Volgens het González welgezinde dagblad El País is de verregaande onwetendheid van de ex-premier over wat zich rondom de kas van zijn partij afspeelde een bewijs van gebrek aan controle van de politiek verantwoordelijken. Uit de hoek van de tegenstanders kwam fellere kritiek. Het conservatieve dagblad Abc noemde het ongeloofwaardig dat González niets geweten zou hebben van een financieringssysteem dat voor een derde van de kosten van de verkiezingscampagne opdraaide. “Een belediging voor de intelligentie”, zo meende het hoofdcommentaar van het dagblad El Mundo over de getuigenis van de ex-premier.

Vooralsnog blijft het optreden van González in rechtszaken beperkt tot zijn getuigenis van gisteren. Vorig jaar besloot de Hoge Raad dat de vroegere minister-president niet voor de rechter hoeft te verschijnen in verband met de lopende onderzoeken in de zaak rond de doodseskaders die tegen de Baskische terreur-beweging ETA werden ingezet. Justitie sloot evenwel niet uit dat González in verband met het verdere onderzoek in de toekomst alsnog zal moeten aantreden.