Een geijkt portret van Van de Ven

Close Up, woensdagavond, Ned.1, 22.30-23.23u. Stardust, woensdagavond, Ned.3, 23.23-0.15u.

De documentaire over Monique van de Ven, die morgenavond in Avro's Close Up wordt uitgezonden omdat zij de komende dagen wordt gehuldigd op het Nederlands Filmfestival, is gemaakt volgens het eenvoudigste procédé dat voor zulke programma's bestaat: men neemt de hoofdpersoon een interview af en lardeert dat op de montagetafel met scènes uit films. En omdat het hier gaat om een vrouw die makkelijk uit haar woorden komt en naar wie het bovendien een genoegen is te kijken, lijkt het al gauw heel wat. De vraag is hooguit of het niet wat méér had kunnen zijn.

Alleen in de vormgeving van Monique van de Ven: 25 jaar later wijkt de documentarist Roel van Dalen, maker van veelgeprezen series als Een koninklijk gezelschap (over het Concertgebouworkest) en Veroordeeld (over gedetineerden in de Maastrichtse gevangenis Overmaze), af van het geijkte: hij plaatste Monique van de Ven in een toepasselijk setje waar ze af en toe door een make-up-mevrouw een beetje wordt bijgepoetst, alsof ze op het punt staat een filmscène te spelen. Ietwat terzijde zit Van Dalen quasi-diepzinnige vragen te stellen. “Wat heeft die 25 jaar acteren met jou gedaan?” bijvoorbeeld. En: “Ben je erdoor veranderd ook?”

Natuurlijk is het prettig weer eens de vele filmgezichten te zien die Monique van de Ven in de loop der jaren heeft gehad, en haar verrassende veelzijdigheid te aanschouwen. Daarbij doet de actrice niet alleen koket over haar leeftijd (“toch al 45!”), maar ze gunt haar interviewer ook een reeks openhartige antwoorden over haar drijfveren, haar streven naar perfectionisme en haar hang naar “aardig gevonden worden”.

Dat de interviewer ook de recente dood van haar zoontje aanstipt, lijkt aanvankelijk niet onkies, omdat die gebeurtenis natuurlijk ook haar carrière heeft beïnvloed. Maar bepaald onzindelijk vind ik het dat hij haar op de set nog eens confronteert met een fragment uit de film Romeo, waarin ze een moeder speelt die pas haar zoontje heeft verloren. De kijker heeft dat indrukwekkende fragment al eerder in de uitzending gezien; de herhaling dient alleen om de camera verlekkerd te laten registreren hoe ze daarop reageert. Over haar gezicht trekt een waas van verdriet. Wel passend is daarop de vraag of ze die scène, nu haar zelf zoiets is overkomen, anders zou hebben gespeeld. En haar prompte antwoord is ontwapenend van eerlijkheid: “Dan had ik hem veel te sentimenteel gespeeld, denk ik.”

Als alles volgens schema verloopt, wordt Close Up morgenavond onmiddellijk gevolgd door een nieuwe aflevering van de VPRO-filmrubriek Stardust die begint met de vraag of Nederland, na Monique van de Ven, nog nieuwe filmsterren te wachten staat. Ach nee, is de teneur, daar is ons land te klein voor, zo klein dat we elkaar voortdurend nuchter houden. De jonge actrices die aan het woord komen (Nadja Hüpscher, Rivka Lodeizen, Kim van Kooten, Esmee de la Bretonière en Ricky Koole) reageren dan ook enigszins lacherig op de vraag of ze een filmster willen worden. Esmee de la Bretonière, die een waardige hoofdrol speelt in de nieuwe film Gordel van Smaragd, lijkt me nog de gretigste van het stel.

Maar het blijft, door die gekunstelde vraagstelling, een nogal vruchteloze reportage. De verstandigste opmerking komt van Jeanette Snik, hoofd van een casting-bureau, die wijst op het gebrek aan continuïteit - één hoofdrol en daarna niets meer, is niet de ideale manier om sterren te kweken. Niemand gaat er verder op in, maar ze heeft gelijk: toen Monique van de Ven eenmaal Turks fruit had gemaakt, beleefde de Nederlandse filmproductie een hoogtepunt. Haar kostje was gekocht. En nu? Kim van Kooten wacht nog steeds op een goed script.