Dirigent Moesin (93) is 'wijze man' in masterclass

Tijdens het Gergjev-festival, dat deze dagen in Rotterdam wordt gehouden, geeft Valery Gergjev een masterclass samen met de man van wie hij het dirigeren leerde: Ilja Moesin, met 93 jaar de oudste, nog actieve dirigent.

Masterclass en concert: t/m 26/9 Rotterdams Conservatorium en De Doelen.

ROTTERDAM, 23 SEPT. De professor en de maestro komen wat later binnen dan gepland. Met een file bij het Dijkzigt Ziekenhuis is in het krappe tijdschema geen rekening gehouden. Een orkest van studenten zit klaar in een lokaal van het Rotterdams Conservatorium. Een medewerker maant de leden vooral paraat te blijven zitten. Maestro Valery Gergjev (44) en de man van wie hij het allemaal heeft geleerd, professor Ilja Moesin (93), willen zo efficiënt mogelijk werken, van de hak op de tak kunnen springen.

Het is maandagavond, en er is nog een lange weg te gaan. Er zal opnieuw een schifting moeten plaatsvinden onder de deelnemers aan de masterclass, die een onderdeel is van het huidige Gergjev-festival. Slechts een handvol kandidaten kan door naar het presentatieconcert, dat vrijdagmiddag in De Doelen zal worden gegeven. Behalve de geselecteerde kandidaten, zal ook Moesin zich laten horen in Beethovens Eerste symfonie.

Moesin geeft wat vriendelijke knikjes en laat zich op een stoel op de voorste rij zakken. Gergjev ontbiedt de eerste kandidaat: de Amerikaan Anthony Aibel. Tsjaikovski, Vijfde symfonie, eerste deel. Aibel heeft het stuk niet gestudeerd, zegt hij verschrikt. Gergjev kent geen pardon, dirigeren zal hij. Het orkest speelt het werk voor het eerst en Aibel werkt voor het eerst met dit orkest, maar hij slaat zich desondanks manmoedig en met grote gebaren door het stuk. Gergjev bestudeert Aibels techniek vanaf de zijkant; Moesin zit er als zoutpilaar bij. Ilja Moesin is de oudste, nog actieve dirigent ter wereld. Hij groeide op in het tsaristische Rusland, overleefde de twee Wereldoorlogen, de Russische Revolutie en de Val van de Muur. Sinds de jaren dertig is hij in Rusland een veelgezocht directieleraar, wiens roep zich vooral via zijn leerlingen verspreidde. Mariss Jansons studeerde bij hem, Vasili Sinaikski, en natuurlijk Gergjev. Moesins eigen carrière bleef beperkt tot het Russische grondgebied totdat hij onlangs, op 92-jarige leeftijd, zijn debuut maakte bij het Royal Philharmonic Orchestra in Londen.

Dat Moesin in zijn jonge jaren een formidabel orkestleider moet zijn geweest, bleek in april van dit jaar, toen hij het Rotterdams Philharmonisch Orkest dirigeerde. Over de toegift, de ouverture tot Mozarts Entführing aus dem Serail, schreef ik toen in deze krant: “De Mozart van Moesin is er één uit vroeger tijden, met alle connotaties van dien. Maar als je Mozart met loden schoenen zo gracieus trampoline hoort springen, vergeet je domweg dat hier een bijna honderdjarige op de bok staat.'

Tijdens de selectie-optredens in de masterclass bleef Moesin echter de gehele avond vrijwel roerloos zitten. Vorige week, toen de negen deelnemers het repertoire instudeerden met twee pianisten, moet zijn inbreng beduidend actiever zijn geweest. Het is de onvermoeibare Gergjev die de masterclass in feite leidt. Toch is het Moesin die de “wijze beslissing” neemt dat er geen vier, maar zelfs zes deelnemers verder mogen: Anthony Aibel, de Italiaanse Ljubka Biagioni, Hamish McKeich uit Nieuw Zeeland, de Fransman Amine Kouider, en - toeval of niet - twee leden van het Rotterdams Philharmonisch Orkest: de slagwerker Hans Leenders en de piccoloïst Wim Steinmann.

Dat Leenders verder mag is begrijpelijk. Zijn slag was economisch en ritmisch accuraat in het openingsdeel van Debussy's Prélude à l'après-midi d'un faune. Dat Steinmann ten koste van de Koreaan Jeong-Man Hynn, de Nederlander Bart van de Goorbergh of zelfs de Pool Michal Klauza werd geselecteerd, wekt verbazing. In zijn interpretatie van een deel uit Saint-Saëns' Celloconcert wist Steinmann zijn aanleg voor het vak van dirigent goed te camoufleren. Maar de maëstro en de professor zien ook bij hem kennelijk het talent flakkeren.