Dienstverband is aanvaardbaar voor specialisten

DEN HAAG, 23 SEPT. Een meerderheid van de medisch specialisten wil kunnen blijven kiezen tussen het vrije beroep of het dienstverband. Maar ruim 60 procent vindt daarbij dat in eenzelfde specialisme in een ziekenhuis niet zowel vrijgevestigde specialisten als specialisten in dienstverband kunnen werken.

Dit blijkt uit een steekproef van het NIPO onder ruim achthonderd leden van de Orde van Medisch Specialisten. De enquête leert bovendien dat ruim tweederde van de vrijgevestigde specialisten 'wel eens' heeft overwogen om in dienst van het ziekenhuis te gaan werken. Ongeveer 12 procent werkt daar op dit moment daadwerkelijk aan.

Deze resultaten werden vandaag gepresenteerd tijdens een toelichting op het convenant dat gisteren door de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen en de Orde van Medisch Specialisten en Zorgverzekeraars Nederland werd getekend. Het convenant regelt de zeggenschap in het ziekenhuis en legt de positie van de medisch specialisten en hun primaire verantwoordelijkheid vast. De directie is eindverantwoordelijk voor de gang van zaken in het ziekenhuis, de specialist draagt verantwoordelijkheid voor de manier waarop hij zijn praktijk uitoefent. De directie onderhandelt met de verzekeraars, de specialisten mogen een vertegenwoordiger in de onderhandelingsdelegatie aanwijzen, zo is afgesproken. De patiënt krijgt voortaan één rekening van ziekenhuis en specialist.

In het afgelopen jaar hebben de specialisten zich herhaaldelijk verzet tegen een wetsvoorstel van minister Borst (Volksgezondheid) dat de integratie van de medisch specialist in de organisatie van het ziekenhuis beoogt. De Orde noemde die wet toen, onder andere in een advertentie, 'onaanvaardbaar' en 'mogelijk schadelijk voor de gezondheid'.

Volgens voorzitter dr. J.H. Kingma van de Orde vormt het convenant geen breuk met de opstelling van de medisch specialisten. “Maar de wet komt er onontkoombaar aan. En dan kun je kiezen je in de loopgraven in te graven of mee te werken aan de codificatie van een ontwikkeling die in veel ziekenhuizen al gaande is. In de regionale experimenten en in de zogeheten lokale initiatieven is er op veel plaatsen al sprake van een geïntegreerd bedrijf.”

Daarbij is de eindverantwoordelijkheid van de directie vrijwel onomstreden. Kingma verwacht dat een zeer grote meerderheid van zijn achterban akkoord gaat met het convenant. De directeur-generaal gezondheidszorg van het ministerie, dr. H.J. Schneider, noemde het convenant vanmorgen een belangrijke stap op weg naar het herstel van het onderlinge vertrouwen in de ziekenhuizen.