De nieuw digitale video disk is nog maar het begin; Twintig speelfilms op een schijfje

De digitale video disk (dvd) wordt volgend jaar in Europa geïntroduceerd. De capaciteit van dit schijfje is groot, maar dat is nog niets vergeleken met de dvd rom en de dvd RAM, die over enkele jaren productierijp zullen zijn. En de industrie zit met een oud probleem: ze kan het onderling niet eens worden over standaarden.

De Europese introductie van de digitale video disk (dvd), de gedoodverfde opvolger van compact disk en video, mag dan zijn uitgesteld tot begin 1998, van afstel is geen sprake. Integendeel, het veelzijdige schijfje zal de kwakkelende markt voor consumentenelektronica reeds op korte termijn nieuw leven moeten inblazen.

De dvd was onlangs de belangrijkste noviteit op de Internationale Funkausstellung in Berlijn (IFA), met zijn 130.000 vierkante meter vloeroppervlak ongetwijfeld de grootste vakbeurs voor consumentenelektronica ter wereld. Europa loopt zeker een jaar achter op de Verenigde Staten en Japan, waar de dvd al veel eerder is geïntroduceerd. Aanvankelijk was het de bedoeling dat de dvd tijdens de IFA in Berlijn officieel ten doop zou worden gehouden, maar er is van alles tussengekomen: onenigheid over een gemeenschappelijke audiostandaard bijvoorbeeld, problemen met chips en gebrek aan productiefaciliteiten. Doch als het aan de grote Hollywood-studio's ligt, komt de dvd er volgend jaar dan toch echt aan.

Vrijwel alle grote filmstudio's hebben in Berlijn producties - overwegend speelfilms - voor dvd aangekondigd. Volgend jaar rond deze tijd moeten in elk geval honderd speelfilms op dvd verkrijgbaar zijn. Fabrikanten als Philips, Sony, Toshiba en Hitachi hebben besloten om hun spelers dan ook pas in het voorjaar van 1998 op de markt te brengen.

Het nieuwe opslagmedium verschilt zo op het eerste oog nauwelijks van de compact disk, maar er kan wel zeven maal zoveel informatie op worden weggeschreven. Alle telefoonboeken van de Verenigde Staten passen op een dvd, terwijl daar nu nog zes compact disks van het type cd-rom voor nodig zijn. Het complete oeuvre van Elvis Presley of Strawinsky zou op dvd kunnen worden gezet, om over speelfilms nog maar te zwijgen.

Toen Sony en Philips vijftien jaar geleden de audio cd introduceerden, pasten er 74 minuten muziek op het schijfje, net voldoende voor Beethovens Negende. De beperkingen van de beeld- en geluidsdragers kwamen pas aan het licht toen men andere toepassingen voor het schijfje wilde ontwikkelen.

Cd-rom's - compact disks voor computersoftware - bieden evenveel capaciteit als honderden diskettes, maar dat is nauwelijks toereikend voor interactieve encyclopedieën en multimediaprogramma's.

Het is eigenlijk vooral de in 1988 geïntroduceerde cd-video geweest die de aanzet tot de dvd heeft gegeven. Om een speelfilm digitaal vast te leggen moeten allerlei technische noodgrepen worden toegepast. De informatie moet worden ingedikt - 'gecomprimeerd' heet dat in het vakjargon - omdat een speelfilm anders onmogelijk op een compact disk past. De beeldkwaliteit is daardoor niet veel beter dan van een videorecorder. Voor films van 134 minuten of langer is al helemaal geen ruimte op zo'n schijf. De cd-video is dan ook geen groot succes geworden, al zijn er wereldwijd 30 miljoen cd-videospelers verkocht. De meeste van die spelers zitten evenwel ingebouwd in personal computers en worden nauwelijks voor het afspelen van cd-video gebruikt. Alleen in Azië zijn 7 miljoen losse cd-videospelers verkocht.

De digitale video disk - ook wel digital versatile disk genoemd - moet alle bezwaren van de cd-video wegnemen. De consument betaalt daar wel een prijs voor: hij zal een nieuwe speler in huis moeten halen. Dat apparaat vervangt overigens wel in één klap alle bestaande spelers: audio cd's en video cd's kunnen ook op een dvd-speler worden afgespeeld. Bovendien biedt dvd grote voordelen boven cd-video. Films kunnen van meerdere ondertitels worden voorzien of in iedere denkbare taal worden nagesynchroniseerd. “Als we een film op video uitbrengen, moeten we voor iedere taal een aparte versie maken,” vertelde Warren Lieberfarb, directeur van Warner Home Video, in Berlijn. “Per speelfilm spreek je al gauw over 25 aparte taalversies. Met dvd hebben we aan vier versies genoeg.”

Sowieso vallen de productiekosten van de dvd mee. Het digitaal overzetten van film naar dvd kost een kleine 50.000 dollar, plus nog eens 5000 dollar voor buitenlandse versies. Op de dvd blijft zelfs voldoende ruimte over voor extra informatie, zoals gesprekken met de acteurs of de regisseur in kwestie.

Hollywood was aanvankelijk helemaal niet zo geporteerd van de dvd. De grote studio's wilden eerst afspraken maken over een zogenoemde kopieerbegrenzer om te voorkomen dat de films illegaal zouden worden gekopieerd. Inmiddels zijn alle dvd-spelers voorzien van een wisselende code, waardoor het vrijwel onmogelijk is geworden om een digitale kopie af te spelen.

Zodra wordt geprobeerd om een film op te nemen, wordt die code meegekopieerd. Maar er zijn meer beschermingen ingebouwd. Om te voorkomen dat nieuwe speelfilms sneller op dvd dan in de bioscoop verschijnen, mogen in Europa niet dezelfde titels worden verkocht als in de Verenigde Staten. Daarom heeft men de wereldmarkt onderverdeeld in zes regio's, elk met een eigen encryptiecode. Een Amerikaanse dvd kan daardoor niet zonder meer op een Europese speler worden afgedraaid, al zal die beperking alleen gelden voor de nieuwste speelfilms.

Dat de industrie de informatiedrager in eerste instantie voor speelfilms wil gebruiken, wekt nauwelijks verbazing. De software is er immers al; er hoeven geen extra investeringen gepleegd te worden. Zo is het destijds met de audio cd ook gegaan: daar werden bestaande vinylopnamen naar cd overgezet. De dvd zal op zijn beurt de videocassette moeten vervangen.

Haast is geboden, want sinds 1989 is de verhuur van voorbespeelde video's - waaraan de filmindustrie zo'n 25 miljoen dollar per jaar verdient - met bijna de helft teruggelopen. Die daling is het gevolg van de fenomenale groei van het aantal televisiezenders in Europa. Telde Europa in 1984 nog slechts 84 televisiekanalen, vorig jaar waren dat er al 279. Tegen het jaar 2000 zal rekening moet worden gehouden met zelfs 1200 kanalen. “Voor films hoeft de consument de deur niet meer uit”, zegt Warren Lieberfarb, directeur van Warner Home Video. De trend weerspiegelt zich al duidelijk in de hardware: de omzet van de televisietoestellen stijgt, terwijl die van videorecorders (en ook camcorders) daalt.

Maar de industrie put hoop uit een andere opvallende ontwikkeling. Er mag dan minder verdiend worden aan de verhuur van voorbespeelde videocassettes, de verkoop van videofilms neemt gestaag toe: van 2,4 miljard dollar in '92 naar 4,5 in '96. Ter vergelijking: de markt voor audio cd's heeft een omvang van ruim 10 miljard dollar.

Warren Lieberfarb van Warner Home Video schrijft deze ontwikkeling toe aan prijsverlagingen en gewijzigde marketingtechnieken. Voorbespeelde videocassettes worden nu vaak in cd-zaken verkocht en bereiken daarmee een ander publiek. Wanneer de consument de smaak echt te pakken krijgt, dan zullen ze zeker op een betere kwaliteit willen overstappen, zo is de gedachte. Dvd-spelers zouden zelfs de kwakkelende verkoop van hifi-apparatuur en breedbeeldtelevisies weer kunnen stimuleren.

De beeld- en geluidskwaliteit van dvd is dermate hoog dat met de juiste apparatuur, zoals luidsprekers voor 'surround sound', een huisbioscoop kan worden ingericht. “Uiteraard hopen we dat de consument de film eerst in de bioscoop gaat zien”, vertelde filmproducer Saul Zaentz ('Amadeus', 'One Flew Over The Cuckoo's Nest') in Berlijn.

Dvd video is echter maar het begin. Op de lange termijn zullen hele nieuwe toepassingen voor dvd worden ontwikkeld, zoals speelfilms waarvan de kijker zelf de afloop kan bepalen of een voetbalwedstrijd die vanuit verschillende cameraposities kan worden bekeken. Hoewel de muziekindustrie geen concrete plannen heeft om de audio cd te vervangen, heeft het Japanse Panasonic al een eerste audio dvd opgenomen met een geluidskwaliteit die de huidige compact disk vele malen overtreft. Het Japanse Pioneer gebruikt de dvd al voor een autonavigatiesysteem. Sommige van deze toepassingen staan op een zogenoemde dvd rom, een schijfje met een opslagcapaciteit van 4,7 gigabyte. Naast de dvd rom is nog een nieuwe dvd-variant - de dvd RAM met een capaciteit van 2,7 gigabyte - op komst. Met deze laatste schijf kan de consument ook zelf informatie vastleggen. Sommigen verwachten dat de dvd RAM in de toekomst de videorecorder zal vervangen, maar daarvoor is de opslagcapaciteit nog niet toereikend.

Sony, Philips en Hewlett Packard werken al wel aan een dvd RAM-standaard van 3 gigabyte. Daarmee hebben ze een zoveelste wig in de toch al moeizame onderhandelingen over gemeenschappelijke standaarden gedreven. Geruime tijd waren twee kampen elk met eigen ontwikkelingen bezig. Philips en Sony aan de ene kant, en Toshiba en Time Warner aan de andere kant. Omdat men ook wel begreep dat de consument niet op twee verschillende standaarden zat te wachten, werd besloten tot één gezamenlijke standaard voor dvd video. Over de dvd rom waren de verschillende partijen het echter minder snel eens. Uiteindelijk was het de computerindustrie die eiste dat er één standaard zou komen. Dvd rom spelers voor pc's worden sinds april geleverd.

Aanvankelijk leek men het zelfs eens te worden over de technische specificaties voor dvd RAM, maar Sony kon zich uiteindelijk toch niet vinden in het ontwerp en heeft zich inmiddels uit het overleg teruggetrokken. Onlangs kondigde het concern aan dat het zijn eigen standaard zal ontwikkelen, samen met Philips en Hewlett Packard. Toshiba heeft inmiddels versterking gezocht bij de Japanse hardwarefabrikant Nec. Nec werkt aan een dvd-formaat dat 5,3 gigabyte per zijde kan opslaan. Daarmee dreigt een standaardenoorlog te ontstaan die herinnert aan de rampzalige introductie van de videocassette begin jaren zeventig. Sony moest destijds met zijn Beta-systeem in het stof bijten en ook Philips kon het eigen superieure V2000 systeem wel op zijn buik schrijven toen de markt koos voor het VHS-systeem van het Japanse JVC.

De gevolgen van de nieuwe standaardenstrijd zijn op dit moment nog moeilijk te overzien, maar de eensgezindheid is in deze branche ver te zoeken. Jan Oosterveld, die bij Philips belast is met de introductie van dvd, zegt dat “wat goed is nu eenmaal veel tijd vergt” en “als je meerdere partijen laat meebeslissen over de kleur van het tafelkleed, ieder nu eenmaal zijn eigen voorkeur uitspreekt. Dvd rom en RAM spelers worden pas tegen het jaar 2002 betaalbaar. PC's hebben tegen die tijd een opslagcapaciteit van tientallen gigabytes. Daar moeten we nu eenmaal rekening mee houden.” De dvd RAM zou zelfs wel eens de harde schijf in personal computers kunnen vervangen en daarmee het meest cruciale onderdeel van de computer kunnen worden.

Analisten betwijfelen of de fabrikanten die nu vechtend over straat rollen makkelijk weer om de onderhandelingstafel zijn te krijgen. Het DVD Consortium met Toshiba, Matsushita, Sony, Philips, Time Warner, Pioneer, JVC, Hitatachi en Mitsubishi zou zelfs wel eens uit elkaar kunnen vallen. Eerder dit jaar konden de fabrikanten het namelijk ook al niet eens worden over de verdeelsleutel voor de licentie-opbrengsten van de dvd video. In het conflict heeft Pioneer de kant gekozen van Philips en Sony, die vorig jaar augustus al hadden besloten de patentering onderling te regelen. De overige bedrijven moeten aan deze drie nu 3,5 procent van de opbrengst afdragen voor gebruik van hun technologie. Alleen al Philips en Sony hebben licenties ter waarde van 2,5 procent van de verkoopprijs van iedere dvd-speler.

Achter de schermen werkt de industrie alweer aan de volgende generatie dvd's met een opslagcapaciteit van circa vijftien gigabyte per zijde. Die doorbraak is te danken aan het gebruik van de blauwe laser, die een veel kleinere golflengte heeft dan de infrarode laser die in de huidige dvd-spelers zit. Op deze toekomstige disk passen honderd uur muziek, twintig speelfilms of 30.000 boeken van elk duizend pagina's. Aan concrete toepassingen wordt nog niet eens gedacht, maar dat de onderhandelingen over standaarden op het scherpst van de snede gevoerd zullen worden is wel duidelijk. De dvd-markt zou wel eens veel groter kunnen worden dan de huidige sectoren voor cd, cd-rom en video samen.

Veel hangt af van het succes van de dvd video en daar valt nog weinig over te zeggen, behalve dat de meeste productintroducties op de markten voor consumentenelektronica jammerlijk zijn mislukt: voor producten als cd-i, de digitale compact cassette (DCC) en de foto-cd is de belangstelling erg tegengevallen.

De dvd-verkopen in de Verenigde Staten zijn in elk geval bemoedigend. Als in het jaar 2000 tussen de 25 en 30 miljoen dvd-spelers zijn verkocht is men bij een bedrijf als Philips al dik tevreden. Marktonderzoeker IDC is met 117 miljoen verkochte dvd spelers in 2001 heel wat optimistischer. Toshiba denkt zelfs dat 120 miljoen spelers haalbaar moeten zijn. Dataquest rekent op 19 miljoen spelers.

Diezelfde marktanalisten verwachten dat de dvd voor 17 procent aan de omzetgroei van de grote filmstudio's als Disney en Time Warner zou kunnen bijdragen.