Dansend ontstijgen aan het alledaagse

Voorstelling: All Cinderella's ready for take off?! Choreografie: Karin Post; toneelbeeld en licht: Rob Birza; muziek: Peter van Bergen. Gezien: 11/9. Zuiveringshal Westergasfabriek, Amsterdam. Aldaar t/m 27/9. Res. 020-419 1056.

Elkaar inspireren en dans in een brede context plaatsen: met dat doel werkt choreografe Karin Post in haar voorstellingen nauw samen met kunstenaars uit andere disciplines. In All Cinderella's Ready for Take Off?! doet ze dat voor het eerst met beeldend kunstenaar Rob Birza. Musicus Peter van Bergen was ook al bij haar voorgaande voorstelling Vavoom... betrokken. Zo sprankelend als dat stuk was, zo weinig enerverend is deze voorstelling.

Het thema is ontstijgen aan het alledaagse. Maar gaat theater daar niet altijd al over? Als je dat tot thema van je voorstelling maakt, maak je het jezelf moeilijk. De theatermaker moet als het ware nog meer doen dan anders, met gevaar voor overdaad. En een te letterlijke verbeelding maakt het resultaat vlak en voorspelbaar. De makers zijn in beide valkuilen gevallen.

Heel veel middelen zijn ingezet om het thema vorm te geven. Voor deze gelegenheid is een grote fabriekshal omgebouwd tot theaterzaal met een diepe speelruimte. Het publiek wordt overvoerd met extravagante kostuums. Live computermuziek vermengd met reeds bestaande muziek, video-opnames van een opstijgende helikopter, een animatiefilm en voortdurend veranderende decors en attributen. Maar zeggingskracht ontbreekt.

De dansstijl is losjes gebaseerd op de strakke, sterk vormgerichte moderne stijl van Merce Cunningham. Daarnaast gebruikt Post elementen uit andere stijlen en alledaagse bewegingen. Ze laat zes dansers anderhalf uur lang pogingen doen om net als in het sprookje van Assepoester aan de sleur van alledag te ontsnappen. Zij verbeelden het ontstijgen in letterlijke zin door middel van vliegbewegingen met de armen, elkaar in zweefhouding in de lucht houden, op een ladder omhoogklimmen.

Dat levert één mooi moment op als de dansers in een cirkel liggen. Ze geven elkaar de hand en even lijken ze als parachutespringers in de lucht te hangen. Helaas blijft de toeschouwer zowel in letterlijke als figuurlijke zin met beide benen op de grond. Want de choreografie bouwt geen spanning op en geeft geen ontwikkeling te zien. Hierdoor blijft de dans vlak en weinig opwindend.

Iets meer geestdrift zit er in de rodeoscène. Het 'paard' van de gymles doet hier dienst als echt paard en in een gymnastische solo op westernmuziek poogt één van de dansers hem te bestijgen. Daarna gaan we weer over tot de orde van de dag - die zonder betovering blijft.