Bijna één 'Ter Apeler Druppie' te veel

Als het programma-aanbod mager is - en het lijkt wel alsof het onder invloed van bezuinigingen steeds magerder wordt, zowel bij de publieke als de commerciële omroepen - dan is er altijd nog de troost van het zappen.

Het moderne tv-kijken heeft gelukszoekers-met-afstandsbediening gecreëerd. Ze worden zelden teleurgesteld, want in al die kanalen drijft altijd wel iets dat de moeite van het opvissen waard is.

Twee voorbeelden van één avond.

U kent Berry van Aerle nog? Hij hoorde jarenlang tot de beste voetbalverdedigers van Nederland. In de jaren tachtig rechtsback van PSV en van het Nederlands elftal: hij was lid van het befaamde Nederlands elftal dat in 1988 Europees kampioen werd.

Van Aerle was een zeer nuttige waterdrager, geen vedette. Een bescheiden man die nooit de aandacht trok met wilde uitspraken of onbesuisd gedrag. Iemand die aan zijn bescheidenheid ten onder gaat, als hij niet oppast. Geen man die bij onderhandelingen het onderste uit de kan zal hebben gevraagd. Hij is vermoedelijk de enige speler van dat WK-team die niet schatrijk is geworden.

Hij klaagt daar nooit over. Die anderen waren talentvoller en daarom beroemder, dus waarom zou hij zich beklagen? Hij vindt het al een eer dat hij met hen heeft mogen spelen.

In zijn programma Voetballen doe je zo liet Henk Spaan zien wat er van Berry van Aerle geworden is: een blijmoedige postbode. “Een mooi beroep”, zei Van Aerle. Hij doet in de straten van een Brabantse gemeente iets wat hij vroeger als back op de velden zo goed en zo graag deed: “Bewegen en flink sjouwen”.

Noem hem niet zielig of schlemielig, want dat is hij niet. Hij heeft de benijdenswaardige eigenschap om zijn lot niet met dat van anderen te vergelijken. “Ik heb er geen probleem mee als de mensen me straks niet meer kennen”, zei hij. “Ik ben als Berry van Aerle begonnen en zo zal ik ook eindigen.”

De volgende morgen lees ik in de krant de jaarlijkse inkomsten van Louis van Gaal en zijn twee Nederlandse trainersassistenten bij Barcelona: zes miljoen voor Van Gaal, een miljoen voor de assistenten.

Een miljoen voor iemand (Frans Hoek) die alleen keepers-training geeft! Ik voel, mede namens Berry van Aerle, al enige jaloezie opkomen, maar ik besef nog net op tijd dat ik hem niet mag compromitteren: jaloezie is ónze makke, niet de zijne.

Mijn tweede opmerkelijke zap-belevenis.

In Rechtbank deze Week van RTL 5 werd aandacht besteed aan een rechtszaak tegen een inwoner van het Groningse Ter Apel. De man, centralist bij een taxibedrijf, werd ervan verdacht een poging tot gifmoord op zijn vrouw te hebben ondernomen. Hij zou dat samen met zijn vriendin, een chauffeuse van het bedrijf, hebben beraamd.

De echtgenote was thuis op een dag onwel geworden na een borrel uit een fles drank met de onvergetelijke naam Ter Apeler Druppie.

“Heb je er soms wat door gedaan?” had ze haar man gevraagd. Ze vermoedde toen al dat hij een buitenechtelijke relatie had. De volgende dag belde ze de politie die daarop de telefoongesprekken van haar man met zijn vriendin begon af te tappen.

We krijgen de man en zijn vriendin in beeld. We mogen zelfs weten hoe hij heet: J. Eerenst. Hij is inmiddels wegens gebrek aan bewijs vrijgesproken, maar het openbaar ministerie gaat in hoger beroep.

J. Eerenst zit op zijn gemak aan tafel, kopje koffie onder handbereik. Hij en zijn vriendin: keurige, vriendelijke Groningers. Betere buren kun je je niet wensen.

Nee, zegt J. Eerenst, hij heeft zijn vrouw niet willen vergiftigen. Hij heeft alleen samen met zijn vriendin twee tot drie keer telefonisch besproken hoe hij zijn vrouw uit de weg zou kunnen ruimen. Dat is alles. Heus waar. J. Eerenst kijkt zijn interviewer oprecht verbaasd aan. “Je mag er toch wel over praten”, zegt hij. “Doen is iets anders.”

Je hebt goedaardige en boosaardige naïviteit. Je hebt Berry van Aerle en J. Eerenst.