'Bij excessen slaan ouders op tilt'

De Bossche gemeenteraad besprak gisteren de wantoestanden bij de crèche 't Kinderhof. De kinderopvang in Nederland lijkt over het algemeen goed, maar de controle erop laat te wensen over.

DEN BOSCH, 23 SEPT. In de portierskamer van het stadhuis in Den Bosch klinkt een onderdrukt gehoon als het NOS journaal meldt dat “de meeste ouders” met kinderen op het in opspraak geraakte kinderdagverblijf 't Kinderhof niets van misstanden willen weten. Voor het televisietoestel staan enkele achterblijvers van de speciaal ingelaste commissievergadering welzijn over 't Kinderhof, die in de vooravond plaatsvond. Vader R. van Bergen maakt een wegwerpgebaar als hij een vader hoort zeggen dat het vast wel meegevallen is “omdat zijn kind nog steeds lacht”. Van Bergen vindt dat geen manier van redeneren. “Mijn kind lachtte ook nog steeds, maar ondertussen kreeg hij zijn medicijnen niet”.

Alleen wethouder Rottier zwijgt tijdens de reacties van ouders die achter de leiding van het Kinderhof staan. “Het gaat er niet om of zestig of veertig procent van de ouders voor of tegen de leiding is”, stelt hij. “Vaststaat dat de GG en GD misstanden heeft geconstateerd. En die horen niet op een kinderdagverblijf.” In het rapport van de GG en GD staat dat de vestigingen van 't Kinderhof een structureel tekort aan personeel hadden. In drukke periodes waren er tweemaal zoveel kinderen als toegestaan. Baby's van drie maanden werden in een liggende houding gevoed, waarbij het gevaar voor verslikken groot is. Met de hygiëne was het slecht gesteld. Schoonmaakmiddelen en messen lagen in de keuken binnen handbereik van de kinderen.

De vraag is of de geconstateerde wantoestanden bij 't Kinderhof in de categorie zeldzame excessen vallen, of dat er meer aan de hand is bij kinderdagverblijven. “Over het algemeen is de Nederlandse kinderopvang goed”, zegt stafmedewerker Liesbeth Schreuder van het Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn (NIZW). “Excessen zoals in Den Bosch zijn zeldzaam.”

Volgens Dik Jansen, voorzitter van de belangenvereniging van ouders in de kinderopvang (BOinK) is er sprake van een 'media-hype' rond de vermeende wantoestanden bij 't Kinderhof. In de vijf jaar dat hij bij BOinK is betrokken is hij nog nooit op zulke excessen gestuit. “En als er echt iets mis is, slaan de ouders meteen op tilt. Dat is hier absoluut niet het geval.”

Volgens Schreuder schort er wel veel aan de controle op de kwaliteit van de kinderdagverblijven. De gemeenten zijn daarvoor verantwoordelijk. Grote gemeenten als Amsterdam, Rotterdam en Den Haag hebben daarvoor een speciale inspectiedienst. Maar kleinere gemeenten hebben de controle ondergebracht bij de GG en GD. Een op de vijf gemeenten controleert zelfs helemaal niet, zo is gebleken uit een nog niet gepubliceerd onderzoek van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.

De GG en GD kijkt vooral naar hygiëne en veiligheid. De meeste GG en GD's leggen één keer per jaar een aangekondigd bezoek af. “Het zou normaal moeten worden dat er onaangekondigd wordt gecontroleerd”, stelt Schreuder. Bij de controles wordt niet gekeken niet naar het pedagogische klimaat in de kinderdagverblijven. Volgens Schreuder zou dit wel moeten gebeuren. Een woordvoerder van het ministerie van VWS stelt echter dat dat nog niet mogelijk is, omdat er nog geen consensus is onder deskundigen aan welke voorwaarden dan moet worden voldaan.

Gemeenten controleren vaak beter bij gesubidieerde kinderdagverblijven dan bij particuliere, stelt Schreuder. “Terwijl de overheid als hoeder van het algemeen belang ook goed moet controleren als er geen subsidie-relatie is.” Bovendien wordt er door gemeenten vaak te weinig gedaan met de rapporten van de GG en GD. “Er bereiken mij signalen dat rapporten in een la verdwijnen.”

Kinderdagopvang is een groeisector. In 1995 waren er 789.000 nul- tot driejarigen. Daarvan zat 12,8 procent, 101.000, in hele en halve dagopvang. In 1989 bedroeg dit percentage nog 4 procent. Deze toename is een gevolg van het stimuleringsbeleid dat de rijksoverheid vanaf het begin van de jaren negentig heeft gevoerd. Dit bestond uit een subsidieregeling, waarbij de rijksoverheid 4.000 gulden bijdroeg voor elke opvangplaats die werd gecreeërd. In 1996 is de regeling gestopt. Sindsdien wordt het bedrag dat er mee was gemoeid (200 miljoen) rechtstreeks in het gemeentefonds gestort. Wel kunnen bedrijven nog een aftrekpost van 4.000 gulden opvoeren, voor elke kinderopvangplaats die ze creëren.

Volgens Jansen is de snelle groei van de sector geen verklaring voor mogelijke wantoestanden. “Juist door de groei, komen er steeds meer grote, professionele bedrijven. Illegale crèches bij mensen thuis, die je vijf jaar geleden nog wel had, zijn nu allemaal verdwenen.”

Toen het beleid ten aanzien van de kinderopvang in 1996 werd gedecentraliseerd, was het een eis van de Tweede Kamer dat er wel landelijke normen bleven gelden voor de kwaliteit van de opvang. Die zijn opgenomen in een algemene maatregel van bestuur, die eind 1999 wordt opgeheven. De gemeentelijke verordeningen moeten voldoen aan de landelijke eisen, die onder andere betrekking hebben op de groepsgrootte en de kwalificaties van het personeel. Naar aanleiding van het rumoer rond 't Kinderhof wil staatssecreataris Terpstra nu op korte termijn met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) bekijken of het huidige systeem van toezicht wel voldoende werkt, zo meldt een woordvoerder van het ministerie. Ook wordt overwogen om een evaluatie van de kwaliteitscontrole, die voor volgend jaar zomer op de agenda stond, te vervroegen.

Daarnaast werkt de branche-organisatie van ondernemers in de sector, de VOG waarbij 700 (75 procent) ondernemers zijn aangesloten, momenteel aan een eigen systeem van kwaliteitscontrole. In november zal een handleiding over de kwaliteitseisen ten aanzien van de accomodatie, de opleidng van het personeel en de grootte van de groepen, worden gepubliceerd. “Als op alle punten een tien wordt gescoord, komen ondernemers in aanmerking voor een kwaliteiskeurmerk”, zegt een woordvoerder van de VOG. Bedoeling was dat het keurmerk in 1999 zou komen, maar dat wordt onder druk van de publiciteit rond 't Kinderhof mogelijk vervroegd.

Jansen adviseert ouders die zich aanmelden bij een kinderdagverblijf om altijd te vragen of er een oudercommissie is en met de voorzitter van de commissie te gaan praten. “Als die er niet is, kun je daar vraagtekens bij zetten.” Ook raadt hij ouders aan om hun ogen en oren open te houden tijdens de 'wenperiode', de eerste week als de ouders nog met de kinderen meegaan naar het kinderdagverblijf.