Animo voor vredesoperaties neemt sterk af

In het kader van de Verenigde Naties wil Nederland maximaal vier vredestaken tegelijkertijd uitvoeren. De animo bij andere landen om troepen te sturen, neemt door de risico's trouwens sterk af.

NEW YORK, 23 SEPT. Het aantal VN-militairen in de wereld is de laatste drie jaar met ruim 70 procent afgenomen. Naar verwachting zullen volgend jaar niet meer dan 10.000 militairen vredestaken in het kader van Verenigde Naties uitvoeren. In 1994 waren het er nog 80.000, afkomstig uit 82 landen, waarvoor 7 miljard gulden beschikbaar moest zijn.

Minister van Mierlo (Buitenlandse Zaken) zegt dat er een stagnatie is opgetreden in het denken en uitvoeren van vredesoperaties, terwijl de noodzaak daarvoor met name in Afrika steeds groter is geworden. Maar de 186 leden van de Verenigde Naties zijn dit jaar meer met interne zaken, zoals hervormingen, bezig dan met grote plannen om naar buiten op te treden.

Het Amerikaanse Congres wil bovendien van tevoren ingelicht worden over toekomstige VN-vredesoperaties en staat daar steeds sceptischer tegenover. De mogelijke uitzending van Nederlandse VN-militairen naar Sierra Leone en Congo Brazzaville ging dit jaar niet door.

“We willen regionale organisaties ook inschakelen voor vredesoperaties. Daar studeren we op en de bereidheid om die taak in het eigen continent op zich te nemen, is aan het toenemen”, zegt Leonard Kapungu van het bureau 'Lessons Learned' van het bureau Vredesoperaties van de Verenigde Naties.

Partijdigheid en gebrek aan vakbekwaamheid van de troepen vormen een probleem bij de regionale inzet. Militairen die VN-operaties in New York voorbereiden, krijgen steeds meer te maken met conflicten tussen staten onderling, waarbij de vrede met militaire middelen moet worden opgelegd. Op die manier raken vredessoldaten betrokken bij burgeroorlogen en weinig landen zijn bereid de eigen militairen daarbij grote gevaren te laten lopen.

“De Verenigde Naties kunnen alles, maar dan moet de wil er zijn en de juiste training. Het geweld neemt toe en daardoor worden we steeds meer gedwongen na te gaan of we bepaalde taken wel aankunnen. Als het om langdurige acties gaat met veel geweld, moet je zeker zijn van de bevelvoering en de commandostructuren, moet je de zaak logistiek aankunnen en de operatie goed kunnen voorbereiden. Dat is tot nu toe onder de VN-vlag moeilijk gebleken”, zegt de Nederlandse generaal-majoor F. van Kappen. Hij is de militaire adviseur van Kofi Annan, de secretaris-generaal van de VN.

Van Kappen: “Is het antwoord op die vragen neen, dan moet je daar eerlijk voor uitkomen, ook al omdat vredesoperaties door banditisme, afpersing en onduidelijke leiders en huurlingen gevaarlijker worden. Politici zijn zich er meer en meer van bewust dat aan de inzet van VN-personeel steeds meer risico's zijn verbonden. Als militair heb je de plicht dat na te gaan.”

Landen in ontwikkeling hekelen het feit dat westerse leden van de Verenigde Naties gratis militairen ter beschikking stellen voor de planning van vredesoperaties in New York. Zij hebben vorige week bepaald dat die gratis krachten langzamerhand moeten verdwijnen om plaats te maken voor officieren uit ontwikkelingslanden, waarvoor de rijke landen moeten betalen via de VN-begroting.

Nederland wil voorop blijven lopen als het om vredesoperaties gaat. De goed opgetuigde krijgsmacht moet wereldwijd ingezet kunnen worden en Nederland wil een belangrijke rol spelen bij crisisbeheersing. Daarvoor zijn op dit ogenblik 1.574 militairen in zes landen ingezet.

Omdat Nederland troepen levert aan de VN, vindt het ministerie van Buitenlandse Zaken dat Nederland al in een vroeg stadium betrokken moet worden bij de VN-plannen. Maar op het ministerie van Defensie is men daar niet van overtuigd na het echec van Srebrenica . Uit die moslim-enclave in Bosnië vluchtten op 11 juli 1995 vele moslims, van wie er tussen de drie- en vijfduizend mannen óf werden vermoord óf vermist raakten.

De Nederlandse bevelhebbers en de defensiestaf willen precies weten wat er van hen wordt verlangd. In een vroeg stadium al interesse tonen voor VN-missies kan volgens Defensie de indruk wekken klaar te staan zonder dat goed genoeg is overwogen of de Nederlandse krijgsmacht bepaalde VN-acties ook aankan. Diplomaten van Buitenlandse Zaken hier in New York willen sneller handelen en interesse tonen om zo beter betrokken te blijven bij toekomstige vredesoperaties van de Verenigde Naties. Maar minister Voorhoeve (Defensie) geeft in zijn toelichting op de begroting van 1998 toe, “dat er zich knelpunten voordoen ten aanzien van de beschikbaarheid en de geschiktheid van eenheden voor operationele taken”.

Behalve de beschikbaarheid is ook de politieke animo voor vredestaken bij andere leden van de Verenigde Naties sterk afgenomen. De Amerikanen lopen daarbij voorop. “Je moet niet vergeten dat acties steeds grimmiger worden”, zegt overste Steve Loving van het Center for Strategic and International Studies in Washington. Ik moet de politicus hier nog zien die het aandurft militairen uit te sturen als de kans op geweld groot is. Op het Capitool krijgen ze dat er niet door. Bovendien moeten wij er als krijgsmacht voor zorgen dat er genoeg tijd overblijft voor de nodige training en opleiding. Als de politici ons sturen, dan gaan we, maar ik zie weinig aandrift bij het Congres.”

Als de Verenigde Naties erin slagen meer regionale organisaties bij vredesoperaties te betrekken, zal Nederland vaker het verzoek krijgen om transportmiddelen, verbindingen en instructeurs te leveren.

President Clinton heeft in zijn presidentiële order PDD25 aangegeven dat Washington graag zou zien dat de Verenigde Naties vredestichters in de regio zelf recruteeert. Amerika is bereid die regionale troepen te steunen en beter op hun VN-taak voor te bereiden.

Maar naarmate de acties in andere delen van de wereld met meer geweld gepaard gaan, blijken de leden van de Veiligheidsraad, waaronder Frankrijk, Rusland, de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en China, minder bereid om troepen uit te sturen. Diplomaten en militairen op het hoofdkwartier van de VN verwachten intussen dat in de toekomst minder een beroep zal worden gedaan op de Nederlandse bereidheid om “ten hoogste vier vredestaken tegelijkertijd” uit te voeren.