Wallage kopieert zichzelf...

Was will der Wallage? Die vraag houdt menig PvdA-parlementariër bezig. Hun Bertolt Brecht minnende fractieleider heeft de laatste tien dagen voor de nodige verrassingen gezorgd. Voor leden van een politieke beweging die houdt van regie en discipline blijft dat wennen. En bij zijn permanente criticasters in de fractie hebben ze de hoop op een geslaagd coupje tegen zijn herverkiezing als fractieleider, in de zomer van het volgend jaar, doen opleven.

Enkele weken geleden besprak de PvdA-fractie de onderwerpen die haar voorzitter tijdens en rond de algemene politieke beschouwingen te berde zou brengen. Bij die gelegenheid meldde Wallage het een en ander aan over de organisatie van het openbaar bestuur. Dat daaronder ook een pleidooi voor één en dezelfde politieke kleur van minister en staatssecretaris viel, zoals Wallage zo'n tien dagen geleden in deze krant voorstelde, had hij niet vermeld. Nog meer bevreemding wekte zijn voorstel, twee dagen later in De Volkskrant, om de democratie te helpen met een kleiner, onafhankelijker parlement met een eigen onderzoeksbureau.

Wat krijgen we nu, moeten partijgenoten van Wallage hebben gedacht. De sociaal-democratie is toch één beweging, van het folderend lid te Appelscha tot W. Kok te Amsterdam-Noord aan toe? Dat vergt regelmatig intern overleg, en ragfijne politieke afstemming tussen PvdA-ministers en PvdA-parlementariërs. Dan is het toch een beetje mal met een voorstel te komen dat wel erg veel lijkt op een erkend speeltje van liberalen: dualisme tussen kabinet en Tweede Kamer?

Inhoudelijk was Wallage's voorstel overigens niet verrassend. Twee jaar geleden, op 20 september 1995, ook tijdens algemene beschouwingen, had Wallage, afgezien van een kleinere Tweede Kamer, hetzelfde bepleit, met zelfs een enkele identieke quote. “De regering moet niet het monopolie op de feiten hebben”, zei Wallage toen - en zei Wallage vorige week weer.

Bertolt Brecht mag dan berucht zijn geweest om het kopiëren van andermans geschriften, Wallage kopieerde zichzelf. Zo vlak voor de presentatie van het verkiezingsprogramma van D66, immer in de weer met de democratie, vond de PvdA'er het kennelijk geen kwaad kunnen electorale concurrenten af te troeven. Wallage haalde er de opening van een krant mee, maar verder liep het slecht voor hem af.

Rosenmöller zei vorige week Wallage's pleidooi voor meer onderscheid tussen parlement en kabinet met enige verbazing te hebben gelezen. Dat gold zeker voor Wallage's klacht dat mensen hem op straat aanspraken met minister Wallage. Meende hij dat nou werkelijk? “Ik las nog eens een interview na dat u gaf in Vrij Nederland”, zei Rosenmöller tijdens de algemene beschouwingen. “Toen u uw positie vergeleek met die van uw collega Bolkestein zei u: 'Als het om de lijnen naar het kabinet gaat, is hij in het nadeel. Ik heb de premier. Wij bellen elkaar meerdere malen per dag.”' Dat was raak. Het genadeschot van Rosenmöller kwam een zin later: “Het is eigenlijk raar dat de mensen niet zeggen: minister-president Wallage.”